Aston Martin en Fernando Alonso beleven een uiterst moeizaam Formule 1-seizoen, maar de werkelijke snelheid van de AMR26 zou weleens veel hoger kunnen liggen dan de resultaten doen vermoeden. Uit een opmerkelijke analyse van The Race blijkt dat Alonso tijdens de Grand Prix-weekenden in Maleisië en Singapore mogelijk zelfs de snelheid had om Max Verstappen te verslaan in de kwalificatie. De cijfers leggen tegelijkertijd een enorm probleem bij motorleverancier Honda bloot. Aston Martin begon met hoge verwachtingen aan het nieuwe Formule 1-tijdperk, maar is voorlopig een van de grootste teleurstellingen van 2026. De samenwerking tussen
Adrian Newey en Honda heeft nog niet de gewenste resultaten opgeleverd, waardoor Alonso en teamgenoot
Lance Stroll regelmatig al in Q1 worden uitgeschakeld. Toch lijkt er achter de tegenvallende resultaten een opmerkelijk verhaal schuil te gaan. De AMR26 blijkt in bepaalde omstandigheden namelijk uitzonderlijk snel te zijn in de bochten.
Aston Martin mogelijk sneller dan Red Bull en Verstappen
Mark Hughes heeft de GPS-gegevens van Aston Martin onder de loep genomen, zo schrijft hij in zijn analyse. Daarbij wordt gekeken naar het tijdverlies op gedeelten van het circuit waar de coureurs volgas rijden en de overige delen van de baan. Vooral de cijfers van de Grand Prix van Maleisië zijn spectaculair. Alonso kwam in de kwalificatie ruim twee seconden tekort op polesitter Verstappen, maar dat verschil blijkt vrijwel volledig op de rechte stukken te zijn ontstaan.
De Spanjaard was tijdens zijn snelste ronde op Sepang namelijk 2,090 seconden langzamer dan Verstappen, terwijl hij op de gedeelten waar volgas werd gereden maar liefst 2,238 seconden verloor. Dat betekent dat Alonso op de overige gedeelten van het circuit 0,148 seconden sneller was dan de Red Bull-coureur. Volgens Hughes suggereren deze cijfers dat Alonso met een gelijkwaardige krachtbron mogelijk zelfs poleposition had kunnen veroveren. Dat is een opmerkelijke constatering voor een coureur die uiteindelijk niet verder kwam dan de twaalfde tijd.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Alonso moet het doen met ondermaats materiaal.
Nog indrukwekkender zijn de cijfers van Singapore, waar Alonso al in Q1 werd uitgeschakeld. De tweevoudig wereldkampioen was daar 2,85 seconden langzamer dan Verstappen, maar verloor op de volgasgedeelten maar liefst 3,22 seconden. Op de overige delen van het Marina Bay Street Circuit was Alonso dus 0,37 seconden sneller dan de polesitter. Daarmee presteerde de Aston Martin in de bochten nog beter dan in Maleisië, hoewel het uiteindelijke resultaat juist een flinke stap achteruit suggereerde.
De cijfers betekenen overigens niet automatisch dat Alonso met een andere motor daadwerkelijk sneller zou zijn geweest dan Verstappen. Hughes benadrukt dat bijvoorbeeld de luchtweerstand, de gekozen hoeveelheid neerwaartse druk en de ontwikkeling van de baan tijdens de kwalificatie invloed hebben op de vergelijking. Ook is het niet vanzelfsprekend dat een andere krachtbron dezelfde bochtensnelheid mogelijk maakt. Desondanks schetsen de gegevens een opvallend beeld van de prestaties die mogelijk verborgen zitten in de AMR26.
De enorme vooruitgang van het chassis lijkt vooral te danken aan het grote updatepakket dat Aston Martin tijdens de Grand Prix van Hongarije introduceerde. De renstal bracht destijds zestien wijzigingen aan, waaronder een vernieuwde vloer, aerodynamische onderdelen en aanpassingen aan de achterwielophanging. Die veranderingen leverden onmiddellijk een flinke verbetering op. Waar Aston Martin in België nog helemaal achteraan reed, kon het team in Hongarije weer de strijd aangaan met meerdere concurrenten.
Honda-motor vormt enorm obstakel voor Aston Martin en Alonso
De ontwikkeling van het chassis staat echter in schril contrast met de prestaties van Honda. Hughes berekent dat Aston Martin op Monza maar liefst 92,9 procent van zijn totale achterstand opliep op gedeelten waar volgas werd gereden. Op het stratencircuit van Bakoe lag de verhouding heel anders: daar ontstond ongeveer 47 procent van het verschil op de volgasgedeelten. Deze uiteenlopende cijfers laten zien hoe sterk de prestaties van de AMR26 afhankelijk zijn van de karakteristieken van het circuit.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Alonso kan door zijn materiaal niet vechten met de topcoureurs.
De situatie wordt nog pijnlijker doordat de motorupdates van Honda vooralsnog niet het gewenste effect lijken te hebben. De eerste grote verbetering werd tijdens de Grand Prix van Nederland geïntroduceerd, maar de coureurs waren allerminst overtuigd. Opmerkelijk genoeg was Alonso na zijn negende plaats op Zandvoort juist bijzonder enthousiast over het chassis. "Bedankt aan iedereen in Silverstone. Geweldig. Een heerlijke auto om in te rijden", liet de Spanjaard destijds via de boordradio weten.
Honda introduceerde vervolgens een aangepaste krachtbron tijdens het raceweekend in Azerbeidzjan, nadat de vorige versie problemen met de bestuurbaarheid had opgeleverd. In Maleisië leek de combinatie ineens beter te functioneren, maar in Singapore volgde opnieuw een flinke terugslag. Alonso kreeg daar te maken met een slechte reactie van de motor op het gaspedaal en een bijzonder onvoorspelbare afgifte van elektrisch vermogen. Daardoor kon hij het potentieel van het chassis onmogelijk volledig benutten.
Daarmee ontstaat een opmerkelijke tegenstelling. Terwijl Newey erin lijkt te slagen steeds meer snelheid uit het chassis te halen, blijven de problemen met de Honda-krachtbron de resultaten bepalen. Daarbij speelt mogelijk ook de bijzondere architectuur van de auto een rol. Op verzoek van Newey is de elektromotor, de MGU-K, ver naar voren geplaatst om de massa beter te centraliseren. Die constructie zou volgens Hughes juist kunnen bijdragen aan de indrukwekkende bochtensnelheid.
Dat maakt het bijzonder ingewikkeld om vast te stellen hoeveel sneller Aston Martin met een
Mercedes- of Red Bull-motor zou zijn. Een conventioneel opgebouwde krachtbron kan immers invloed hebben op de gewichtsverdeling en daarmee op de rijeigenschappen van de auto. De analyse van Mark Hughes suggereert niettemin dat Aston Martin sinds de upgrades in Hongarije over een chassis beschikt dat zich aanzienlijk dichter bij de top bevindt dan de resultaten aangeven. In Maleisië en Singapore was de bochtensnelheid zelfs voldoende om de snelste Formule 1-auto's te overtreffen.