McLaren heeft de start van het nieuwe Formule 1-seizoen
niet beleefd zoals het team vooraf had gehoopt. Na een periode waarin de Britse
renstal grote successen vierde, inclusief meerdere wereldtitels, bleek de
eerste fase van het nieuwe jaar een stuk grilliger. Volgens teambaas Andrea
Stella is dat geen reden tot paniek, maar wel een duidelijke aanwijzing dat
McLaren nog werk te verzetten heeft. De renstal uit Woking kreeg te maken met een combinatie van
factoren die de prestaties in de openingsfase beïnvloedden. Vooral het optimaal gebruiken van de nieuwe
Mercedes-power unit bleek ingewikkelder dan verwacht. Daarnaast speelde
ook de ontwikkeling van de
MCL40 een rol. McLaren koos bewust voor een auto die
op de lange termijn veel ontwikkelingsruimte moest bieden, maar dat betekende
dat het team bij de seizoensstart nog niet direct op het maximale niveau zat.
Valse start
Stella erkent dat de eerste races niet vlekkeloos zijn
verlopen. ‘Ik ben het ermee eens dat het eerste deel van het seizoen enkele
uitdagingen met zich meebracht, in feite om twee redenen", legt de Italiaan
uit. "Ten eerste duurde het langer dan verwacht om te leren hoe we het
volledige potentieel van de power unit konden benutten. Daarnaast kregen we op
dat gebied te maken met verschillende betrouwbaarheidsproblemen, die niet
alleen een grote invloed hadden op de resultaten, maar ook op het tempo waarin
we konden leren."
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Lando Norris wist uiteindelijk zijn rivalen af te troeven in de titelstrijd.
Daar bleef het volgens Stella niet bij. De voorbereiding op
2026 werd namelijk ook beïnvloed door het succesvolle, maar intensieve slot van
het vorige seizoen, waar beide coureurs in Abu Dhabi nog in strijd waren met
Max Verstappen om de wereldtitel. "De ontwerpfase van de MCL40 werd beïnvloed door het feit
dat we tot en met de laatste race van 2025 om het kampioenschap bleven vechten,
maar ook door een andere ontwerpbenadering", vervolgt hij. "We wilden er vooral
zeker van zijn dat de introductiespecificatie van de auto een gezond platform
voor verdere ontwikkeling zou zijn."
Door die keuzes begon McLaren het seizoen volgens Stella met
een achterstand ten opzichte van de concurrentie. "Kort gezegd zijn dat de
redenen waarom we achter rivalen als Mercedes en
Ferrari terechtkwamen, die
beter voorbereid aan de eerste race van het seizoen verschenen dan wij", stelt
de teambaas. Toch wil hij het beeld niet te somber maken. Binnen McLaren leeft
het gevoel dat de basis van de auto goed genoeg is om gedurende het seizoen
stevige stappen te zetten.
Verleden spreekt in het voordeel van McLaren
De eerste tekenen van herstel waren volgens Stella al
zichtbaar in Japan.
Oscar Piastri bezorgde McLaren daar met een tweede plaats
de eerste podiumfinish van het seizoen. "In
Suzuka hebben we de eerste signalen
van vooruitgang gezien", stelt de teambaas. "Op de achtergrond hebben we
bovendien gemerkt dat het ontwikkelingstempo van de auto er veelbelovend
uitziet. Er moet nog werk worden verricht aan de betrouwbaarheid en aan het
optimaliseren van de prestaties, maar ik geloof dat we een stap in de goede richting
hebben gezet."
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Het podium in Suzuka was het eerste hoogtepunt van het jaar voor Piastri en McLaren.
Dat McLaren na drie wereldtitels in twee jaar niet direct
bovenaan stond, kwam voor Stella niet als verrassing. "Nee, dat was geen
verrassing, omdat we ons er volledig van bewust waren hoeveel de
reglementswijzigingen de competitieve verhoudingen tussen de teams in feite
zouden resetten", legt hij uit. Volgens Stella komt het er nu op aan om de
gemaakte ontwerpkeuzes te verzilveren. "We profiteren nu van de keuzes die in
de ontwerpfase zijn gemaakt en we hopen de resultaten daarvan te zien in Miami
en Montreal."
Tegelijkertijd benadrukt Stella dat McLaren zich in een
andere positie bevindt dan fabrieksteams. "We mogen niet vergeten dat we een
klantenteam zijn, dat strijdt tegen fabrieksteams die worden gesteund door
enkele van de grootste fabrikanten ter wereld, in een van de meest competitieve
sporten ter wereld", aldus Stella. "Het was vanaf het begin een realistisch
scenario dat teams die zowel de auto als de power unit tegelijkertijd konden
ontwerpen een voordeel zouden hebben, zeker in de beginfase van een nieuw
reglement."
Toch ziet Stella geen reden waarom McLaren als klantenteam
niet opnieuw succesvol kan zijn. "De keuze om geen fabrieksteam te zijn heeft
voor- en nadelen, maar de resultaten van McLaren in de afgelopen twee jaar
tonen aan dat ook een klantenteam kan winnen, niet alleen races maar ook
kampioenschappen", besluit hij. "We hebben in 2023 en 2024 al gezien dat we in
staat zijn de auto zodanig te ontwikkelen dat we zelfs grote prestatietekorten
kunnen goedmaken. Het kan tijd kosten, maar we hebben alles in huis om opnieuw
als klantenteam te slagen."