Formule E-CEO Jeff Dodds heeft zich uitgelaten over de
technische koers van de Formule 1 en ziet daarin een duidelijke beperking voor
de koningsklasse. Waar de elektrische raceklasse tot 2048 exclusiviteit op
volledig elektrische eenzitters bezit, moet de Formule 1 voorlopig vasthouden
aan een hybride concept. Volgens Dodds zorgt dat ervoor dat de sport maar
gedeeltelijk de stap richting verdere elektrificatie kan zetten, met alle
compromissen van dien. Die situatie is volgens de Brit niet alleen een strategisch
voordeel voor de Formule E, maar legt ook bloot waar de Formule 1 tegenaan
loopt met de motorreglementen van de toekomst. Zeker nu de sport vanaf 2026
inzet op een verdeling van ongeveer vijftig procent verbrandingskracht en
vijftig procent elektrische aandrijving, verwacht Dodds dat de technische
nadelen steeds zichtbaarder worden. Vooral gewicht en complexiteit spelen
daarin volgens hem een grote rol.
Eigen schuld
Dodds stelt in gesprek met
SoyMotor.com dat de
Formule 1 weliswaar meer elektrisch vermogen kan toevoegen, maar dat daar ook
direct een prijs voor wordt betaald. “Wat ze kunnen doen, is het elektrische
vermogen verhogen, maar pure natuurkunde, de ingenieurs om mij heen zullen de
details beter kunnen uitleggen. Door pure natuurkunde geldt dat hoe meer ze het
vermogen verhogen, hoe langzamer de auto wordt, omdat ze de verbrandingsmotor
niet kunnen weghalen. Je draagt dus het gewicht en de complexiteit van twee
energiebronnen mee en ze zijn nu naar een 50/50-verhouding gegaan.”
Daarmee raakt Dodds aan een onderwerp dat al langer in de
paddock leeft. De nieuwe krachtbronnen moeten een grotere elektrische bijdrage
leveren, maar de auto’s blijven tegelijkertijd afhankelijk van een
conventionele motor. Dat zorgt volgens critici voor zwaardere en ingewikkeldere
pakketten, terwijl teams ook nog eens moeten zoeken naar de juiste balans
tussen prestaties, efficiëntie en betrouwbaarheid.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Dodds vindt dat de Formule 1 zichzelf in de voet heeft geschoten.
Dodds gaat ook in op de discussies die binnen de
FIA zijn
gevoerd over een mogelijk andere richting. Zo herinnerde hij eraan dat een
terugkeer naar V8-motoren ooit op tafel lag bij de gesprekken over de nieuwe
regelgeving. Dat idee kreeg volgens hem echter nauwelijks steun vanuit de
autoconcerns, die hun toekomstplannen juist steeds sterker op elektrificatie
richten. In die context vindt de Formule E-topman het logisch dat de Formule 1
niet volledig kan teruggrijpen op oude motorconcepten.
“Het reglement is ontworpen om de richting te ondersteunen
die automerken opgaan, omdat ze willen dat fabrikanten deelnemen en zij
overstappen op elektrisch, dus moet je ook die kant op bewegen. Aan de andere
kant is het, als je dat doet, een compromis. Sterker nog, ik denk dat het
personeel van de FIA een van de grote voorstanders was van een terugkeer naar
de V8’s, maar zij kregen niet de steun die ze van de fabrikanten wilden”, aldus
Dodds.
Positieve punten
Niet alleen over de techniek heeft hij een duidelijke mening, ook het
racen zelf komt aan bod. Dodds erkende dat de nieuwe generatie Formule 1-auto’s
een ander soort spektakel kan opleveren, maar hij vindt het nog te vroeg om
daar een definitief oordeel over te vellen. “Wat het racen betreft, zou ik zeggen dat het anders is. Je
kunt niet ontkennen dat het anders is. Het is nog erg vroeg, dus ik denk dat
het echt nog te vroeg is om daar een oordeel over te hebben. De coureurs zullen
aan de auto moeten wennen en de teams moeten de wagens betrouwbaar krijgen.
Voor mijn gevoel is het nog te vroeg”, geeft hij aan.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Door de nieuwe regels schreef Oliver Bearman zijn Haas af in Japan.
Toch ziet Dodds ook duidelijke positieve punten in de
richting die de Formule 1 opgaat. Meer gevechten op de baan spreken hem aan, al
benadrukt hij tegelijk dat daar nieuwe moeilijkheden tegenover staan. “Er zijn
dingen die ik mooi vind: ik vind het mooi dat er meer inhaalacties zijn en ik
vind het mooi dat er meer actie op de baan is in plaats van dat ze alleen maar
achter elkaar aan rijden. Er zijn ook lastige aspecten. Ze moeten wennen aan
dit systeem van het gas loslaten en de auto laten uitrollen, en aan wat het
betekent om twee verschillende snelheden auto’s op dezelfde baan te hebben.”