Like ons!

Formule 1

Onderzoek toont aan: Goede coureurs botsen vaker met elkaar dan slechte coureurs

De allerbeste Formule 1-coureurs botsen veel vaker met elkaar dan minder goede coureurs. Vooral als ze aan elkaar gewaagd zijn. Dat is de conclusie van een internationale groep sociologen die alle F1-races van 1970 tot en met 2014 onderzochten.

Ze publiceerden hun bevindingen in een artikel in het tijdschrift PNAS. Voor hun analyse keken de onderzoekers niet naar massa-crashes, maar naar één op één incidenten tussen coureurs. 'Bijvoorbeeld naar Lewis Hamilton en Nico Rosberg', zegt Henning Piezunka, onderzoeker van het Franse instituut Insead in het NRC. 'Zij moesten in een rechtstreeks duel in 2014 gaan bepalen wie er wereldkampioen zou worden. Ook zou de botsing van vorig jaar tussen Max Verstappen en Daniel Ricciardo vorig jaar in Hongarije in aanmerking zijn gekomen.'

De wetenschappers baseren op hun onderzoek de veronderstelling dat deze botsingen gerelateerd zijn aan maatschappelijke conflicten waarbij status een grote beïnvloedingsfactor is. Hun hypothese is dan ook dat conflicten sneller ontstaan tussen twee gelijkwaardige personen. Bijvoorbeeld twee directeuren van gefuseerde bedrijven of twee even sterke jonge mannen in een straatbende. Dus ook tussen Formule 1-coureurs die ongeveer even oud zijn en in de top van de Formule 1 rijden. 'Die twee kunnen gaan concurreren en die wedijver kan escaleren tot een conflict', ligt Piezuka toe. 

Uit een analyse van 732 races en 355 deelnemende coureurs kwam naar voren dat toppers vaker crashen. Wereldkampioenen Nigel Mansell en Alain Prost het vaakst. De kans op crashes is het grootst als de leeftijden van de kemphanen dichtbij elkaar liggen. De heren Formule 1-coureurs zijn gewaarschuwd. (fotocredit: 

Naar boven