Lewis Hamilton heeft in jaren niet zo’n slechte seizoenstart
gekend als dit seizoen. In Australië viel de Brit uit en in Japan eindigt hij ergens
onderin de top tien, waardoor hij in het kampioenschap ook geen beste zaken doet.
Hamilton zelf lijkt niet verrast en geeft aan zelf eigenlijk nooit hoge verwachtingen
te hebben gehad. Aan het begin van het weekend leek het
Mercedes enigszins mee te zitten, maar niets bleek minder waar. In de kwalificatie wist Hamilton maar
tot P7 te komen en dus startte hij pas op de vierde startrij, naast zijn
toekomstige teamgenoot Charles Leclerc. Op de vraag of het niet was waar hij op
had gehoopt, geeft Hamilton dan ook een zeer duidelijk antwoord. ‘De auto is
nooit geweest wat ik had gehoopt dat het zou zijn’, lacht de zevenvoudig
wereldkampioen voor de camera van
Formula1.com. Schade tijdens eerste stint verpestte de race
De race van Hamilton begon al met tegenslag. ‘Ik liep wat
schade op tijdens de eerste stint’, vertelt hij. Die schade liep hij naar eigen zeggen
op tijdens de herstart. Bovendien hielp het ook niet dat het sturen erg lastig
was. ‘Ik had enorm last van onderstuur’, geeft de
Mercedes-coureur aan. ‘Daarom
besloot ik ook George erlangs te laten. Hij was sneller en ik kon de auto amper
besturen’, blikt hij terug. ‘Het kostte me twee stints om dat weer goed te
maken.’
Hamilton geeft toe dat de laatste stint niet zo vreselijk
was. ‘Het ging beter, maar toen was het al te laat’ benadrukt hij. ‘Ik had toen
al tien seconden die ik in moest halen.’ Meer dan twee punten zat er dus niet
in voor de man uit Stevenage, die daar ook flink van baalt. Hij lijkt niet te
geloven dat er nog potentie in de W15 zit. ‘Ik weet niet of we positieve punten
mee kunnen nemen van dit weekend’, geeft hij aan. Toch weet hij nog één klein
lichtpuntje te noemen, al ligt de lat wel erg laag. ‘De bolides zijn allebei
gefinisht, dus dat is goed.’