Max Verstappen was na de Grand Prix van Oostenrijk heel blij met de enorme stap van Red Bull Racing. Hij gaf aan positief verrast te zijn over het laatste upgradepakket en baalde er enigszins van dat hij de thuisrace van zijn werkgever niet had gewonnen. Teambaas Laurent Mekies plaatste de tweede plek in perspectief door aan te geven dat Kimi Antonelli de snelste coureur was. De data bewijzen echter het ongelijk van Mekies. De snelste coureurs startten in Oostenrijk niet in de top drie.
George Russell had twee Ferrari's achter zich staan, met Kimi Antonelli op de vierde plek, voor Verstappen. De kapotte achtervleugel van Verstappen in Q3 speelde achteraf een sleutelrol, aangezien de Nederlander en titelfavoriet Antonelli in de openingsfase van de race te veel tijd verloren achter de Ferrari's en daarna aan een inhaalrace moesten beginnen. Russell hield net genoeg marge over in de slotronde.
Data wijzen Verstappen als snelste coureur aan
Professioneel statisticus Udi dook in de data en ging aan het werk met de rondetijden om de ware pikorde te vinden. "De rondetijden die ik hiervoor gebruik zijn 'ideale' ronden, waarbij ik elke rondetijd corrigeer voor het brandstofniveau. Dat komt in Oostenrijk neer op 0,02 seconde per ronde", zo legt hij zijn aanpak uit. Ik vervang elke ronde binnen een seconde van een andere coureur door een schatting op basis van de gemiddelde degradatie op elke bandencompound."
"Dit levert de ware snelheid van elke coureur op, door volgens een vast systeem rondetijden uit te sluiten die niet representatief zijn", zo legt de statisticus uit dat er geen sprake kan zijn van partijdigheid. Die werkwijze levert de onderstaande data op. Belangrijk hierbij is om te vermelden dat het om verschillen in percentages gaat en niet in seconden. Met een rondetijd van zo'n 70 seconden in de race, komt een achterstand van 0,1 procent neer op 0,07 seconde. In Silverstone en Spa-Francorchamps loopt dat uiteraard op, omdat dit langere circuits zijn.
De tekst gaat verder onder de Tweet.
In de bovenstaande tweet wordt meteen duidelijk dat Verstappen op basis van de data de snelste coureur is. Dit klopt ook, ondanks de aanval van Kimi Antonelli in de slotfase van de race. Na de eerste pitstop van Lewis Hamilton reed Verstappen namelijk 1,3 seconden voor Antonelli. 59 ronden later, bij de finish, was dat gat geslonken tot 0,3 seconde. Antonelli profiteerde bij zijn eerste pitstop echter deels van de Virtual Safety Car en won zo een seconde of vier. Op het circuit was Verstappen in bijna zestig ronden tijd dus zo'n drie seconden sneller.
Hadjar best of the rest
Antonelli leek vooral sneller doordat hij zijn pitstops later maakte. Bij de bovenstaande data worden die verschillen in de strategieën juist weggewerkt om de ware snelheid per coureur te kunnen zien. Verstappen blijkt daarbij de snelste coureur te zijn, gevolgd door Antonelli en George Russell. Antonelli was ruim een tiende per ronde sneller dan Russell, zoals eigenlijk al het hele seizoen het geval is.
Isack Hadjar eindigt opvallend genoeg op de vierde plek. Zijn voorsprong op Oscar Piastri en Lewis Hamilton is zeer klein, maar de Fransman bevestigt hiermee wel de enorme stap die
Red Bull heeft gezet. Lando Norris en Charles Leclerc hadden het wat lastiger. Vooral McLaren is opvallend, aangezien het haast per raceweekend lijkt te verschillen wie de duidelijk snelste McLaren-coureur is.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Norris had het zwaar in Oostenrijk.
Racing Bulls pakte de laatste punten, maar had die resultaten vooral te danken aan de kwalificatieposities. Volgens de data was Audi namelijk marginaal sneller. Alpine had een zwakker weekend en was slechts het zevende team in de pikorde. Daarachter zijn de verhoudingen ook duidelijk: Haas, Williams, Cadillac en Aston Martin, al ontbreekt Cadillac in dit overzicht vanwege de vroege uitvalbeurten. Dat alle coureurs zo dicht bij hun teamgenoten staan, bevestigt ook de betrouwbaarheid van de data.
Meer mogelijk voor Red Bull
Deze data geven de ware snelheid in Oostenrijk aan, maar als je de situatie bekijkt, lijkt er zelfs meer mogelijk te zijn voor Red Bull. Hadjar gaf namelijk aan dat hij problemen had met zijn remmen en dat Red Bull met de nieuwe upgrades nooit de ideale afstelling vond. Er lijkt dus nog meer potentieel in de RB22 te zitten als Red Bull het nieuwe werkvenster na het upgradepakket weer weet te vinden. Dit zal in Silverstone en Spa-Francorchamps ongetwijfeld het geval zijn.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Er zit nog marge in de afstelling.
Verstappen gaf daarnaast ook aan dat hij twee problemen had. Zijn remmen voelden slechter aan dan in de rest van het weekend en in de tweede helft van de race verloor hij performance aan de achterkant van de RB22. Volgens Verstappen veerde de auto niet meer goed door, wat hem tijd kostte op de hobbels en kerbstones en bij tractie. Het is de vraag hoeveel tijd hem dat gekost heeft, maar het is duidelijk dat hij in de tweede helft van de race minder snel was dan in de eerste helft van de race. De reactie van Verstappen sprak in ieder geval boekdelen. Hij dacht duidelijk dat er meer mogelijk was geweest dan een tweede plek.
De grote vraag is natuurlijk in hoeverre we deze verhoudingen ook in Engeland zullen zien. Ferrari had het in Oostenrijk lastiger dan in Spanje en zal hopen op een stapje vooruit. Verstappen liet weten dat circuits met hoge bandendegradatie (zoals Oostenrijk) juist een zwak punt waren en leek nog ruimte te zien voor betere resultaten op andere circuits. Op Silverstone speelt het energiemanagement wel weer een grotere rol. Als Red Bull daar ook met
Mercedes mee kan komen, lijkt het Oostenrijkse team haast overal zeer competitief.