Zak Brown had zich bijna geen fijner seizoen kunnen
wensen dan het 2024-seizoen waarin McLaren zich ontpopte tot het snelste team
en uiteindelijk de constructeurstitel pakte. De Amerikaan kijkt terug op een
seizoen waarin zijn team zowel de jager als de prooi was, waarbij hij zelf een
duidelijke voorkeur heeft. De rivaliteit met Ferrari is daarbij een van de
hoogtepunten. Aan het begin van 2023 hadden er waarschijnlijk weinig
mensen geld op in durven zetten dat McLaren een jaar later bij de snelsten van
het veld zouden horen. Destijds leek McLaren nog veel snelheid te missen en
kende Aston Martin een bliksemstart. Naarmate het seizoen vorderde, draaiden die
rollen om. Het is Brown uiteraard ook niet ontgaan dat zijn team een enorme transformatie
onderging gedurende de afgelopen twee seizoenen. ‘We waren het langzaamste
team, het was geweldig om dat om te draaien’, geeft de CEO van McLaren aan.
In 2024 begon Red Bull Racing als het snelste team van het
veld, maar die rol werd halverwege het seizoen overgenomen door de Britse
renstal, waar zowel
Lando Norris en
Oscar Piastri meerdere zeges pakten. Desondanks
vond Brown de situatie tijdens de beginfase van het seizoen een stuk fijner,
omdat zijn team in die periode niet de prooi was waar de rest van het veld op
jaagde. ‘Het was een stuk leuker om de jager te zijn. Er werd op ons gejaagd
tijdens de tweede helft van het seizoen’, vertelt hij in gesprek met
CNBC.
Blij geen monteur te zijn
Het was voor Brown een waar rampscenario geweest als Ferrari
het onmogelijke had kunnen doen en uiteindelijk toch het
constructeurskampioenschap mee had kunnen nemen naar Maranello. ‘Je zou je
schamen als je dit alles overkomen hebt en dan toch het kampioenschap verliest
tijdens de laatste race’, geeft hij toe. Zo ver kwam het niet, want de
voorsprong van McLaren bleef tot en met de laatste race van het seizoen in Abu
Dhabi groot genoeg dat de Italiaanse renstal het niet wist te overbruggen. ‘Ik
ben net zo gemotiveerd door de angst voor verlies als door de sensatie van een
overwinning’, constateert de Amerikaan dan ook na afloop van een veelbewogen
seizoen.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Na de overwinning van Norris in Miami, zag McLaren er nog meerdere volgen.
Brown erkent dat hij zeker niet degene was die het meest
onder druk stond. ‘Het was erg stressvol. Ik zo niet graag een van de monteurs
zijn die een pitstop uitvoert’, lacht hij. ‘Zij staan onder grote druk. Je bent
zo snel als de langzaamste persoon in zo’n situatie’, benadrukt hij het belang
van een snelle en foutloze pitstop voor zijn coureurs. Toch genoot de CEO ook
van de strijd met Ferrari die officieel nog duurde tot en met Abu Dhabi. ‘Als
je tegen één team tot het uiterste wilt gaan, dan het meest iconische team uit
de Formule 1’, prijst hij de rivalen.
Rivaliteit met Ferrari altijd sportief gebleven
Ferrari en McLaren hebben allebei een lange geschiedenis in
de Formule 1 en daardoor ook met elkaar. ‘Er is een lange historie tussen
Ferrari en McLaren’, erkent ook Brown. De Amerikaan heeft genoten van de strijd
die de twee renstallen leverden in 2024. ‘Ik houd ervan te racen tegen Ferrari’,
stelt hij. ‘Ik mag
Charles Leclerc en
Carlos Sainz. Ik mag Fred, die het team
runt’, voegt hij er bovendien aan toe. Daarnaast vond Brown het ook fijn dat er
onderling er netjes omgegaan werd met de rivaliteit. ‘Erg sportief’, noemt hij
het. ‘Dat was heel fijn.’
Brown benoemt als voorbeeld van sportiviteit binnen de rivaliteit
de groepsfoto’s die de teams na een overwinning namen. ‘Toen Lando won in
Miami, verscheen hij ineens terwijl wij het vierden’, denkt hij terug aan de
photo
bomb van
Frédéric Vasseur. ‘En daarna verschenen we steeds bij elkaars
overwinningen gedurende het seizoen. Dat is de mooie kant van de sport’, is de
CEO van mening. ‘We doen dat niet met al onze tegenstanders, je hebt
verschillende relaties. Maar het was mooi dat we het op zo’n sportieve manier konden
doen en ik hoop dat we dat dit jaar weer kunnen doen’, sluit Brown af.