Isack Hadjar kan terugkijken op een indrukwekkend debuutjaar
in de Formule 1, al voelt dat voor de coureur zelf anders. In zijn eerste
volledige seizoen wist hij tien keer in de punten te finishen en sloot hij het
kampioenschap af als twaalfde. Objectief gezien een sterk resultaat voor een
rookie, maar voor Hadjar overheerste vooral het gevoel dat hij net naast iets
moois had gegrepen. Lange tijd leek een plek in de top tien haalbaar, tot het
in de slotfase alsnog misging. Die teleurstelling past bij de mentaliteit van Hadjar. Waar
veel debutanten tevreden zouden zijn met een dergelijk seizoen, keek hij vooral
naar wat er had kúnnen zijn. Hij stond een periode negende in het kampioenschap
en zag dat langzaam wegglippen. Tegelijkertijd was hij zich er goed van bewust
dat zijn prestaties voldoende waren om zijn toekomst veilig te stellen bij
Red Bull Racing.
Sportief gezien heeft hij geleverd wat er van hem werd verwacht.
Gemiste kans
‘Het was verschrikkelijk’, geeft Hadjar in de
Talking Bulls-Podcast toe over zijn
eindklassering. ‘Ik stond letterlijk negende en dan eindig je als twaalfde. Dat
voelt gewoon niet goed.’ Toch plaatst hij daar direct nuance bij. ‘Ik heb alle
vakjes aangevinkt die ik moest aanvinken om die promotie te krijgen. Zelfs als
ik zevende was geworden, had dat mijn leven of mijn seizoen in 2026 niet
veranderd.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Hadjar had in Qatar kansen op een goed resultaat.
Een van de pijnlijkste momenten kwam tijdens het weekend in
Qatar, waar een sterk resultaat door pech in rook opging. ‘Dat was echt lastig’,
vertelt Hadjar. ‘Je ziet die herhaling, alles beweegt en flapt, en dan is het
ineens voorbij. Dan voel je je gewoon enorm ongelukkig.’ Ondanks die frustratie
probeert hij het grotere plaatje te blijven zien. ‘Of je nu negende of twaalfde wordt,
uiteindelijk maakt het voor je toekomst niet zoveel uit.’
Hadjar rijdt met zijn idolen
Die teleurstelling onderstreept vooral hoe Hadjar zelf in zijn eerste Formule 1-jaar staat. Hij keek niet naar het feit dát hij punten scoorde, maar naar wie hij voor zich had en wat er nog mogelijk was. Dat hij in de eindstand achter een coureur als
Fernando Alonso belandde, voelde niet als een verzachtende omstandigheid, maar als extra motivatie. Voor Hadjar was twaalfde geen leerjaarresultaat, maar een gemiste kans op meer.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Hadjar deelt de baan nu met iconen van de sport.
Minstens zo bijzonder waren de momenten waarop Hadjar op de
baan in gevecht raakte met
Lewis Hamilton, de coureur die hij als kind
bewonderde. ‘Eigenlijk kwam het vaker voor dan ik had verwacht’, zei hij. ‘Meestal
was het wel zo dat hij mijn positie afpakte. Hij had gewoon meer racesnelheid
en zat in een snellere auto.’
Toch genoot Hadjar zichtbaar van die duels. ‘Soms rem ik hem
uit, dan snijdt hij weer terug en denk ik: ja, ik race nu echt tegen de man
tegen wie ik altijd heb opgekeken. Dat is echt ziek.’ Voor de jonge coureur
voelde het onwerkelijk om zijn idool niet op televisie te zien, maar er
daadwerkelijk mee te vechten op de baan. ‘Dat maak je niet vaak mee. Zeker die
eerste keer blijft dat surrealistisch.’