Like ons!

Formule 1

Retro: Het mislukte avontuur van teambaas Alain Prost

Dat een zeer geslaagde en gelauwerde carrière als coureur geen garantie is voor het succesvol runnen van een eigen team kan Alain Prost waarschijnlijk beamen. De viervoudig wereldkampioen beëindigde in 1992 zijn actieve loopbaan om vijf jaar later als teambaas terug te keren.

Begin 1997 nam Prost het volledige aandelenpakket van het Ligier team over en hij doopte het team direct om tot zijn eigen achternaam. Olivier Panis en Japanner Shinji Nakano bleven aan als coureurs en tijd om een nieuwe auto te ontwerpen was er niet. Het nieuwe team maakte simpelweg gebruik van het eerder ontworpen chassis van de Ligier.

Het jaar 1997 begon hoopgevend voor het team van Prost. Vooral Olivier Panis was goed op dreef. De Fransman scoorde met grote regelmaat punten en behaalde bij de Grands Prix van Brazilië (3e) en Spanje (2e) zelfs het podium. Het noodlot sloeg evenveel toe in Canada waar Panis bij een zware crash zijn beide benen brak en het grootste gedeelte van de rest van het seizoen aan zich voorbij moest laten gaan. Panis werd vervangen door de jonge Italiaan Jarno Trulli, die overkwam van Minardi. Trulli maakte direct grote indruk door vierde te worden bij de Grand Prix van Duitsland en zelfs aan de leiding te rijden bij de Grand Prix van Oostenrijk. De Italiaan leek op weg naar een zekere tweede plaats toen zijn motor echter de geest gaf. Aan het eind van het seizoen keerde Panis terug voor de laatste drie races en had Trulli reeds een contract voor 1998 getekend. Prost eindigde in het debuutseizoen van de renstal uiteindelijk op een verdienstelijke zesde plaats in het constructeurskampioenschap.

Voor 1998 verzekerde Prost van fabrieksmotoren van Peugeot. Het maakte het Franse team über-Frans en een droom voor Prost kwam uit. Jammer genoeg werd het in de praktijk meer een nachtmerrie. Waar Jordan een race won met Mugen-Honda motoren die Prost ingeruild had, scoorde het Franse fabrieksteam welgeteld één schamel puntje in het hele seizoen. Wat nog meer in het oog sprong dan het gebrek aan prestaties was de vormcrisis van Olivier Panis, die na zijn beenbreuk zichtbaar moeite had om op zijn oude niveau terug te komen.

Toch mocht de Fransman blijven voor het seizoen 1999, evenals Trulli. Heel veel beter werden de prestaties niet, met als enige uitzondering de tweede plaats van Trulli tijdens de knotsgekke en verregende Grand Prix van Europa op de Nürburgring. Het was een hoogtepunt in een verder donker seizoen en het verbaasde niemand dat Prost het over een andere boeg wilde gooien. Van Olivier Panis werd afscheid genomen en Jarno Trulli koos er zelf voor om de deur achter zich dicht te trekken en te verkassen naar het team van Jordan.

Als nieuwe rijders werden voor het seizoen 2000 de ervaren Fransman Jean Alesi aangetrokken alsook regerend Formule 3000-kampioen en McLaren-Mercedes-protegé Nick Heidfeld. Ondanks de positieve sfeer voorafgaand aan het seizoen werd 2000 het slechtste seizoen voor Prost. Er werd niet één WK-punt gescoord en als er al de kans op een goed resultaat was, kwamen de coureurs meer dan eens met elkaar in aanraking op de baan. Voor Peugeot was de maat vol. Het bedrijf trok de stekker uit het Formule 1-project en liet Prost zonder motor zitten. Ook veel grote Franse sponsoren, zoals sigarettenfabrikant Gauloises, beëindigden de relatie met de renstal waardoor het budget een flinke knauw kreeg. Ferrari toonde zich bereid om Prost als klant aan te nemen en met een tot Acer omgedoopte krachtbron begon het team aan wat een bijzonder rommelig 2001 zou worden. Nick Heidfeld had het na een jaar wel gezien in Franse dienst en koos een vervolg van zijn carriere bij het Zwitserse Sauber. Hij werd vervangen door de Argentijnse pay driver Gaston Mazzacane die een jaar eerder achteraan rond reed voor Minardi. Het aantrekken van Mazzacane en zijn gefortuneerde sponsor PSN was geen beslissing genomen uit luxe. Voor het eerst moest Prost gaan betalen voor zijn motor en na drie slechte jaren in successie stonden de sponsoren niet in de rij. Om wat extra sponsoren aan te trekken bediende Prost zich van een oude truc. Tijdens de wintertesten reed het team dusdanig competitieve tijden dat veel volgers twijfelden aan de oprecht van de prestaties. Prost had wel succes. Een andere ex-F1-coureur, Pedro Diniz, stapte met Parmalat-sponsoring in bij het team.  

Jean Alesi bleef het Franse team trouw, maar stapte halverwege het seizoen na de zoveelste botsing met Prost over naar het team van Jordan. Alesi had op dat moment al wel vier WK-punten bij elkaar gereden, wat een immens aantal was voor Prost. Hij werd vervangen door Heinz-Harald Frentzen die eerder juist door Jordan op straat gezet was. Gaston Mazzacane had toen het veld al moeten ruimen. De Argentijn was dusdanig langzaam dat hij al vroeg in het seizoen uit zijn lijden verlost werd. Zijn vervanger was Luciano Burti, die op zijn beurt bij Jaguar moest vertrekken door de komst van Pedro de la Rosa. Burti zou het seizoen bij Prost niet afmaken omdat hij op Spa-Francorchamps hard crashte met ex-Jaguar-teamgenoot Eddie Irvine. De twee toucheerden elkaar en vervolgens schoot de blauwe bolide van Prost ging head-first de banden in. Het duurde een flinke tijd voordat de marshalls de Prost onder de banden vandaan hadden en Burti medische assistentie kon krijgen.

In Monza werd zijn plekje ingenomen door Tjech Tomas Enge. Hij maakte samen met Frentzen het seizoen af, maar punten werden niet meer gescoord. De laatste weken van het seizoen ging het bij het echter al nauwelijks meer over de sportieve prestaties, maar meer over het voortbestaan van het team. Op 22 november 2001 werd het team officieel onder curatele gesteld en omdat er in de weken die volgden geen structurele oplossingen voor de financiële moeilijkheden gevonden werden, volgde op 28 januari 2002 officieel het faillissement. Alain Prost was een ervaring rijker, maar een illusie armer.

Naar boven