Daniel Ricciardo vindt dat hij een klootzak kan zijn maar dan op een nette manier. In een groot interview met De Telegraaf vanmorgen vertelt de Australiër dat hij voor de buitenwereld ,door zijn kenmerkende glimlach en goede humeur, als een te lieve jongen wordt gezien. Er wordt wel eens over Ricciardo gedacht dat hij een doetje is. 'Mensen dachten wel eens dat ze een loopje met me konden nemen. Dat ik te lief, te aardig was. Op de baan, maar ook ernaast, bijvoorbeeld bij zakelijke onderhandelingen. Dat is nu niet meer het geval. Als kind was ik zeker te lief. Ik heb langzaam maar zeker geleerd voor mezelf op te komen, onder andere door te gaan boksen. Dat heeft zeker geholpen. Het gaf me zelfvertrouwen. Of ik daarna nog wel eens gevochten heb? Ja, één keer. Ik won', vertelt hij lachend.
Door zijn altijd goede humeur en vriendelijkheid in het paddock zou je niet snel van hem verwachten dat Ricciardo ook een klootzak kan zijn. 'Geloof me, ik kan een klootzak zijn. Met een killer smile. Het is niet zo zwart-wit als vaak wordt gesteld. Je kunt meedogenloos zijn op een nette manier. Natuurlijk, het kan ook op een vervelende manier.' Ricciardo kiest voor een andere aanpak: 'Ik beschouw mezelf als een van de agressiefste en meest competitieve coureurs op de grid, terwijl de meesten me best een aardige vent vinden. Of anders gezegd: niet iedereen haat me.' (Foto: Red Bull Content Pool)