Lando Norris begon de eerste sprintrace van het jaar op
poleposition na een goede kwalificatie op de vrijdag. De Brit verloor zijn
positie echter al vroeg in de eerste ronde en viel een aantal plekken terug. ‘Ik
raakte het kwijt, iets anders kan ik niet zeggen’, geeft hij aan in een
interview met F1TV. Norris ging de eerste bocht veelbelovend in maar kwam al
snel in de problemen. ‘Ik probeerde het vast te houden aan de buitenkant’, vertelt
hij. ‘Maar met dit asfalt en hoe slecht het is, ging ik toch wijd.’ Naast het
slechte asfalt speelden er nog een aantal zaken niet in het voordeel van de
McLaren-coureur.
‘De banden waren koud en ik raakte de achterkant kwijt’, vervolgt hij. Door een
opeenstapeling van deze zaken viel de Brit uiteindelijk een stuk terug, maar
hij bleef wel in een positie om punten te halen.
McLaren had matige pace, maar DRS hielp Norris
‘Het is jammer, maar het gebeurt wel eens’, vindt Norris,
die het verloop van de race uiteindelijk toch vooral frustrerend vond. ‘We hadden het lastig met onze
pace. Ik kon alleen blijven volgen dankzij de DRS, anders was ik enorm
teruggevallen’, geeft hij eerlijk toe. De man van McLaren was één van de
coureurs die terecht kwam in de DRS-trein achter Fernando Alonso. De matige
pace waar hij het over heeft, werd gedurende de rest van de wedstrijd niet beter. ‘Onze
pace was vrij slecht’, geeft Norris aan. ‘We liepen aan het einde bovendien nog
wat schade op.’
De coureur van McLaren ging met hogere verwachtingen van
start, maar blijft toch realistisch en weet dat het hoe dan ook moeilijk was
geworden. ‘Het was een lastige race, niet waar we op hoopten’, vertelt hij. ‘We
hebben een aantal punten gehaald. Ik denk dat we uiteindelijk toch wel op een
soortgelijke positie waren geëindigd.’ De Brit is toch van mening dat een
betere klassering dan de uiteindelijke zesde plaats wel mogelijk had moeten
zijn. ‘We hadden meer punten kunnen pakken, maar die heb ik met een paar
foutjes verspeeld’, concludeert Norris.