Wij Nederlanders herinneren ons het Grand Prix-weekend in Japan voornamelijk vanwege het Formule 1-debuut van Max Verstappen die dat weekend als zestienjarige voor het eerst deelnam aan een officiële Formule 1-sessie.
Wereldwijd staat het weekend van 3, 4 en 5 oktober 2014 om een heel andere reden in geheugens gegrift. Het was het weekend dat de naweeën van tyfoon Phanfone het circuit van Suzuka teisterden. De tyfoon die het Japanse land de dagen daarvoor in volle kracht getroffen had zorgde er voor dat vooral op zondag verschrikkelijk slecht weer was. De organisatoren van de Japanse Grand Prix drongen er bij de FIA en het Formule 1-management op aan om de race naar maandag te verplaatsen, maar omdat de Grand Prix van Rusland een weekend later op de planning stond, was dat niet mogelijk.
Op zondagmiddag om 15.00u stond er een flinke laag water op het circuit. De race begon zonder installatieronde achter de safety-car. Ondanks de lage snelheid, spinde Marcus Ericsson in zijn Caterham van de baan. Lewis Hamilton, die direct achter de safety-car reed, klaagde over een slechte visibiliteit. De race werd opgeschort.
Na twintig minuten werd de race hervat nadat het grotendeels was opgehouden met regenen. Desondanks bleven de omstandigheden moeilijk. De safety-car gaf het veld vrij in de negende ronde vrij. In de 24ste ronde werd DRS vrijgegeven. Aan de kop van het veld was het wederom een duel tussen Mercedes-teamgenoten Hamilton en Rosberg. Her en der misten coureurs rempunten, bochten en vooral grip wat tot de nodige uitstapjes buiten de baan leidde. Allemaal redelijk onschuldige incidenten. Tot ronde 42. Adrian Sutil, rijdend voor het team van Sauber verloor door aquaplaning de controle over zijn wagen in de Dunlop-bocht en vloog op hoge snelheid van de baan. De Duitser raakte met redelijke snelheid de vangrail. In plaats van de safety-car naar buiten te sturen opteerde wedstrijdleider Charlie Whiting voor het zwaaien van dubbele gele vlaggen om coureurs te waarschuwen en snelheid zou laten minderen terwijl een kraanwagen de gestrande Sauber weghaalde.
Een ronde later verloor Jules Bianchi, eerder dat jaar de eerste coureur die WK-punten scoorde namens het team van Marussia, op dezelfde plek met 213 kilometer per uur de controle over zijn Marussia en ging recht op de kraanwagen af die de Sauber van Sutil aan het bergen was. De impact was heftig. De Marussia raakt de kraanwagen precies op het punt dat de wagen en de coureur de minste weerstand hebben. De neus van de wagen scheurt onder de kraanwagen door en het eerste contact wordt gemaakt door de helm van Bianchi.
De Marussia wordt door de kraanwagen enkel geremd en komt pas een meter later tegen de vangrail volledig tot stilstand. De race wordt afgevlagd en het is direct duidelijk dat er sprake is van een ernstige situatie. Bianchi wordt voorzichtig uit zijn wagen gehaald en in eerste instantie ter plekke behandeld aan zijn verwondingen. Daarna wordt hij onder politiebegeleiding met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht.
Langzaam maar zeker sijpelen berichten door dat Bianchi aan het vechten is voor zijn leven. Vader Phillippe Bianchi meldde dat zijn zoon ernstige verwondingen aan zijn hoofd had en dat hij operaties onderging om de interne bloedingen te stoppen. Na de operaties werd Bianchi in een kunstmatige coma gebracht om zijn herstel te bevorderen. Vanuit het ziekenhuis werd er nog altijd veel voorzichtigheid betracht. Artsen stelden dat gezien hoe Bianchi het ziekenhuis binnen was gekomen het een wonder zou zijn als de coureur het ongeval zou overleven.
Na enkele weken in het Japanse ziekenhuis gelegen te hebben werd Bianchi, nog altijd in coma, op verzoek van zijn familie overgeplaatst naar het ziekenhuis in het Franse Nice waar hij in de nabijheid van zijn familie was. Jules Bianchi overleed uiteindelijk op 17 juli 2015 aan zijn verwondingen, maar het grootste deel van Jules Bianchi overleed op 5 oktober 2014 op Suzuka.