Liam Lawson kijkt een stuk nuchterder naar de onrust rond het nieuwe Formule 1-reglement dan veel van zijn collega’s. Waar verschillende coureurs zich de afgelopen weken kritisch hebben uitgelaten over de eigenschappen van de 2026-auto’s, lijkt de Racing Bulls-coureur vooral te vinden dat zulke reacties onvermijdelijk zijn. Volgens de Nieuw-Zeelander hoort gemopper nu eenmaal bij het leven van een Formule 1-coureur, zeker wanneer een nieuwe generatie auto’s nog verre van uitontwikkeld is en de eerste kinderziektes zichtbaar worden. Daarmee plaatst Lawson de kritiek uit de paddock meteen in perspectief. De discussie over de nieuwe regels is de afgelopen tijd flink opgelaaid, mede doordat meerdere coureurs hun zorgen uitspraken over de rijdbaarheid en het karakter van de auto’s. Toch wil Lawson daar geen al te dramatisch verhaal van maken. In zijn ogen zoeken coureurs altijd naar verbeterpunten, ongeacht met welk reglement ze te maken hebben. Dat maakt de huidige kritiek volgens hem niet per se bijzonder, maar eerder voorspelbaar.
Nooit perfect
“Uiteindelijk zullen er altijd dingen zijn die we aan de auto anders willen”, zegt Lawson tegen onder meer Motorsport.com. Met die uitspraak raakt hij direct de kern van zijn verhaal. De Racing Bulls-coureur stelt namelijk dat onvrede onder rijders bijna een constante factor is in de Formule 1. “Als coureurs klagen we eigenlijk over alles, letterlijk. Dat zal nooit veranderen”, legt hij uit. Lawson lijkt daarmee vooral duidelijk te willen maken dat klachten over een nieuwe auto niet automatisch betekenen dat het volledige concept mislukt is.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Lawson ziet dat er nog genoeg verbetering is voor de Formule 1.
Toch wuift Lawson niet alles zomaar weg. Hoewel hij begrip toont voor het algemene geklaag binnen de sport, ziet hij wel degelijk een punt waarop de discussie serieuzer wordt. Voor hem ligt de grootste zorg namelijk niet direct bij pure prestaties of rijgevoel, maar bij veiligheid. Dat onderwerp kreeg extra lading na de zware crash van
Oliver Bearman in Japan, een incident dat binnen de paddock opnieuw vragen opriep over de controleerbaarheid van de huidige auto’s en de risico’s die daarbij komen kijken.
“Het belangrijkste punt op dit moment is veiligheid, zeker na wat we in Japan hebben gezien”, zegt Lawson. Daarmee maakt hij duidelijk dat niet alle kritiek over één kam geschoren moet worden. Sommige opmerkingen zijn volgens hem gewoon onderdeel van het bekende gezeur van coureurs, maar andere raken aan zaken die echt aandacht verdienen. “Dat is iets wat we in de toekomst willen voorkomen”, vervolgt hij. Juist op dat punt klinkt Lawson minder laconiek en veel meer als iemand die wil dat de sport snel ingrijpt.
Nog niet klaar
Naast veiligheid ziet Lawson ook op sportief vlak nog genoeg ruimte voor groei. De huidige auto’s zijn nog niet op het niveau waarop teams en coureurs ze uiteindelijk willen hebben. Volgens hem is dat echter geen reden voor paniek, omdat juist de eerste jaren van een nieuw reglement vaak in het teken staan van snelle ontwikkeling. Teams leren in korte tijd veel bij, waardoor prestaties meestal snel verbeteren. Lawson verwacht daarom dat deze generatie auto’s in de nabije toekomst vanzelf competitiever en prettiger te besturen wordt.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Lawson is zeker niet de enige coureur met klachten over de nieuwe reglementen.
“Bij elk nieuw reglement zie je dat er in de eerste jaren een enorme ontwikkeling plaatsvindt”, legt Lawson uit. Daarmee onderstreept hij dat de huidige situatie volgens hem onderdeel is van een bekend patroon. “Deze auto’s zullen dus zeker sneller worden en hopelijk ook fijner om te rijden”, zegt hij daar direct achteraan. Die woorden verraden dat ook Lawson nog niet volledig tevreden is, maar het verschil met sommige andere coureurs zit vooral in zijn toon. Hij klinkt minder veroordelend en meer afwachtend.
Dat betekent overigens niet dat hij de beperkingen van de auto ontkent. Integendeel, Lawson geeft juist vrij eerlijk toe dat de huidige generatie nog niet toelaat dat coureurs constant tot het uiterste gaan. “Op dit moment proberen we alles uit de auto te halen, maar het voelt alsof we nog niet volledig op de limiet kunnen rijden”, zegt hij. Daarmee raakt hij aan een belangrijk kritiekpunt van meerdere coureurs: de auto’s vragen veel compromis, terwijl een Formule 1-coureur juist wil voelen dat hij elk rondje maximaal kan aanvallen.