Tijdens het Grand Prix-weekend in Qatar kwamen alle twintig Formule
1-coureurs bijeen voor de jaarlijkse Driving Standards Review met de
FIA-stewards. Deze vergadering richt zich op richtlijnen rond
incidentafhandeling, straffen en raceregels, en wordt ieder seizoen gebruikt om
processen te evalueren. Volgens Martin Brundle verliep de meeting niet voor
iedereen even soepel, maar er vond géén 'walk-out' plaats. Wel sprak de analist
met coureurs die overwogen voortijdig te vertrekken. De
FIA zelf bracht na afloop een toelichting uit, mede omdat
de
Driving Standards Guidelines opnieuw onderwerp van discussie waren. Het
document, dat rijders inzicht moet geven in hoe bepaalde situaties worden
beoordeeld, leidde dit seizoen vaker tot vragen over consistentie. Met
Oscar Piastri’s straf in Brazilië als een prominent voorbeeld zagen coureurs en teams
aanleiding om verduidelijking te vragen. In Qatar werd daarom opnieuw besproken
hoe richtlijnen moeten worden gelezen en toegepast.
Coureurs twijfelen
Brundle beschrijft dat onvrede bij enkele aanwezigen wel
degelijk speelde. ‘Ik heb met één of twee mensen gesproken die overwogen om weg
te lopen uit die meeting.’ Hij legt daarbij uit waarom zij twijfelden. ‘Ze waren
er niet blij mee en vonden het gewoon een beetje tijdverspilling.’ De oud-coureur
benadrukt dat dit geen collectief standpunt was, maar eerder individuele
reacties op de inhoud van de sessie.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Max Verstappen en Fernando Alonso zijn vaker kritisch op de wedstrijdleiding, en het zou niet gek zijn als zij ook nu niet tevreden waren.
Tijdens een gesprek met
David Croft gaat Brundle in op
bredere vragen rond consistentie. Op Crofts opmerking dat er ‘nog ruimte voor
verbetering’ is, reageert hij. ‘Ja, ik denk dat die er altijd zal zijn bij
wedstrijdleiding.’ Brundle wijst op de natuur van incidentbeoordeling in de
Formule 1. ‘Uiteindelijk is het subjectief. Het is een kwestie van mening bij
veel van deze dingen.’
Tegelijkertijd ziet Brundle dat de stewards onder grote druk
opereren. ‘Ik vind dat de stewards in de basis een goede job doen in
een zeer uitdagende en drukke situatie waarin ze binnen een paar ronden een
beslissing moeten nemen zodat fans idealiter naar huis kunnen gaan in de
wetenschap wat de uitslag is.’ Technische zaken vormen daarin een uitzondering. ‘Je kunt de vloer van een auto niet halverwege een Grand Prix meten.’
Brundle geeft aan dat diversiteit aan meningen inherent is
aan zulke bijeenkomsten. ‘Als je twintig coureurs om een mening vraagt, krijg
je twintig verschillende meningen, en dat was precies hetzelfde toen ik coureur
was.’ Daarmee schetst hij waarom een uniforme reactie op de meeting niet te
verwachten is. Dat sommige rijders het als weinig waardevol zagen, betekent
volgens hem niet dat de hele groep dat vond.
Piastri en Russell wel blij
Piastri is juist positief over de bijeenkomst. ‘Ik vond het zeer productief.’ De
McLaren-coureur benadrukt het belang
van direct overleg. ‘Ik denk dat het goed is om onze directe feedback te geven
aan de stewards. Ik
denk dat het opruimen van een paar dingen.’
Piastri wijst erop dat richtlijnen nooit volledig waterdicht
zijn: ‘Wanneer je probeert enige vorm van richtlijnen of formuleringen rond
racen te maken, zullen er altijd ergens gaten zitten. Het is onmogelijk om
alles af te dekken.’ Hij vond het nuttig dat de groep manieren besprak om die
hiaten te verkleinen. ‘Sommige ideeën en meningen over hoe we een paar van die
gaten konden dichten, waren goed.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Russell en Piastri zijn tevreden over de meeting.
George Russell sluit zich als GPDA-directeur bij Piastri
aan. ‘Ja, zeker productief’, zegt hij over de meeting. Hij benadrukt dat de
coureurs het opvallend vaak eens waren. ‘Van de incidenten die werden getoond,
waren alle coureurs het eens over welke straf er had moeten zijn, of het gebrek
aan straf.’ Volgens Russell moeten richtlijnen flexibel blijven. ‘Elke baan is
anders. Elke inhaalactie is anders. Elke situatie is anders.’
Russell voegt toe dat zowel coureurs als stewards soms
moeten vertrouwen op ervaring. ‘Soms moet je die racekennis gebruiken die we
als coureurs in 20, 30, 40 jaar hebben opgebouwd.’ Ook de stewards moeten
volgens hem niet blind op tekst vertrouwen. ‘Soms moeten ze het beoordelen op
basis van het gezonde verstand van racen. Anders kun je net zo
goed een advocaat de straffen laten uitdelen.’