De Formule 1 staat bekend als een mannenwereld en sinds
Susie Wolff een vrije training reed tijdens het weekend van de Grand Prix van
Groot-Brittannië in 2014, heeft er geen enkele vrouw meer een officiële sessie
gereden. James Vowles, de teambaas van Williams, de renstal waar Wolff destijds
een aantal ronden voor reed, ziet dat er aanpassingen nodig zijn in de
juniorcategorieën. De Brit denkt dat dit het glazen plafond zou kunnen wegnemen
voor vrouwelijke coureurs.
Wolff staat nu aan het hoofd van de
F1 Academy, een
raceserie volledig gericht op vrouwen die hen naar hogere categorieën zou
moeten helpen. De FIA toont dus ambitie om de sport toegankelijker te maken,
maar Vowles ziet dat de auto’s die gebruikt worden, van het type F4, niet te
vergelijken zijn met de auto’s die in andere klassen gebruikt worden. ‘We
hadden er een vergadering over met de Formule 1’, wordt Vowles geciteerd door
de Franse tak van
Motorsport.com. ‘Voor de Academy is deze auto prima, ze zijn vrij
goed beheersbaar’, aldus de teambaas van Williams.
Bolides hogere categorieën gebouwd voor mannen
Vowles ziet dat de bolides in andere categorieën allemaal
ontworpen zijn voor mannen, iets wat bij reguliere auto’s voor op de weg ook
gebeurt. Zo worden daar bijvoorbeeld voornamelijk mannelijke dummy’s gebruikt,
waarbij een kleiner formaat mannelijke dummy dan een vrouw voor moet stellen.
Dat die auto’s volledig gebouwd zijn rond een man, is volgens Vowles een
probleem voor vrouwen die verder willen komen in de autosport. ‘Ze zien niet
ontworpen om iedereen een comfortabel gevoel te geven tijdens het rijden’, meent
de Brit.
De Williams-teambaas ziet verbeterpunten. ‘Het belangrijkste
is het stuur’, vertelt hij. ‘De kracht die je nodig hebt om een Formule
1-bolide een bocht te laten maken, ligt tussen de 10 en 15 Newtonmeter’, legt
Vowles uit. ‘Bij de Formule 2-auto’s is het vier keer zo veel.’ Dat is waar het
grote probleem begint volgens de Brit. ‘Het krachtniveau verklaart waarom de
Formula 1-auto uit een technisch oogpunt makkelijker te besturen is’, zegt de
man van Williams, die er wel direct aan toevoegt dat de downforce van die bolides
het als totaalplaatje een moeilijkere auto maken.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De F1 Academy-auto's zijn niet te vergelijken met die van de hogere Formules (Foto: Pirelli)
Vowles denkt dat er verbetering mogelijk is. ‘Maar als je
kijkt naar het fysieke aspect, dan is het gewicht dat bij het besturen van zo'n
auto in een bocht van richting veranderd moet worden heel anders’, keert hij
weer terug naar het punt dat hij wilde maken over het verschil tussen de auto’s
van het type F4 en de categorieën daarboven. ‘Dat is waar we als sport nog
vooruitgang moeten boeken’, luidt de mening van de voormalig engineer van
Mercedes. Ook Wolff sprak al eens over dit onderwerp en de Schotse deelt de
mening van Vowles. ‘Onze reis beperkt zich niet tot de F1 Academy’, zinspeelt Vowles
op mogelijke stappen op dit gebied in de toekomst.
Vowles hoopt in toekomst op verandering
De aanpassingen die aan de Formule 2-wagens werden gedaan dit
jaar, lossen het probleem volgens Vowles niet op. De engineer blijft hameren op
het verder dichten van de technische en mechanische kloof tussen verschillende autosportkampioenschappen.
‘De volgende stappen die willen nemen zijn om categorieën als FRECA en de
Formule 2 en 3 beheersbaarder en bestuurbaarder te maken’, geeft de
Williams-teambaas aan. ‘Het zal niet gebeuren van de ene op de andere dag. Deze
auto’s ondergaan maar eens in de vier jaar ingrijpende veranderingen, maar deze
zullen de volgende keer zeker meegenomen worden’, sluit Vowles optimistisch af.