Het Formule 1-seizoen van 2025 laat zich moeilijk
samenvatten in een paar simpele woorden. De titel ging uiteindelijk naar Lando
Norris, maar de discussie over wie daadwerkelijk de beste coureur van het jaar
was, bleef tot ver na de slotrace doorgaan. Wisselende vorm, fouten op cruciale
momenten en sterke comebacks bepaalden het beeld van een kampioenschap waarin
niets vanzelfsprekend leek en waarin de krachtsverhoudingen voortdurend
verschoven.
Michael Bleekemolen vond die grilligheid juist typerend. Het seizoen kende pieken en dalen bij vrijwel iedereen, met name bij Max
Verstappen. Waar de
Red Bull Racing-coureur het jaar goed begon, volgde een moeizame
middenfase, om daarna opnieuw keihard terug te slaan. Die onvoorspelbaarheid zorgde
voor spektakel, maar maakte het ook lastig om het kampioenschap eenduidig te
beoordelen.
Golvend seizoen
Bleekemolen steekt in exclusief gesprek met F1Maximaal.nl zijn twijfels over de wereldtitel van
Norris niet onder stoelen of banken. âWat ik van Norris vind is dat hij natuurlijk de wereldkampioen isâ, stelt hij, om daar direct aan toe te voegen: âOf hij nou echt de beste was, dat kan ik niet zeggen.â Volgens de oud-coureur liet
Norris te veel liggen. âHij heeft net even te veel foutjes gemaakt. Zo heeft hij onder andere zijn teamgenoot van
achteren geramd, dat is natuurlijk nooit lekker. En er waren nog wel een paar dingetjes die niet goed waren.â
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Norris ging er uiteindelijk vandoor met de wereldtitel.
Die fouten wegen zwaar in zijn oordeel. âAls we over een
wereldkampioen spreken, dan vind ik dat Max dat had moeten zijnâ, zegt
Bleekemolen. Daarbij kijkt hij niet alleen naar overwinningen, maar vooral naar
het totaalplaatje. âHet ging dit seizoen in golven. Het gaat goed, het gaat
niet goed, daarna gaat het weer goed. Dat was een beetje het verhaal van dit seizoen.â
Verstappen te negatief
Voor Verstappen gold dat misschien nog sterker dan voor wie
dan ook. âVerstappen had die middenserie dat het minder ging en op het einde
weer heel goedâ, analyseert Bleekemolen. âEr was eigenlijk geen peil op te
trekken. Het is bij vlagen dramatisch geweest bij Maxâ,
herinnert hij zich. âHij riep zelfs een keertje: ik ga geen race meer winnen dit
jaar.â
Juist die uitspraak bleek achteraf tekenend voor de bizarre
wendingen van het seizoen. âNou, dat is dus allemaal weer omgedraaidâ, zegt
Bleekemolen. âDus het was wel een enerverend seizoen.â De chaos maakte sommige
races bijna onnavolgbaar. âWe hebben ook races gehad die je eigenlijk twee keer
moest kijken, omdat je niet meer wist hoe het allemaal gegaan was.â
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen was na de race in Hongarije niet meer positief.
Bleekemolen ziet dat niet per se als iets negatiefs.
âDat maakt het ook leukâ, stelt hij. âDat is de Formule 1 eigen.â Hij wijst
erop dat fouten onlosmakelijk bij de sport horen. âGelukkig dat er nog fouten
gemaakt wordenâ, al heeft hij wel zijn bedenkingen bij de rol van de
FIA. âDe
FIA maakt het ook zwaar met alle straffen die je kan oplopen en de rare beslissingen die ze hebben genomen, wat ik ook niet
goed vind, maar ja.â
Realistische Verstappen
Verstappen onderscheidde zich volgens Bleekemolen met zijn vermogen om op slechte dagen te overleven. âHij heeft natuurlijk een paar races
gehad waar hij totaal niet gingâ, zegt hij. âEn daar ging hij vaak nog het
beste van maken.â Dat typeert zijn seizoen. âDat was eigenlijk precies hoe Max er dit jaar in stond. Het loopt zoals het loopt.â
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen kwam in Abu Dhabi uiteindelijk twee punten tekort.
Verstappen zelf was daar ook duidelijk over. Hij zei eerder in het seizoen:
als ik in die McLaren had gereden was ik al maanden geleden
kampioen. Bleekemolen kan zich daarin vinden. âIk denk dat hij wel drie races
voor die tijd kampioen geweest was, zeker.â Dat Verstappen uiteindelijk slechts
twee punten tekortkwam, zegt volgens hem alles over de dunne marges. âVanaf daar was het uiteindelijk best een mooi jaarâ,
concludeert Bleekemolen. 'Niet omdat alles perfect was, maar juist omdat niemand
foutloos bleef.'