Met de eerste Grand Prix van het seizoen achter de rug kan er een eerste directe vergelijking worden gemaakt met vorig seizoen. Wanneer de kwalificatietijden van dit seizoen naast de tijden van vorig jaar worden gelegd valt op te maken dat het team van Red Bull Racing de minste winst heeft geboekt. De werkgever van
Max Verstappen was dit jaar tijdens de kwalificatie 0,559 seconden sneller ten opzichte van 2018, zo blijkt uit een analyse van
Auto, Motor und Sport. Daarmee blijft de Oostenrijkse renstal achter op concurrenten
Mercedes AMG en Scuderia
Ferrari, die respectievelijk 0,698 seconden en 0,638 seconden sneller waren tijdens de kwalificatie dit jaar.
Een stuk positiever voor de sport is de conclusie dat het middenveld een grote stap voorwaarts heeft gezet naar het middenveld. De grootste winst is geboekt door het team van
Alfa Romeo Racing, vorig jaar nog Alfa Romeo Sauber, die dit jaar 2,242 seconden sneller waren ten opzichte van vorig jaar. Het team van Renault behaalde in het middenveld de minste winst, de Fransen waren ‘slechts’ 0,992 seconden sneller. Dat het team van Williams problemen kent is inmiddels wel duidelijk, maar dat blijkt ook uit een vergelijking van de kwalificatietijden; terwijl de rest een grote winst boekten, was Williams op de zaterdag 0,130 seconden langzamer ten opzichte van de kwalificatiesessie in 2018.
Drie redenen: motoren, voorvleugel en samenwerking
Er zijn drie voornaamste redenen dat het middenveld zoveel winst boekt en de topteams ook een stap voorwaarts zetten. Ten eerste de motoren; het verschil tussen de vier motorleveranciers Mercedes, Ferrari, Honda en Renault zou nog maar dertig pk zijn. Ook speelt de nieuwe voorvleugel een rol, die een stuk eenvoudiger is gemaakt en de topteams daarmee ook minder ruimte geeft om winst te behalen ten opzichte van de concurrent. De derde reden is de samenwerking die teams met elkaar aangaan; doordat Ferrari nauw samenwerking met de teams van Haas en Alfa Romeo lopen de klantenteams ook in op de rest van het veld.