Er zijn heel veel talentvolle coureurs die zijn voorbestemd om Formule 1-coureur te worden, maar het uiteindelijk niet halen. Of in sommige gevallen nét niet halen. Die coureurs spreken wij in onze nieuwe rubriek ‘Nét niet’ over hun carrière en waarom het uiteindelijk niet gelukt is om de stap naar de Formule 1 te maken. Aflevering 1: Bas Leinders
Bas Leinders was eind jaren ’90 een talentvolle Vlaming die door zijn successen in de lagere reeksen hard op weg leek naar de Formule 1. Uiteindelijk heeft Leinders de koningsklasse van de autosport nét niet gehaald. Tussen Jos Verstappen, Christijan Albers en Robert Doornbos door was de Belg testcoureur van Minardi, maar tot een Grand Prix-start is Leinders niet gekomen, ondanks dat hij vaak sneller was dan de toenmalige race-coureurs.
De in Bree geboren Leinders begon op 11-jarige leeftijd met karten en won direct veel wedstrijden. Hij stroomde op achttienjarige leeftijd door naar de autosport waar hij meteen het Belgisch én Benelux-kampioenschap Formule Ford op zijn naam schreef.
F1Maximaal: Had je door dat er een mooie toekomst in de autosport was weggelegd? Durfde je toen al aan Formule 1 te denken?
Bas Leinders: ‘Ik ben met karting begonnen omdat ik dat leuk vond en Formule Ford was een logische stap, maar in die eerste fase dacht ik niet aan Formule 1. Het was pas na mijn eerste jaar in de Formule Ford dat ik aan F1 begon te denken omdat ik ook in de autosport wedstrijden en kampioenschappen begon te winnen.’
Na zijn Formule Ford volgde de Formule Opel en het kampioenschap in de Formule 3 voordat Leinders overstapte naar de Formule 3000 waar hij eind 1998 één race reed voor het McLaren-juniorteam West Competition naast de Duitser Nick Heidfeld en tegen onder andere Juan-Pablo Montoya.
Hoe heb je die tijd ervaren? Kon je de Formule 1 al ruiken?
‘Formule 1 begon al dichtbij te komen toen ik Formule Opel aan het racen was want verschillende races werden verreden in het voorprogramma van de Formule 1 en ook van het DTM. Iedere keer dat ik na het podium terug liep naar onze paddock, mocht ik met mijn beker door de F1 paddock lopen. Op een gegeven moment begonnen journalisten en Formule 1-teamleden zich afvragen: Wie is die Belg nu eigenlijk?’
‘Bij West Competition had ik een McLaren Junior contract voor de laatste race van 1998 en een voorcontract om Nick Heidfeld te vervangen want hij moest na het behalen van de Formule 3000 titel doorstromen naar de Formule 1. Hij won echter het kampioenschap niet. De titel ging naar Montoya. Dus kon ik fluiten naar mijn contract omdat Heidfeld bij het team bleef.’
Leinders bleef wel actief in de Formule 3000 en ging racen voor het Belgische Witmeur KTM-team. Doordat het echte grote succes uitbleef stapte dit team na enkele jaren over naar een andere raceklasse, het World Series by Nissan-kampioenschap.
Was je carrière anders verlopen als je de kans had gehad, bijvoorbeeld bij West Competition, om serieus voor het F3000 kampioenschap te kunnen knokken?
‘Natuurlijk zou het iets makkelijker zijn geweest mocht ik in 1999 een seizoen met het Mclaren Junior team mogen rijden. In die laatste F3000 race in 1998 was ik meteen in mijn eerste kwalificatie 7de van 34 coureurs, met Witmeur Team KTR in de eerste race in Imola was ik zelfs niet gekwalificeerd! Maar ik heb later toch nog zeer mooie resultaten kunnen halen met KTR zowel in de F3000 als de World Series by Nissan.’
Ondanks de omweg van het Nissan-kampioenschap bereikte Leiders de ranken der Formule 1-coureurs. In januari 2004 testte hij voor het team van Jordan.
Hoe voelde die eerste keer in een Formule 1-wagen? Lagen er bij Jordan serieuze mogelijkheden voor je?
‘In januari 2004 heb ik uiteindelijk mijn eerste F1 test kunnen afleggen. Eigenlijk had ik dat al veel eerder moeten doen, zeker na mijn titel in de Duitse Formule 3. Op het moment van de test was er nog plaats voor een derde rijder bij Jordan, uiteindelijk had een andere coureur meer dan het dubbele van het budget dan ik kon ophoesten. Dat hield dus op. Uiteindelijk lagen mijn enige mogelijkheden bij Minardi. Ik heb daarbij steun gekregen van Eddie Jordan want mijn eerste test was niet meteen een succes door een crash waar ik niets aan kon doen en gelukkig heeft Eddie dat ook doorgegeven aan Paul Stoddart.’
Minardi had eind 2003 afscheid genomen van Jos Verstappen als coureur en had wel oren naar de diensten van de Belg.
Je tekende bij Minardi een contract als test- en reserverijder en hebt de bij de meeste Grands Prix de eerste vrije training gereden waarbij je vaker wel dan niet sneller was dan de racecoureurs (Zsolt Baumgartner en Gianmaria Bruni, red). Lagen er mogelijkheden om een van beide te vervangen?
‘Minardi was mijn enige optie en mijn contract stond duidelijk dat alleen ik in aanmerking zou komen voor een racestoeltje als een van de twee uit zou vallen.
Hoe teleurgesteld was je dat je tijdens de eerste vrije training in Australië niet mocht rijden omdat je nog niet in aanmerking kwam voor een superlicentie?
‘Natuurlijk was ik teleurgesteld, maar gelukkig was het enkel uitstel en geen afstel. Het was het eerste jaar dat je ook 300km in een F1 moest testen voordat je een Super Licentie kon verkrijgen. We hadden geen tijd meer voor Melbourne dus heb ik dat een week later gedaan in Fiorano voor af te reizen naar Sepang voor de Grand Prix van Maleisië.
Hoe lang heb je gehoopt op een racezitje voor 2005, dat uiteindelijk naar Christijan Albers ging?
‘Op het einde van het seizoen 2004 wist ik al dat ik geen race zitje zou kunnen krijgen, maar ik ben wel lang in de running geweest om testcoureur te worden bij Williams, een job die uiteindelijk naar Nico Rosberg ging, en ook bij Ferrari want die wilden Luca Badoer vervangen omdat hij tijdens de wintertests drie grote crashes had waarbij hij de wagen compleet afschreef. Uiteindelijk heeft Ferrari hem toch aan boord gehouden. Mijn manager was Rick Gorne. Hij was toen ook manager van Marc Gene, de andere Ferrari test piloot, dus de contacten waren goed.’
Waarom is het uiteindelijk nét niet gelukt om een racezitje in de F1 te bemachtigen?
‘Eigenlijk was het al te laat. Na mijn F3 titel had het moeten lukken maar mijn toenmalige manager kende niemand in de F1 dus is hij ook geen deuren gaan openen. Hij dacht dat het allemaal vanzelf zou gaan, niet dus. In 2001 had ik ook een kans om Heinz-Harald Frentzen te vervangen in de Grand Prix van België op Spa. Het budget was rond net zoals de Superlicentie maar Niki Lauda, toen baas bij Cosworth, besloot om geen motoren meer te leveren aan Arrows en dat was ook het einde van het team.’ (fotocredit: Pinterest)
Hans van Brunschot