Christian Fittipaldi was pas 23 jaar en reed zijn derde
Formule 1-seizoen toen zijn landgenoot Ayrton Senna in 1994 op tragische wijze
overleed. De Braziliaan herinnert het zich nog goed: het ongeluk van Rubens Barrichello
op de vrijdag, de dood van Roland Ratzenberger op de zaterdag en de dood van
Ayrton Senna op de zondag. ‘Het begon als een normaal weekend, net als elk
ander raceweekend’, blikt Fittipaldi met GRANDE PRÊMIO terug op de gebeurtenissen. De coureurs kwamen op donderdag aan, toen was er nog niets
aan de hand. Toen kwam de eerste grote schok van het weekend: het ongeluk van Barrichello.
‘Gelukkig kwam het goed met hem, maar het zag er heftig uit’, herinnert Fittipaldi
zich. De tweede schok, de dood van Ratzenberger, was nog groter, maar het raceweekend werd voortgezet. ‘Er hing een vreemde sfeer, maar de show moest
doorgaan’, weet de Braziliaan nog.
Zelf had hij weinig contact met Senna en dus wist hij niet
wat er door het hoofd van zijn landgenoot ging na de crashes eerder dat
weekend. ‘We zagen elkaar dat weekend niet eens.’ Het fatale ongeluk van Senna
gebeurde al vroeg in de wedstrijd. De raceleiding zette de race voort, maar
Fititpaldi zat met zijn gedachten bij zijn mede-Braziliaan. Op dat moment dacht
hij nog dat Senna er hoogstens met een gebroken ledemaat vanaf zou komen. Dat hij
was overleden, kwam niet eens in de coureur op.
Fittipaldi verwachtte dat Senna na twee maanden weer zou racen
‘Dat Barrichello relatief oké uit de auto stapte op vrijdag
stelde iedereen gerust. Wat er met Roland gebeurde was erg moeilijk, maar toen
Ayrton crashte was het anders, omdat het tijdens de race gebeurde’, kan Fittipaldi
zich nog voor de geest halen. ‘De race werd stilgezet en we deden een herstart.
Ik vroeg me toen af hoe lang hij er uit zou liggen. Een maand? Over maximaal
twee maanden zou hij weer met ons mee rijden’, dacht de Braziliaan destijds. De
coureurs wisten niet hoe ze er mee om moesten gaan toen bleek dat Senna het niet overleefd had, geeft hij aan. ‘Het was
alsof iedereen verdoofd was.’
Met de kennis van nu is het makkelijk om te concluderen dat
het het meest rampzalige weekend in de geschiedenis van de Formule 1 was. ‘Er
deden zich twee gigantische tragedies voor en we hadden eigenlijk niet genoeg
tijd om te reageren en na te denken over wat we moesten doen. We leefden in het
moment’, stelt Fittipaldi vast. De schrale troost van dit Grand Prix-weekend
was dat het ervoor zorgde dat er een reeks aan veiligheidsmaatregelen werd genomen om de coureurs te beschermen. Met succes, want twintig jaar lang
gebeurden er geen fatale ongelukken meer in de Formule 1, totdat in 2014 Jules Bianchi
om het leven kwam in Japan.