10 april kenmerkte de
geboortedag van de eerste serieuze Formule 1-coureur die Nederland gekend
heeft. Het was Carel Godin de Beaufort die ons kikkerlandje vertegenwoordigde toen de
F1-competitie nog in de kinderschoenen stond. In 1950 werd de competitie
opgericht, en al zeven jaar na oprichting schreef iemand zich voor het eerst in
onder de rood-wit-blauwe vlag. Dat jaar bleef het slechts bij één race, maar De
Beaufort heeft in de periode waarin hij in actie kwam een prachtige staat van dienst opgebouwd. Laat F1Maximaal.nl je
meenemen in het leven van De Beaufort, met inzicht van Jan Lammers, die
omschrijft hoe het Formule 1-tijdperk eruit zag waarin De Beaufort in actie kwam. Carel, geboren in Maarsbergen in 1934, was een ware
aristocraat. De familie De Beaufort had een rijke hoeveelheid aan
staatslieden en politici voortgebracht, en was nauw verbonden aan de Nederlandse koninklijke
familie. Carel was de zoon van Jan en Gonda, die in 1930 trouwden en twee
kinderen kregen, Cornelie en Karel. In zijn tienerjaren besloot Carel zijn naam
met een C te schrijven, om het een ‘internationaler gevoel’ te geven, volgens informatie van
dB. De twee
kinderen werden net opgevoed en blootgesteld aan diverse sporten, zoals paardrijden. Carel
vond het maar niets, en dat was voor vader Jan een heikel punt, want vaderlief had gediend als cavalerieofficier. Daarom verzocht hij zijn zoon om ook het leger in te
gaan.
Carel deed dit en voegde zich bij de moderne vorm van het
cavalerieregiment: de tankdivisie. Hij kreeg spoedig controle over een
Centurion-tank, maar vond het leven als soldaat niet aantrekkelijk. Vrij van geest kon
hij in dienst niet zijn, en ook verveelde hij zich met regelmaat. Wel ontmoette hij daar
autodealer Mathieu ‘Thieu’ Hezemans, die hem overtuigde een carrière in de
autosport na te streven. Op zijn vijfde had hij immers al een passie ontwikkeld
voor de auto’s van zijn vader, een passie die hij de rest van zijn leven mee zou
dragen.
Carel, die omschreven is als een vrolijke, spontane Hollander,
was in zijn jeugd altijd al bezig met auto’s. In zijn jongere jaren reed hij in Volkswagen Beetles of sprong hij uit Canadese militaire jeeps in
een poging luciferdoosjes uit bomen te trekken. Zijn fascinatie leidde op zestienjarige leeftijd tot een
bouwproject van een vintage BMW 238, die volledig uit elkaar moest worden
gehaald, en vervolgens weer in elkaar geschroefd moest worden. Het
rechterachterwiel vergat Carel echter vast te zetten, waardoor deze er tijdens
het rijden afvloog.
De Beauforts eerste raceauto
Hezemans, die vriend van de kazerne, verkocht Carel een Porsche, waarmee hij zijn
autosportcarrière begon in de Tulpenrally, in 1955. Hoewel de rallysport hem
prima verging, lag zijn hart bij het circuitracen. Hezemans besloot De Beaufort te introduceren
in de internationale racewereld, waar Fritz Huschke von Hanstein (destijds de leider van
het Porsche-raceteam) wel wat zag in de ietwat roekeloze Nederlander. In 1956
was het de bedoeling dat De Beaufort ervaring opdeed in diverse raceklassen,
maar dat eerste jaar dat hij voor Porsche uitkwam, achtte Von Hanstein hem al
klaar voor het echte werk: hij nam deel aan de 24 uur van Le Mans. In 1956 reed
hij de race samen met teamgenoot Thieu niet uit, maar toen hij het nogmaals
probeerde met Ed Hugus in 1957 behaalde hij de klassezege.
De Beaufort merkte dat hij gevoel had voor het racen, en dat
dreef hem datzelfde jaar nog naar de Formule 1-competitie. Met zijn Porsche meldde
hij zich in Duitsland op de Nordschleife, het 22 kilometer lange circuit dat bij de Nürburgring ligt. De Beaufort startte de race vanaf de twintigste stek, en wist zich in
20 ronden naar de veertiende plek te rijden, deels wegens een enorme rits aan
uitvallers, waaronder drievoudig wereldkampioen Jack Brabham. Juan Manuel
Fangio won de race, om maar even aan te geven tegen wat voor grootheden hij het
opnam.
In de jaren ’50 en ’60 was het voor veel deelnemers in de
F1
ongebruikelijk om elke race te participeren. Ook in die tijd kostte een
F1-deelname namelijk flink wat geld, en uiteraard vloog men in die decennia
niet zo gemakkelijk naar landen als Argentinië als dat we dat vandaag de dag doen. In de eerste jaren dat De Beaufort deelnam
aan de sport hield hij het dan ook vooral bij zijn thuisrace op Circuit
Zandvoort. Tussen 1957 en 1960 voegde hij zich zes keer bij de grid – drie keer
in Nederland, twee keer in Duitsland en eenmaal in Frankrijk, te Reims. Punten
waren nog niet weggelegd voor de bijna twee meter lange Hollander, die onder de
naam van zijn eigen team, Ecurie Maarsbergen, meereed.
De eerste Nederlandse punten lieten in die jaren nog even op
zich wachten, zelfs toen De Beaufort in 1961 besloot door Europa te toeren. Dat
jaar reisde hij voor het eerst mee met het
F1-circus en reed hij zes Grands Prix, waarvan de Italiaanse zijn meest succesvolle was. Op twee volle ronden
achterstand op winnaar Phil Hill kwam hij de eindstreep over op P7. Hij kwam dus
één positie tekort voor punten, maar reed een zeer verdienstelijke wedstrijd.
Hij was immers op de vijftiende plaats gestart, en een van de negen coureurs
die binnen twee ronden van de koploper wisten te eindigen.
Vanaf 1961 kwam Carel Godin de Beaufort in actie met de bovenstaande Porsche 718, die tentoongesteld staat in het Nationaal Automobielmuseum te Leidschendam. Deze racebolide bleef hij tot 1964 gebruiken. (Foto: Lothar Spurzem) De eerste Nederlandse F1-punten
In 1962 pakte De Beaufort het groots aan. Dat jaar zou hij
deelnemen aan alle Grands Prix en zijn eerste punten scoren. Die punten kwamen
al tijdens het eerste evenement van het jaar, de Grote Prijs van Nederland. Van
de twintig coureurs die de kwalificatie verreden, haalden er slechts negen de
eindstreep.
Graham Hill won de race na tachtig ronden, in 2 uur en 11 minuten
op Circuit
Zandvoort. Met een achterstand van vijf ronden op
de Britse leider kwam Carel over de eindstreep op P6. P6 was in die tijd
voldoende voor één punt, wat De Beaufort de allereerste Nederlander maakte die
een punt wist te scoren in de koningsklasse.
Datzelfde jaar mocht Carel in Frankrijk wederom een punt
bijschrijven. Rouen-Les-Essarts, gelegen te Rouen, de geboorteplaats van Pierre
Gasly, vormde het toneel voor de Franse wedstrijd van 1962. De Beaufort was nou
niet de coureur in het veld die met de meest geavanceerde bolides aankwam. Zo
nam hij in 1962 nog steeds deel met een Porsche 718 uit 1961, wat in de meeste
wedstrijden betekende dat punten te hoog gegrepen waren. Na een staking bij
de Italiaanse metaalwerkers was Ferrari echter niet in staat om bolides te
leveren voor het evenement, terwijl Carel vele competitieve heren zoals
Graham Hill,
Brahbam en Jim Clark weg zag vallen gedurende de wedstrijd, met uiteenlopende technische problemen. De Beaufort profiteerde, al bleef het dat jaar bij twee punten, wat hem een zestiende plek in
het kampioenschap opleverde.
De Beauforts beste jaar
Een jaar later deed hij het absoluut niet beter, maar wat betreft zijn eindklassering in het kampioenschap wel. De eerste race
dat jaar, in Monaco, sloeg Carel over, maar naar Circuit Spa-Francorchamps ging
hij wel. In verouderd materiaal – nog steeds de Porsche 718 - kwalificeerde hij zich als achttiende.
Carel werd volgens Gerard van Lennep, geciteerd door
dB, door zijn collega’s overigens ontzettend gewaardeerd. De andere
Formule 1-coureurs wisten dat De Beaufort een goede coureur was, en
hadden nooit last van hem wanneer ze hem op een ronde achterstand moesten zetten. Die nette
rijstijl en het feit dat hij het talent wel had, maar het materiaal niet,
maakte hem populair bij de andere rijders. In de Belgische Grand Prix van 1963
vielen dusdanig veel van deze collega’s weg dat er slechts zes heren de
wedstrijd werkelijk uitreden. De Beaufort was er hier één van, wat hem wederom een punt
opleverde.
Ook tijdens de Grand Prix van de Verenigde Staten in 1963 scoorde
Carel een punt, de vierde en laatste uit zijn carrière. Wederom vielen de concurrenten bij bosjes: oliepompen,
brandstofpompen en motoren hielden ermee op op Watkins Glen in
New York. Acht coureurs reden de wedstrijd uit, waaronder De Beaufort, die met
een achterstand van elf ronden tóch nog een punt binnen hengelde. In dat seizoen
eindigde De Beaufort weer op twee punten, goed voor een veertiende
eindklassering. Met het materiaal waar hij in reed, kon hij de grote rijders
van die tijd niet uitdagen, maar tegen de tijd dat hij overleed, tijdens de Duitse Grand
Prix van 1964, had hij op unieke wijze naam voor zichzelf gemaakt.
Circuit Zandvoort met op de voorgrond Hans Hermann (nummer 9) en op de achtergrond Carel Godin de Beaufort (nummer 8), die in zijn oude vertrouwde Porsche 718 meedeed aan het evenenemt. (Foto: Nationaal archief/Anefo) De Nordschleife
In 1964 ging de
F1 voor de Duitse Grand Prix wederom naar de Nordschleife, een gevaarlijk en lang circuit dat door Jackie Stewart de bijnaam
The Green Hell kreeg na zijn zege in 1968. Carel nam op deze lastige baan veel snelheid mee door de bocht die nu de
Lauda Kurve genoemd wordt (vanwege het ongeluk van Niki Lauda daar in 1976). De
Nederlander snelde naar de Bergwerk-bocht, verloor de controle over het stuur
en vloog van een helling naast het circuit. Zijn auto raakte een boom, en Carel
zelf ook. In het Koblenz ziekenhuis werden een schedelkneuzing, een gebroken
dijbeen en borstwervel vastgesteld. Na zijn ongeluk was hij nog wel bij
bewustzijn en at hij zelfs, al was hij deels verlamd. Hij werd overgevlogen
naar de neurologische kliniek in Keulen, waar hij op 2 augustus om half 12 ’s
nachts overleed. De langzame, betrouwbare De Beaufort stierf in het harnas.
De Beaufort als vader van de Nederlandse autosport
Is Carel Godin de Beaufort werkelijk de vader van de
Nederlandse autosport? We vroegen het een andere Nederlandse coureur, die niet
van dezelfde generatie is, maar wel mooie herinneringen heeft aan de tijd
waarin De Beaufort internationaal aanzien genereerde voor Nederland als
raceland. ‘Dat ligt eraan aan wie je het vraagt’, stelt Lammers als we de
eerste Nederlandse Formule 1-coureur ooit aanhalen. ‘Ik denk dat Carel natuurlijk uit een tijdperk kwam waarin de aristocraten en de beter gesitueerden tegen
elkaar raceten. Daar was het nog niet één georganiseerd kampioenschap van zoveel
races, met mensen die soms deelnamen, en andere keren weer niet. We hebben het
dus wel over een hele andere tijd. Ik heb Carel zelf niet gekend, maar de
schoonvader van mijn eerste vriendinnetje was de monteur van Carel Godin. Ik
heb vanaf mijn zestiende dus wel een beetje alle mooie verhalen meegekregen.’
‘Ik woonde vroeger in de Pakveldstraat in
Zandvoort, en wij
waren gewoon een arbeidersgezin. Mijn vader werkte hard, en had zeven kinderen.
Ik heb vijf broers en één zuster, en ik ben de jongste. Mijn buren waren echter
een heel artistiek gezin. Dat was de familie Pot. Daar was Kees Pot een
modefotograaf voor de Avenue en de Libelle. Het zoontje van die familie, Daan
Pot, was mijn boezemvriend waarmee ik opgegroeid ben. Daantje en ik waren
altijd in de auto van Carel Godin de Beaufort aan het spelen toen we klein
waren. Die stond voor ons huis geparkeerd, want Carel was bevriend met de
familie Pot. Die ging na de race daar vaak nog even een borrel halen, en dan
waren wij daar op de trailer aan het spelen, want er stond op straat gewoon een
normale auto met daar achter zijn raceauto op de trailer. Dat geeft ook even
aan wat voor tijdperk het was. Dat is het dichtste bij Carel Godin dat ik
geweest ben. Het was een leuke tijd, vooral heel nostalgisch en romantisch.’
De Beaufort wordt over het algemeen niet gezien als een coureur van wereldformaat, maar meer als iemand die destijds uit passie doorgroeide
richting de koningsklasse en daar deel bleef nemen uit enthousiasme voor het
racen. Toch had hij er wel degelijk talent voor, weet ook Lammers: ‘Tuurlijk!
Ik weet niet hoe goed de startvelden waren en hoe de auto’s in elkaar zaten.
Dat werd reglementair niet zo goed gecontroleerd als dat nu het geval is.
Misschien dat hij zelfs nog veel beter was dan hoe hij eruit kwam. Misschien had
hij wel materiaal tot zijn beschikking dat niet op het niveau zat van dat van
de winnaars en wellicht verdient hij dus wel veel meer credit dan dat hij krijgt.’ De jarenlange deelname van Carel in een oude Porsche geeft inderdaad aan dat De Beaufort onder de juiste omstandigheden misschien wel veel meer voor de sport had kunnen betekenen. (Hoofdfoto: Bilsen, Joop van, Nationaal Archief/Anefo)
Door: Christian Moerman | Twitter: @ChristianMoerm1