Like ons!
Sponsorfiasco's: De dubieuze voorgangers van Rich Energy

Formule 1

Sponsorfiasco's: De dubieuze voorgangers van Rich Energy

Het was smullen geblazen de afgelopen weken om de relatie tussen Haas F1 en haar titelsponsor Rich Energy te zien imploderen, inclusief emotionele en provocerende tweets van CEO William Storey. Rich Energy is echter niet de enige sponsor in de Formule 1 die gemaakt bleek te zijn van gebakken lucht.

Voordat we de geschiedenisboeken erop na gaan slaan eerst een korte recap van het Rich Energy-fiasco. William Storey meldde zich vorig jaar voor de eerste keer in de Formule 1 toen hij met zijn bedrijf trachtte het toenmalige Force India, het huidige Racing Point, over te nemen. Die overnamepoging strandde en niet iedereen in de Formule 1-paddock nam de wild bebaarde Brit serieus.

Eind vorig jaar kwam Storey met Rich Energy dan toch in de Formule 1. Dit keer als hoofdsponsor van het team van Haas, dat zelfs de kleurstelling van de auto aanpaste aan de huisstijl van het bedrijf. Storey sprak stoere woorden tijdens de presentatie. Hij wilde met Haas de strijd met Red Bull aan. 'Niet alleen is ons product superieur aan dat van Red Bull, ook op het circuit willen we domineren.'

Wat volgden waren donkere wolken. Rich Energy werd aangeklaagd door fietsenproducent Whyte Bikes, moest inzage geven in hun boekhouding, verloor de rechtszaak en zegde de sponsorovereenkomst met Haas eenzijdig op omdat het team 'een sportieve wanprestatie niet waardig aan het edele merk Rich Energy neerzette'.

Rich Energy, inmiddels actief onder de naam Lightning Volt en zonder William Storey, bleek meer gebakken lucht dan gevulde blikjes. 'We hebben 90 miljoen blikjes op voorraad staan', beweerde de Brit onder ede. Kan zijn, maar er werden er in het gehele vorige jaar slechts 3.4 miljoen blikjes Rich Energy verkocht. Ter verduidelijking: dat is 0,4% van de jaarafzet van Red Bull. Conclusie: Nooit winstgevend genoeg om titelsponsor van een Formule 1-team te kunnen zijn. De balans van het bedrijf bedroeg eind 2017 USD 770,-.

Dubieuze voorgangers

Rich Energy is niet de eerste dubieuze sponsor die in de Formule 1 opduikt. Er zijn een aantal bijzonder illustere voorgangers van William Storey. F1 Maximaal zette enkele voorbeelden op een rijtje.

Moneytron
De Belg Jean Pierre van Rossem overtuigde eind jaren ’80 dat hij een supercomputer, de zogenaamde Moneytron, had ontwikkeld waarmee hij het verloop van de aandelenkoersen kon voorspellen. Het geld dat hij ophaalde stak hij in de sponsoring van het Formule 1-team van Onyx, een achterhoedeteam. Het doel is meer naams- en productbekendheid te verkrijgen om zodoende gemakkelijker meer geld op te kunnen halen. Twee jaar later wordt Van Rossem veroordeeld tot een jarenlange celstraf.

Shannon
Een Iers investeringsfonds dat van alles ontwikkelt op de meest obscure plaatsen ter wereld en volledig draait op Italiaans geld; daar moet een luchtje aan zitten. Desalniettemin meldt Shannon PLC zich in 1996 als hoofdsponsor van de (Italiaanse) renstal Forti-Corse. Na de Spaanse Grand Prix neemt het bedrijf, dat ook een team in de Formule 3000, de huidige Formule 2, bestierd, 51% van de aandelen van Forti over om de ambitie de Formule 1 te veroveren, kracht bij te zetten. Het officieuze Shannon Racing (want teamnamen kunnen alleen bij hoge uitzondering tijdens een seizoen veranderd worden) bestaat welgeteld vier raceweekenden. Voor de Grand Prix van Duitsland komt het team niet meer opdagen.

T-minus
Begin 1999 presenteert Arrows niet alleen een nieuwe wagen, maar ook een nieuwe aandeelhouder. De Nigeriaanse prins Malik Ado Ibrahim heeft zich tegen toekomstige omzet ingekocht bij het team. De Nigeriaan mag zich de eerste Afrikaan noemen die mede-eigenaar is van een Formule 1-team en belooft gouden bergen. De prins had een uniek marketingconcept bedacht waarmee geld verdiend kon worden door Arrows.

Op de sidepods van de wagen verscheen de sponsornaam T-minus. In het eerste gedeelte van het seizoen telde die uiting iedere race af naar een lanceerdatum, maar uiteindelijk bleek het om de naam T-minus zelf te gaan. Onder dat merk met Formule 1-exposure konden fabrikanten uit het hogere segment een limited edition van hun product op de markt brengen. Er hapte echter niemand toe en halverwege het seizoen was Prins Malik én het logo van T-minus van de auto verdwenen. Anno 2008 zat de goede man in een Nigeriaanse cel voor oplichting.

Bijna opgelicht

Nick Fry rekende zich al rijk. Eind 2009 was de operationeel directeur van Brawn Grand Prix, net verrassend wereldkampioen geworden, rond met de Duitse multinational Henkel, bekend van onder andere wasmiddel Persil en de Pritt-stift, over een sponsorcontract van drie jaar met een totale waarde van meer dan 130 miljoen dollar.

Tenminste, dat dacht hij. In werkelijkheid deed hij zaken met een tussenpersoon die met medewerking van een ex-medewerker van het bedrijf en die briefpapier vervalste, een sponsorcontact met Brawn als onderpand gebruikte om voor 55 miljoen aan leningen los te peuteren bij derden. 16 miljoen dollar daarvan is nog altijd spoorloos ondanks dat deze oplichter, de Duitser Willy Luchs, is veroordeeld voor fraude.

Brawn Grand Prix werd niet veel later overgenomen door Mercedes en domineert sinds 2014 de Formule 1 zoals weinig teams dat eerder gedaan hebben.

Retrospectief dubieus

Formule 1-sponsoren anno de jaren ’70; dat waren voornamelijk Amerikaanse en West-Europese automerken, bandenmerken, brandstofmerken, sigaretten en sterke drank. Veel verder keek men niet op zoek naar genoeg budget om jaarlijks vijftien of zestien Grands Prix af te werken.

Frank Williams was eind jaren ‘70 de eerste die wat verder keek en in een wanhopige zoektocht naar kapitaal om de gaten van zijn weinig succesvolle raceteam te dichten, sloot hij een deal met een aantal Saudi-Arabische bedrijven. In Saudi-Arabië kende rijkdom in die tijd geen plafond en Williams was slim genoeg om daarvan mee te willen profiteren. Williams reed in 1977 rond met de sponsornamen Albilad, een hotelketen en luchtvaartmaatschappij Saudi-Airlines. Op zich natuurlijk slim bedacht van Williams, ware het niet dat Albilad het familiebedrijf van de familie Bin Laden was. Osama Bin Laden’s vader Mohammed was de oprichter van het bedrijf en toen hij in 1968 stierf namen een aantal van Osama’s broers de leiding van het bedrijf over.

In die tijd was de sponsoring door Albilad niet controversieel in de Formule 1-paddock en met de Arabieren aan boord won Williams in 1980 zelfs voor het eerst de wereldtitel, maar met de kennis van nu is de associatie met de familie Bin Laden niet een heel gelukkige.

0 reacties

Schrijf een reactie

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!
Naar boven