Red Bull Racing eindigde achter Mercedes op de derde plek in het constructeurskampioenschap, maar het Oostenrijkse team zal toch meer geld moeten overmaken om beide coureurs in te schrijven voor 2026 dan haar Duitse rivaal. McLaren wordt financieel het zwaarst belast, terwijl Racing Bulls financieel profiteert van een afwijkende keuze van de rest. Laurent Mekies kreeg in 2014 het verzoek van de toenmalige
FIA-president, Jean Todt, om een nieuw superlicentiesysteem op te zetten. Sindsdien moeten jonge coureurs hard werken om minimaal veertig punten te verdienen in de opstapklassen. Deze punten zijn nodig om te kwalificeren voor een
Formule 1-superlicentie. Zonder dat 'rijbewijs' mag je niet aan de start van een Grand Prix verschijnen.
Kosten stijgen verder
Hoewel de coureurs zich dus al ruimschoots hebben moeten bewijzen om in aanmerking te komen voor een plekje in de Formule 1, betekent dit niet dat de inschrijving gratis is. Alle coureurs krijgen elk jaar weer een forse rekening om de nieuwe superlicentie aan te vragen. Afgelopen jaar ging het om een basisbedrag van 11.453 euro met nog een extraatje van 2.313 euro per behaald punt in 2024.
Voor 2026 zijn de kosten verder gestegen. Het basisbedrag ligt nu op 11.842 euro, en daar komt per behaald punt nog 2.392 euro bij. De kosten liggen dus zo'n vier procent hoger dan een jaar eerder. Het goede nieuws voor de teams is dat dit doorgaans ook betekent dat het prijzengeld stijgt.
Norris en Verstappen boven het miljoen
Coureurs die in 2025 minimaal 414 punten behaalden, krijgen een rekening van meer dan een miljoen euro op de deurmat. Voor 2026 geldt dit voor wereldkampioen
Lando Norris en vicekampioen
Max Verstappen.
Oscar Piastri blijft nipt onder het miljoen, maar brengt de totale kosten voor McLaren wel op ruim twee miljoen euro. Achter de topcoureurs zakken de prijzen snel. Lewis Hamilton is namelijk nog geen 400.000 euro kwijt, en de meeste middenvelders zitten rond de ton.
De tekst gaat verder onder de tabel.
Verstappen en Norris zijn de grootverdieners, ook voor de FIA.
Red Bull betaalt meer dan Mercedes
Hoewel het vreemd lijkt dat de topcoureurs, die zich al ruimschoots bewezen hebben in de sport, veel meer geld voor hun rijbewijs moeten betalen dan de achterhoedeklanten, hoeven de coureurs dit bedrag doorgaans niet zelf over te maken. De teams betalen dit bonnetje over het algemeen, waarbij de teams met de hogere kosten normaal gesproken dus ook meer prijzengeld hebben ontvangen. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn vanwege transfers van de coureurs.
Acht Formule 1-teams houden in 2026 vast aan hun coureurs van 2025, terwijl Cadillac voor twee coureurs kiest die in 2025 zonder stoeltje zaten. Het Amerikaanse team is daardoor het goedkoopst uit en hoeft maar 23.684 euro te betalen. De andere acht teams betalen een rekening die bepaald is op basis van het aantal constructeurspunten in 2025. McLaren staat dus ver bovenaan, voor Mercedes, Ferrari, en Williams.
De tekst gaat verder onder de tabel.
Verstappen jaagt Red Bull op kosten.
Red Bull Racing en Racing Bulls vormen hier de uitzonderingen op. Mercedes versloeg Red Bull weliswaar in het constructeurskampioenschap, maar
Isack Hadjar behaalde 51 punten, terwijl
Yuki Tsunoda bij Red Bull op 30 punten bleef steken. Dit houdt in dat Red Bull geen rekening voor de behaalde 451 punten moet betalen, maar voor 472 punten. Door de promotie van Hadjar, die dus al boven Tsunoda eindigde, komt Red Bull duurder uit dan Mercedes. Vooral Verstappen jaagt het Oostenrijkse team natuurlijk op kosten met een bijdrage van ruim een miljoen.
Racing Bulls profiteert juist van de promotie van kopman Hadjar. Het zusterteam van Red Bull is de enige renstal die voor een rookie kiest. Arvid Lindblad hoeft 'slechts' 11.842 euro over te maken, en Liam Lawson verzamelde in 2025 maar 38 punten. Racing Bulls eindigde dus als zesde in het kampioenschap, vóór Aston Martin, Haas, en Audi, maar hoeft wel minder geld over te maken dan deze teams.