Liam Lawson stelt dat coureurs hun natuurlijke instincten regelmatig moeten negeren om het maximale uit de huidige Formule 1-auto’s te halen. Door de grotere rol van elektrische energie draait een snelle ronde niet langer uitsluitend om zo laat mogelijk remmen en zo vroeg mogelijk op het gas gaan. De Racing Bulls-coureur moet voortdurend afwegen hoeveel energie hij verbruikt, waar hij kan terugwinnen en welke rijstijl uiteindelijk de snelste rondetijd oplevert. Die omschakeling is het gevolg van de ingrijpende reglementswijzigingen voor 2026. De nieuwe krachtbronnen leveren ongeveer evenveel vermogen via de verbrandingsmotor als via het elektrische gedeelte, terwijl ook actieve aerodynamica is geïntroduceerd. Energie terugwinnen en efficiënt inzetten is daardoor een veel groter onderdeel van het rijden geworden. Een actie die op het eerste gezicht tijd of energie lijkt op te leveren, kan een coureur later in dezelfde bocht juist extra vermogen kosten.
Lawson moet natuurlijke instincten achter het stuur onderdrukken
Volgens Lawson begint het aanpassen al bij het aanremmen van een bocht. Een coureur probeert normaal gesproken zo lang mogelijk op topsnelheid te blijven en vervolgens hard te remmen, maar bij de nieuwe auto’s kan de grote vertraging al eerder zijn ingezet. Daardoor voelt het alsof er later wordt geremd, terwijl de snelheid op dat moment al flink is afgenomen. Het vraagt volgens de Nieuw-Zeelander om een compleet andere benadering van de verschillende fases van een bocht.
“Je rijdt richting een bocht en probeert zo laat mogelijk te remmen, maar je remt niet meer vanuit een heel hoge snelheid”, legt Lawson uit tegen op een persmoment in Hongarije tegen onder meer F1Maximaal.nl. “De grote vertraging is eigenlijk al begonnen, waarna je later remt dan je denkt dat nodig is. Het is eerlijk gezegd een compleet nieuwe rijstijl. Je moet je brein vertellen dat je in bepaalde bochten niet een bepaalde hoeveelheid gas mag geven, omdat je daar later de prijs voor betaalt.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Lawson is niet tevreden over de 2026-auto's.
Wanneer hem wordt gevraagd hoe onnatuurlijk dat precies aanvoelt, laat Lawson weinig ruimte voor twijfel. “Extreem onnatuurlijk”, benadrukt hij. “Het is iets wat we dit jaar allemaal hebben moeten ontwikkelen en leren.” De Racing Bulls-coureur denkt echter niet dat deze manier van rijden zijn instincten permanent zal veranderen. Zodra hij weer in een conventionelere raceauto zou stappen, verwacht hij snel terug te kunnen schakelen naar een agressievere en meer vertrouwde rijstijl.
“Ik denk niet dat het op de lange termijn gevolgen heeft”, stelt Lawson. “Op het moment dat je in een auto rijdt die wat normaler is en waarin je dit soort dingen niet hoeft te doen, vind je dat gevoel waarschijnlijk vrij snel terug. Het is vooral iets wat we nu nog proberen te beheersen en te perfectioneren.” Volgens Lawson zit de uitdaging dan ook niet alleen in pure snelheid, maar vooral in het begrijpen van de meest efficiënte aanpak per bocht.
Spa-voorbeeld toont ingewikkelde energiepuzzel in Formule 1
De bochtenfase is volgens Lawson belangrijker geworden. Coureurs moeten zoveel mogelijk snelheid meenemen, maar tegelijkertijd voorkomen dat zij onnodig elektrische energie verspillen. Vooral wielspin is kostbaar, omdat de krachtbron wel energie levert terwijl de auto daar nauwelijks extra voorwaartse snelheid voor terugkrijgt. Ook te vroeg op het gaspedaal stappen kan daardoor juist nadelig uitpakken, zelfs als dat volgens de traditionele race-instincten de snelste aanpak lijkt.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Lawson was niet blij op Spa.
“Je moet zo snel en efficiënt mogelijk door een bocht gaan, zonder te veel energie te gebruiken”, zegt Lawson. “Iedere bocht is anders, maar zelfs de manier waarop je weer op het gas gaat, speelt een rol. Wanneer je wielspin hebt, is dat behoorlijk kostbaar. Je gebruikt energie, maar de auto gaat niet echt sneller. Je moet dus heel vloeiend zijn, zoveel mogelijk bochtensnelheid meenemen en voorkomen dat je onnodig energie verspilt.”
Een vaste aanpak bestaat volgens Lawson niet. Op sommige circuits moeten coureurs vloeiend rijden, terwijl een agressievere remtechniek elders juist beter kan werken. Zelfs binnen één ronde kan de ideale methode per bocht verschillen. “Het is absoluut niet consistent”, erkent hij. “Soms denk je dat je iets heel goed doet en ontdek je vervolgens dat het voor die specifieke bocht op dat specifieke circuit juist het slechtste is wat je kunt doen. Het kan soms behoorlijk verkeerd om aanvoelen.”
Lawson wijst daarbij naar zijn ervaringen op
Spa-Francorchamps. In bocht tien liet hij het gaspedaal langer los om extra energie terug te winnen, maar doordat zijn snelheid te ver terugviel, had hij daarna juist meer energie nodig om opnieuw te accelereren. Vanwege de limiet op de hoeveelheid energie die kan worden teruggewonnen, leverde de aanpassing uiteindelijk niets op. “Ik moest zoveel extra energie gebruiken om weer op de benodigde snelheid te komen, dat ik uiteindelijk meer verbruikte”, legt Lawson uit. “Je moet exact weten wanneer je daadwerkelijk energie terugwint.”