Zelfs de oplettende kijker zal niet veel gezien hebben van
Daniel Ricciardo tijdens zijn thuisrace zondagochtend. De Australiër reed lange
tijd achterin het veld en wist uiteindelijk als twaalfde te finishen, terwijl
zijn teamgenoot wel punten scoorde voor het team. Toch was het vooral de kwalificatie
van zaterdag die Ricciardo frustreerde.
‘Ik heb de frustratie vandaag opzij gezet’, vertelt
Ricciardo in een interview met
Formula1.com. ‘Dat heb ik gisteren laten gaan.’ De
man uit Perth dacht gisteren een goede ronde te rijden tijdens de kwalificatie,
maar deze bleek toch flink tegen te vallen. Bovendien raakte hij door
track
limits zijn beste tijd kwijt en moest hij achteraan starten vanaf P18. ‘Ik heb
uiteindelijk niets kapotgemaakt, maar ik dacht eerst wel dat wat objecten het niet
zouden overleven na de kwalificatie’, geeft de coureur van
Visa Cash App RB
toe. ‘Maar misschien komt er kalmte met leeftijd.’
Ricciardo gelooft dat hij het wel kan
Naar eigen zeggen heeft Ricciardo zijn best gedaan om er nog
iets van te maken vandaag. ‘Er waren momenten dat we goed tempo hadden, we reden
goede stints.’ De Australiër lijkt de race vandaag gebruikt te hebben om meer
over de auto te leren. ‘Er waren punten tijdens de race die ik markeerde, die
ik heb gedeeld met de ingenieurs’, geeft hij aan. ‘Het is goed om meer te gaan
begrijpen en data te verzamelen.’
Hoewel hij de Grand Prix in zijn thuisland dus wel enigszins
nuttig heeft weten te gebruiken, had hij uiteraard graag net als zijn
teamgenoot een plekje in de top 10 gehad. ‘Ik had graag gezien dat het weekend
beter ging, maar het is beter om te focussen op ons einddoel’, benadrukt Ricciardo.
‘Het waren de niet de beste drie races om het seizoen mee te beginnen en na de
voorbereiding die ik had, is dit niet waar ik verwachtte te staan.’ Toch laat
hij zich niet van de wijs brengen. ‘Ik laat me er niet door afleiden. We vinden
het wel. Ik weet dat ik het kan.’
Nog geen reden tot paniek
De Australiër zou ook graag meer te weten komen over waarom
hij bepaalde dingen doet. Daarvoor analyseert hij zichzelf maar praat hij ook met anderen. ‘Ik duik in de data en probeer te zien waarom ik doe
wat ik doe’, vertelt hij. ‘Ik praat met de ingenieurs en ik stel ze vragen. Ik stel mezelf ook vragen.’
‘Er is nog geen paniek. Ik had graag een betere start gehad,
maar ik blijf graven’, benadrukt de man uit Perth. ‘De auto is niet heel anders
dan vorig jaar. De karakteristieken zijn vergelijkbaar.’ Ricciardo zegt hier
wat vertrouwen uit te halen. ‘Het is niet alsof de auto ineens helemaal
veranderd is en Yuki veel beter past.’ Met het oog op de komende races blijft
de Australiër optimistisch. ‘We
vinden wel iets. Ik dacht dat het dit weekend zou zijn, maar misschien
het volgende raceweekend’, zegt de RB-coureur. ‘En zo niet, dan blijven we
doorgaan tot het gebeurt. Het gaat gebeuren.’