Haas heeft in Bahrein tijdens week twee van de wintertest
een duidelijke resetknop gevonden. Na een eerste week waarin het team vooral
bezig leek met het in kaart brengen van basisproblemen, klinkt er nu meer rust
én meer richting. Met nog maar twee weken tot Melbourne is dat geen luxe, maar
noodzaak. Elke run moet iets opleveren: een antwoord op een balansvraag, een
betere afstelling of simpelweg meer vertrouwen in wat de VF-26 wil doen. De timing is extra pittig omdat Haas tegelijk meerdere grote
puzzelstukken moet leggen. Nieuwe aero, een nieuwe Ferrari-krachtbron en het
verschil tussen de ‘launch’-specificatie en het ‘echte’ testpakket zorgen voor
veel variabelen. Dan is het cruciaal dat de coureurs niet alleen rondjes
rijden, maar ook precies kunnen aanwijzen wat er beter is en wat nog niet
klikt.
Esteban Ocon en
Oliver Bearman schetsten na hun sessies precies dat
beeld: vooruitgang, maar nog niet vrijuit.
Veel verbetering
Ocon stapte na een drukke ochtend uit met het gevoel dat
Haas eindelijk ergens naartoe werkt. ‘Het was een interessante ochtend’,
vertelt hij aan de aanwezig media. ‘We zitten in week twee en we hebben een paar dagen gehad om
terug te kijken en te bedenken hoe we het van week één naar twee verbeteren.’
Volgens de Fransman is dat gelukt. ‘Veel dingen zijn deze week veel beter. We
hebben een duidelijke richting waarin we werken.’ Tegelijk klinkt er ook meteen
een rem. ‘Er zijn nog dingen waar we een beetje mee worstelen.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Ocon zit boordevol vertrouwen in de VF-26.
‘Het was een productieve ochtend’, vertelt hij, waarna Bearman het resterende programma in de middag oppakte. Ocon blijft ondertussen
op de achtergrond betrokken: ‘Ik probeer zoveel mogelijk vanuit het ‘kantoor’
met de engineers mee te kijken.’ En alsof hij alvast richting een snellere
avondsessie knipoogde, voegde hij eraan toe: ‘De zon gaat zo onder en hopelijk
zakken de rondetijden vanavond.’
Het grootste pluspunt noemt Ocon de nieuwe
Ferrari-krachtbron. ‘Aan de kant van de power unit is het een héél, héél grote
stap vooruit’, stelde hij. ‘We begrijpen veel meer en het is een stuk
makkelijker te gebruiken dan het in Barcelona was.’ Maar zodra het over het
chassis gaat, wordt het technischer en gevoeliger. ‘Aan de auto-kant hebben we
nog wat werk, vooral qua balans.’ Zeker op nieuw rubber. ‘De auto krijgen zoals
wij ’m willen, vooral op de run met nieuwe banden, dat is het doel.’
Over de echte onderlinge verhoudingen wilde Ocon nog niet
beginnen. ‘Dat kun je aan Ayao (Komatsu, red.) vragen’, grapt hij, om daarna meteen het bekende
testmantra te herhalen: in Australië gaat iedereen pas echt los. ‘Ik weet zeker
dat iedereen vol gas gaat in de kwalificatie in Australië. Dan zien we het wel.’
Het is precies de houding die je van Haas verwacht: eerst oplossen wat niet
goed is, en pas daarna kijken waar je staat als iedereen het masker afzet.
Niet alles soepel
Bearman kende in de middag juist een sessie met haperingen,
al wilde hij er geen drama van maken. ‘Een licht onderbroken middag’, geeft hij
toe. Toch zag hij ook een voordeel. ‘Het gaf ons tijd om uit te zoeken wat die
nieuwe onderdelen doen voor de auto, wat aerodynamica-tests te doen en dat soort
dingen.’ De Brit sloot aan bij Ocon over de krachtbron, die beter te
vergelijken is ronde na ronde. ‘Alles ligt meer in lijn, en we kunnen het
rondje na rondje testen en een grote database opbouwen.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Ook Bearman is blij met zijn Ferrari-motor.
Op aerodynamisch-gebied klonk Bearman misschien wel het meest
veelzeggend. ‘We reden eerder met de launch car, en vanaf deze test hebben we de echte
auto’, legt hij uit. ‘We hebben het volledige
potentieel van de auto nog niet echt ontgrendeld.’ Zelfs na week één dacht Haas
dat er meer uit te halen viel, en precies dat maakt de resterende dagen
belangrijk. ‘De komende twee dagen gaan daarover’, zei Bearman, die
vooruitkijkt naar kwalificatie-achtige runs: ‘We komen er stap voor stap, en
elke ronde word ik ook zelfverzekerder met de auto.’