Like ons!

Formule 1

Special | Het laatste echte achterhoedeteam

Ieder Formule 1-team heeft weleens een jaar dat de plank op de ontwerptafel misgeslagen is en dat de prestaties tegenvallen. Wanneer de plank heel erg gemist is, resulteert dat in een jaartje in de achterhoede. Toch maakt dat een team nog niet direct een achterhoedeteam. 

En achterhoedeteam is namelijk veel meer dan een team dat achteraan rondrijdt. Het is een team dat jonge, talentvolle coureurs, engineers en ontwerpers de kans geeft zich in de Formule 1 te bewijzen, ervaring op te laten doen en door laat stromen naar een team dat hoger op de grid staat. Minardi vervulde van 1985 tot 2005 met verve die rol. Vele talentvolle coureurs, onder andere Giancarlo Fisichella, Jarno Trulli, Mark Webber en Fernando Alonso begonnen hun loopbaan in de F1 allemaal in een auto van het kleine Italiaanse team uit Faenza. Tevens is Minardi het enige team in de Formule 1 waardoor niet één, niet twee, maar liefst drie Nederlandse coureurs hebben gereden.

Historie
Minardi Racing werd in 1979 opgericht door Giancarlo Minardi, zoon van Giovanni Minardi die de trotse eigenaar was van een FIAT-dealerschap in het Italiaanse Faenza. Giovanni had zelf in de eind jaren veertig geracet en zoonlief raakte besmet met het autosportvirus. In 1979 maakte Minardi Racing haar opwachting in het Europese Formule 2-kampioenschap en na vier redelijk succesvolle jaren werd in 1985 de sprong naar de Formule 1 gemaakt. In dat jaar werd een één auto-tellend team nog toegelaten in de sport. De coureur was Pierluigi Martini die in zestien races slechts drie keer de finishvlag zag. Een jaar later werd een tweede auto aan het team toegevoegd, maar veel succes bracht het niet. Coureurs Andrea de Cesaris en Alessandro Nannini haalden van de 32 mogelijke finishes 29 keer de eindstreep niet en slaagden er ook twee keer niet in om zich te kwalificeren. Datzelfde gold voor 1987, met dit keer de Spanjaard Adrian Campos in plaats van De Cesaris. Races worden nauwelijks uitgereden en punten worden helemaal niet gescoord. 

Dat veranderd eigenlijk per ongeluk in Detroit in 1988. Pierluigi Martini rijdt zijn eerste race in bijna drie jaar en scoort met een zesde plaats het eerste punt voor zichzelf en het team na een ijzersterke race waar hij profiteert van de nodige snellere uitvallers, maar wél het punt over de streep trekt. In de jaren die volgen scoort Martini regelmatig punten voor Minardi. In 1989 vijf (twee vijfde en een zesde plaats), in 1990 geen, maar in 1991 door twee vierde plaatsen weer zes punten. Eind 1991 vertrekt de Italiaan en wordt vervangen door de Braziliaan Christian Fittipaldi, het neefje van wereldkampioen Emerson, die in 1992 één en in 1993 vijf punten behaald. Ook teamgenoot Fabrizzio Barbassa scoort dat jaar twee punten.

In 1994 keert Pierluigi Martini nog eenmaal terug en scoort wederom hele belangrijke punten voor het team van Minardi, vier in het totaal. Uiteindelijk zou Martini verantwoordelijk blijken voor meer dan de helft van het aantal door Minardi in de Formule 1 gescoorde punten. Een jaar later scoort de Portugees Pedro Lamy het enige punt en breekt voor Minardi, dat altijd oog voor talent had een aantal bijzonder magere jaren aan waarbij bij de keuze voor een coureur eerder naar zijn budget dan naar zijn kwaliteiten gekeken werd. Het leidde ertoe dat rijdende chicanes als Giovanni Lavaggi, Tarso Marques, Shinji Nakano, Esteban Tuero en, de slechtste van allemaal, Gaston Mazzacane in de Formule 1 konden rijden.

Het aanstellen van deze betalende rijders stelde het team wel in staat om jonge veelbelovende talenten te laten debuteren. Giancarlo Fisichella debuteerde in 1996 en reed een jaar later voor Jordan. De Italiaan zou drie Grands Prix winnen in zijn loopbaan. In 1997 debuteerde Jarno Trulli die al halverwege het seizoen naar Prost Grand Prix zou promoveren en later de GP van Monaco zou winnen. In 1999 was het Marc Gené die als talent debuteerde. Hij scoorde in tegenstelling tot Trulli en Fisichella wel een punt voor Minardi door bij de Grand Prix van Europa op Nürburgring zesde te worden. Die Grand Prix had voor Minardi veel meer speciaal af kunnen lopen omdat de Italiaan Luca Badoer op weg leek te zijn naar een sensationele vierde plaats. De latere Ferrari-testcoureur huilde tranen met tuiten toen hij zijn bolide met motorproblemen langs de baan moest parkeren.

In 2001 debuteerde misschien wel het grootste talent bij Minardi. De Spanjaard Fernando Alonso debuteerde op 19-jarige leeftijd voor het kleine Italiaanse team en liet een verpletterende indruk achter. Punten scoorde hij niet, maar zijn talent stond als een paal boven water. Flavio Briatore handelde het snelst en legde Alonso vast voor zijn Renault-team en legde daarmee de basis voor de wereldtitels in 2005 en 2006. Alonso's opvolger bij het inmiddels door de Australiër Paul Stoddart overgenomen en tot European Minardi omgedoopte team was Mark Webber, die sensationeel vijfde werd bij de eerste race van 2002 en daarmee twee punten scoorde bij zijn eerste (thuis)race. 

Met de komst van Stoddart kwamen ook de kansen voor de Nederlanders in de Formule 1. Jos Verstappen blies in 2003 als opvolger van de naar Jaguar vertrokken Webber zijn Formule 1-loopbaan de zoveelste adem in. Punten scoorde Jos the Boss niet. Ook zijn teamgenoten Nicolas Kiesa en de inmiddels overleden Justin Wilson scoorde niet. In 2005 debuteerde Christijan Albers bij Minardi in de Formule 1 naast de Oostenrijker Patrick Friesacher. Beide coureurs scoorden dikke punten tijdens de Amerikaanse Grand Prix, waar maar zes auto's startte en ze als laatsten over de finish kwamen, maar toch: In één race werden meer punten gescoord door het team dan in de voorgaande tien seizoenen bij elkaar. Desondanks moest Friesacher na de Grand Prix van Groot-Brittannië vertrekken. Zijn opvolger was Robert Doornbos, tot op dat moment testcoureur van Jordan. De komst van Doornbos zorgde voor twee unicums: de hele line-up van een team bestond uit Nederlanders en voor het eerst (en laatst) reden maar liefst drie landgenoten voor hetzelfde team.

Eind 2005 was het sprookje uit. Paul Stoddart slaagde er niet in om zijn team financieel gezond te houden en moest uiteindelijk akkoord gaan met het bod van Red Bull om het team over te nemen. Het bedrijf doopte het team om in Scuderia Toro Rosso, waarvoor in 2015, jawel, Max Verstappen zijn Formule 1-debuut maakte. 

0 reacties

Schrijf een reactie

Om een reactie te kunnen schrijven dien je ingelogd te zijn. Login/Registreer je hier direct!
Naar boven