Flavio Briatore zou het liefst zien dat alle oudere
coureurs plaatsmaken voor nog meer rookies. De Italiaan is van mening
dat de oudere generatie haar kans heeft gehad en begrijpt dat teams als Mercedes
en Red Bull Racing gaan inzetten op jonge coureurs. De enige uitzondering op
deze regel is volgens hem echter eeuwige rookie Fernando Alonso, van wie
hij toevallig de manager is. Briatore ziet dat de tijd van de veteranen in de Formule 1
op zijn einde loopt.
‘Het is tijd voor een generatiewissel’, stelt hij
vast in een interview met
Auto, Motor und Sport. Dat deze eraan zit te komen blijkt onder andere uit het feit dat weinig
teams echt interesse leken te hebben in Sainz, ondanks dat hij de enige coureur
was die zonder RB19 een wedstrijd won in 2023. ‘Sainz is een zeer goede coureur,
maar toen hij op de markt kwam, was er geen topteam dat toesloeg. Ze zetten
liever in op jonge coureurs’, concludeert de voormalig teambaas daaruit.
Coureurs zonder gezin een stuk hongeriger
Hij noemt daarbij twee voorbeelden. ‘Toto Wolff zet in op Antonelli,
Christian Horner op Lawson’, meent Briatore. Voorlopig is het echter nog Sergio
Pérez die naast
Max Verstappen zal gaan rijden, bleek uit de lijst van
ingeschreven coureurs voor 2025. ‘Jonge coureurs zijn hongeriger dan een coureur
met een vrouw, twee kinderen en 30 of 40 miljoen op de bank. Enzo
Ferrari zei
ooit al dat coureurs langzamer worden wanneer ze kinderen hebben’, haalt
Briatore de uitspraak van de Italiaanse autobouwer aan. Een bewering die Verstappen
volgend jaar hoopt te ontkrachten.
De man van
Alpine zag dat de omslag kwam toen
McLaren Daniel
Ricciardo verving door een jongere Australiër. ‘Ik denk dat de opkomst van
Piastri de mensen tot nadenken heeft aangezet’, geeft Briatore aan. Oliver
Bearman zorgde voor bevestiging met zijn invalbeurt voor Sainz aan het begin
van het 2024-seizoen. ‘Bearman springt van de ene op de andere dag in een
Ferrari en rijdt een superwedstrijd. De jonge coureurs zijn veel beter opgeleid’,
ziet de Italiaan. ‘En de druk van de concurrentie is hoger. In de Formule 2 sta
je vandaag op de eerste plaats en morgen op de veertiende’, voegt hij eraan
toe.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Alonso is volgens Briatore een uitzondering op de regel wat betreft oudere coureurs.
In het verleden was er minder sprake van onderlinge strijd
in de klassen onder de Formule 1. ‘Vroeger hebben coureurs als Hamilton of
Rosberg 70 procent van alle races gewonnen’, benadrukt Briatore om dit te
onderbouwen. Dit merkte hij ook bij coureurs waar hij zelf mee werkte. ‘Toen
Schumacher bij ons kwam, ontbrak het hem aan ervaring. Fernando hebben we eerst
maar in de
Minardi gezet’, vertelt hij over de twee wereldkampioenen. ‘Verstappen
had nog niet eens een rijbewijs, toen hij bij Toro Rosso begon’, voegt hij er
nog een derde voorbeeld aan toe.
Briatore mag dan wel kritisch zijn wat betreft de
houdbaarheid van oudere coureurs, Alonso, die in 2001 debuteerde en nog tot
2026 onder contract staat, is volgens hem een geval apart. ‘Fernando is de
uitzondering. Ik ben al 22 jaar zijn manager’, redeneert hij hoe hij dit kan weten.
‘Hij heeft geld, maar geen kinderen. En hij heeft nog altijd honger’,
beschrijft hij de Spanjaard met wie hij twee titels won bij
Renault. ‘Wanneer
hij op plek veertien richting de finish gaat, wil hij dertiende worden. Een
ander van zijn leeftijd zou zijn werk volgens het boekje doen, als het maar om
plek veertien gaat’, meent de Italiaan.
Unieke derde titel voor Alonso prachtig afscheid
Dat hij werkzaam is bij Alpine, maar daarnaast ook manager
is van een coureur van een ander team, zorgt wel voor enige worsteling bij de
voormalig teambaas. ‘Ik heb twee verschillende gevoelens in mijn borst’, geeft
hij eerlijk toe. ‘Aan de ene kant wens ik Fernando toe dat hij in 2026 bij Aston
Martin met
Adrian Newey nog een doorstart maakt, maar andere kant rijdt hij
tegen Alpine’, legt hij zijn tweestrijd uit. Toch is het duidelijk dat Briatore
niet zou rouwen, mocht Alonso een unieke prestatie neerzetten. ‘Een wereldkampioenschap
als afscheid een geniaal verhaal zijn, toch?’ sluit hij af.