Tijdens de Grand Prix van Italië in 2015 haalde Marcus Ericsson voor het laatst puntjes in de Formule 1. Maar liefst 2,5 jaar heeft het geduurd voordat de Zweed wederom als negende over de streep kwam.
'Dit is een enorme opluchting, want ik heb een paar moeilijke jaren achter de rug. Ik heb er sinds die Italiaanse Grand Prix wel een aantal keer dichtbij gezeten, maar altijd als ik op weg leek naar punten, gebeurde er weer iets', begint hij op Motorsport.com.
Zijn teamgenoten in 2016 en 2017 pakte daarentegen wel punten. Een vertekend beeld, zo denkt Ericsson. 'Wat betreft 2016: als je over het hele seizoen kijkt, dan was ik veel sterker dan Felipe Nasr. Hij had een geweldige race in Brazilië met een prachtig resultaat (negende in de regen), maar kijkend naar het hele jaar dan was ik in de kwalificaties en races sterker dan hij.'
'En vorig jaar had Pascal ook twee sterke races waarin hij punten pakte, maar gemiddeld genomen waren wij de twee teamgenoten van de hele grid waar het minste verschil tussen zat. Daarnaast reed ik het grootste gedeelte van het seizoen met tien kilogram ‘strafgewicht’, wat voor een Formule 1-auto heel veel is. Ik weet van mezelf waartoe ik in staat ben en dat weet het team ook, in Bahrein heb ik het laten zien. Ik ben altijd in mezelf, mijn kwaliteiten en het team blijven geloven', aldus een gemotiveerde Ericsson.