De Red Bull-ladder richting F1 is in 2026 weer typisch Red
Bull Racing: er is ruimte voor talent, maar er is nul geduld voor stilstand. Je
kunt één seizoen indruk maken en ineens ‘snel door’ gaan, maar je kunt net zo
hard uit beeld raken als de progressie uitblijft. In dat spanningsveld zitten
vier namen die elk op een ander punt van de piramide staan: één al in F2, twee
die in F3 meteen moeten leveren, en één die onderaan begint maar nu al veel
aandacht trekt. Het lastige (en tegelijk het mooie) is dat een F1-toekomst
bij Red Bull niet alleen afhangt van snelheid. Timing, stoeltjes, contracten en
de interne rangorde bepalen net zo goed wat ‘realistisch’ is. In het geval van de, dit jaar in F1 debuterende,
Arvid Lindblad zat het allemaal goed, maar er zijn genoeg voorbeelden van coureurs waarbij het net tegenzat. De uitdaging voor
de nieuwste talenten is dus niet alleen winnen, maar op het juiste moment winnen, met het
juiste verhaal erbij: compleet, constant en volwassen. Want alleen dan komt de
volgende stap automatisch dichterbij.
Ervaren, maar jonge Bulgaar
In 2026 zit Nikola Tsolov waar je wil zitten als je over F1
praat:
Formule 2. Dat is het laatste station waar teams écht gaan kijken of je
meer bent dan een mooie junior-hype. In F2 wordt het pijnlijk duidelijk wie
alleen snel is op zaterdag en wie ook punten kan stapelen op zondag, met
bandenmanagement, starts, strategie en schadebeperking. Juist dát maakt zijn
jaar zo interessant. De Bulgaar is afgelopen december pas negentien jaar oud
geworden maar heeft al drie jaar aan
Formule 3-ervaring, waarin hij telkens net
wat beter werd en in 2025 tweede werd in het kampioenschap.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Tsolov reed eerst onder de vlag van Alpine.
Tsolovs scenario richting F1 is vrij simpel te tekenen, maar
moeilijk uit te voeren. Als hij meteen races wint en in de top van het
kampioenschap meedoet, dan wordt hij vanzelf een ‘naam’ die je niet kunt
negeren. Maar Red Bull kijkt vaak net zo scherp naar de mindere weekenden: haal
je daar nog top zes, of glij je dan weg naar nul? Wie in F2 een seizoen bouwt met
weinig fouten en veel constante scores, laat zien dat hij klaar is voor de druk.
Daar zit ook meteen de valkuil: F2 is meedogenloos en
reputaties bewegen snel. Een paar incidenten, een onhandige reeks kwalificaties
of te veel schade, en je krijgt het stempel ‘snel, maar rommelig’. En bij Red
Bull is dat een gevaarlijk stempel, omdat er altijd iemand anders op de ladder
staat die wél ‘clean’ punten pakt. Voor Tsolov is 2026 daarom vooral één grote
opdracht: bewijs dat je niet alleen talent hebt, maar ook controle.
Chaotische Formule 3
Fionn McLaughlin komt in 2026 op het toneel waar je in één seizoen óf
doorbreekt, óf ‘gewoon een rookie’ blijft: F3. De stap is groot, de weekenden
zijn kort en kwalificatie is vaak alles. Eén mindere ronde en je start in het
middenveld, waar je in F3 al snel in andermans problemen belandt. De coureurs
die boven komen drijven, zijn niet per se elke sessie de snelsten, maar de
rijders die het vaakst schade vermijden en toch naar voren komen.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Het is vaak alles of niets in de Formule 3.
Zijn F1-toekomst hangt daarom vooral af van hoe snel hij het
F3-spel snapt. Niet alleen rijden, maar ook: banden op temperatuur krijgen op
het juiste moment, weten wanneer je punten moet redden, en vooral niet week na
week kansen weggooien met kleine fouten. Als hij in het eerste deel van het
seizoen al podiums pakt, ontstaat er meteen druk in positieve zin: dan wordt F2
in 2027 ineens realistisch in de hoofden van mensen.
Maar er is ook een nuchtere route: als hij vooral leert,
maar je ziet elke maand progressie, kan Red Bull nog steeds investeren in een
tweede jaar. Alleen: dat tweede jaar móét dan echt een stap omhoog zijn. Want
in dit programma is de regel hard: wie te lang hetzelfde blijft, wordt
ingehaald door de volgende lichting. McLaughlin moet dus vooral laten zien dat
zijn leercurve steiler is dan die van de rest.
Mattia Colnaghi is in 2026 een interessant verhaal omdat hij
niet stilletjes instapt, maar meteen met een label: Red Bull-support, en
bovendien bij MP Motorsport. Dat klinkt als een voordeel, maar het betekent ook
dat er sneller geoordeeld wordt. In F3 kan hij net als McLaughlin niet rustig
drie maanden wennen en daarna pas beginnen; je wordt vergeleken met de andere
talenten die óók op een snel pad zitten.
De toekomst van Colnaghi richting F1 ziet er dan net als die
van zijn Noord-Ierse collaga logisch uit: een sterk F3-jaar opent de deur naar
F2, en vanaf daar wordt superlicentie, timing en stoelruimte het doel. Maar als
het te wisselvallig wordt, een podium hier, drie nulweekenden daar, dan gaat de
snelheid van zijn pad omlaag. En bij Red Bull is dat het verschil tussen ‘versnellen’
en ‘wachten’.
Nieuwe Hollandse glorie?
Rocco Coronel zit in 2026 nog in de fase waarin mensen snel
roepen dat het te vroeg is om naar de F1 te kijken, maar Red Bull kijkt juist
hier het scherpst naar iets anders dan alleen uitslagen: hoe snel word je
volwassen als coureur? In de Spaanse F4 gaat het om basisdingen die later alles
bepalen: starts, wiel-aan-wiel, banden sparen, en vooral het vermijden van
domme schade. De grootste talenten zijn vaak niet alleen snel, maar ook
opvallend snel ‘rustig’. Coronel is daarom een van de grootste kanshebbers om na
Max Verstappen te zorgen voor een Nederlands tintje in de Formule 1.
Zijn mogelijke F1-route is dus geen sprint, maar een serie
checkpoints. Kan die jongen, want hij is nog altijd maar vijftien, direct
meedoen om podiums? Pakt hij pole positions? Wordt hij in de tweede
seizoenshelft zichtbaar sterker dan in de eerste? Dat soort signalen zijn in F4
vaak belangrijker dan één uitschieter. Als Coronel in 2026 meteen vooraan zit
en je ziet hem maand op maand efficiënter worden, dan kan zijn naam sneller
omhoog schuiven dan mensen nu verwachten.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Coronel maakte eind 2025 al indruk in de Spaanse Formule 4 met onder meer een podiumplek.
Maar F4 is ook de valkuil-zone: er zijn veel coureurs, veel
chaos, en je kunt een heel jaar verpesten met incidenten en fouten. Voor
Coronel is 2026 daarom vooral: laat zien dat je niet alleen talent hebt, maar
ook discipline. Als dat lukt, wordt het vervolgpad (naar hogere opstapklassen
en uiteindelijk F3) ineens concreter. En zodra je in F3 arriveert, gaat het pas
echt hard, of het stopt.
De rode draad: Red Bull beloont snelheid, maar eist bewijs
in de juiste volgorde
Als je deze vier naast elkaar zet, zie je eigenlijk één grote logica. Tsolov
moet in F2 bewijzen dat hij klaar is voor ‘volwassen’ weekenden. McLaughlin en
Colnaghi moeten in F3 laten zien dat ze niet verdrinken in het geweld, maar
juist groeien onder druk. Coronel moet in F4 bewijzen dat hij sneller leert dan
zijn generatiegenoten. Vier verschillende fases, dezelfde eis: progressie die
je kunt meten.
En precies daar zit de F1-droom: niet in één mooie ronde,
maar in een seizoen dat steeds minder ruis heeft. Minder fouten, meer punten,
meer controle. Want bij Red Bull is het simpel: als jij het niet afdwingt,
staat de volgende junior al klaar om het wél af te dwingen.