Fernando Alonso won zijn wereldkampioenschappen in 2005 en 2006, wat betekent dat hij dit jaar en komend jaar de twintigste verjaardagen van zijn titels vierde. De coureur is nog altijd hongerig en hoopt stiekem dat er nog een kans op een derde titel in zit met Aston Martin. Zit die legendarische titel er na twintig jaar niet in, dan heeft de Spanjaard in elk geval nog de mooie herinneringen aan nummer één en twee. De coureur herinnert het zich als de dag van gisteren, stelt hij in de documentaire Bravissimo van DAZN. âHet staat me nog levendig voor de geest. Het was het eerste jaar dat we echt een kampioensauto haddenâ, zegt hij over 2005. âIn 2003 had ik een auto om voor het podium te strijden, ik behaalde mijn eerste poleposition en mijn eerste podiumplaats, en dat was al een voorproefje van wat er in 2005 zou kunnen gebeuren, maar in 2005 ging alles echt heel goedâ, aldus de Spanjaard.
De races brachten uiteraard extra druk met zich mee. âHet was het eerste jaar van mijn carriĂšre in de Formule 1 waarin ik naar de Grand Prix ging met de druk om een resultaat te behalen. Tot dan toe ging ik erheen om mijn best te doen en zoveel mogelijk punten te behalen, maar nu had ik een heel concreet doel, namelijk meer punten behalen dan RĂ€ikkönenâ, vertelt Alonso. âIk was voor het eerst in mijn leven in de kampioenschapsmodus.â
McLaren was sneller, maar onbetrouwbaar
De sterke auto bracht binnen het team een goede sfeer, zo stelt de coureur. Toch leek het een waanzinnig moeilijke opgave. âIk zag het als een strijd tegen een reus.
McLaren was een team dat hard had gevochten en de voorgaande jaren had gedomineerd, het was ook de grootste rivaal van
Michael Schumacherâ, verwijst de man uit Oviedo naar
Kimi RĂ€ikkönen en McLaren. De McLaren was volgens hem sterker. âMaar veel minder betrouwbaar, dus dat was onze sterke kant: alle races uitrijdenâ, zegt de coureur.
Van Schumacher, die de vijf jaren ervoor de titels aaneenreeg, was er weinig te vrezen. âMichael Schumacher was er in 2005, maar hij had geen erg goede auto en ik wist dat Kimi mijn rivaal zou worden.â Die campagne begon zeer succesvol voor
Renault en Alonso. âMet veel overwinningen en een zeer betrouwbare auto. Ook de McLaren van RĂ€ikkönen was erg snel, maar had veel betrouwbaarheidsproblemenâ, herhaalt hij.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Met de R25 pakte Alonso zijn eerste wereldtitel.
Eigenleek deed Alonso in 2005 dus wat Max Verstappen twintig jaar later rpobeerde. âAls ze een normaal weekend hadden, wisten we dat ze net iets sneller waren, dus dat was mijn grote zorg in 2005: profiteren van elk slecht weekend van McLaren, omdat er anderen waren die punten zouden verliezenâ, zegt Alonso, die zo met overwinning na overwinning zijn voorsprong uit wist te bouwen. âElke race was anders.â
De tweevoudig wereldkampioen onderstreept het belang van de teambaas. âFlavio verloor nooit het perspectief om het wereldkampioenschap te winnen uit het oog. Ik denk dat we allemaal erg gefocust waren op winnenâ, herinnert hij zich. âDe eerste races gingen we race voor race te werk, maar vanaf race vijf of zes, toen we al een aanzienlijke puntenvoorsprong hadden met een sterke auto, begonnen we echt in kampioenschapsmodus te racenâ, bleek al snel dat ze een goede kans hadden op de titel.
Briatore, de berekenkoning
In 2005 werd er bij Renault volop gebruikgemaakt van de rekenvaardigheden van
Flavio Briatore. âAls we dan een slecht weekend hadden of weinig punten scoorden, maakte Flavio snel een berekening van wat we gemiddeld nodig hadden in de volgende drie of vier Grands Prix, of zei hij:
Dit compenseert Imola, toen McLaren de motor kapot reedâ, vertelt Alonso hoe de Italiaan iedereen gemotiveerd wist te houden.
Het was al met al een geweldig jaar voor Alonso, maar ook voor het team. âWe waren in Frankrijk, aan de leiding in het kampioenschap, met een Frans team, met alle hoge functionarissen van Renault in de paddock. En we wonnen de race, met het publiek ook in vervoering. Het was niet meer alleen in Barcelona, mijn thuisrace, dat we alle tribunes blauw zagen. Het was nu in alle landenâ, blikt Alonso terug op die goeie ouwe tijd. Voor de Spanjaard is het nu hopen dat het in 2026 overal groen kleurt.