Vanaf 1 juni verandert de FIA de manier waarop de compressieverhouding binnen Formule 1-verbrandingsmotoren gemeten wordt. Door een getal van twee cijfers is het momenteel onrustig binnen de paddock. De compressieverhouding, in de reglementen vastgepind op 16:1, is uitgegroeid tot een van de grootste technische discussies van het jaar. Mercedes lijkt hoger dan die 16:1 te zitten. Indien dan het geval is, zullen ze een deel van de dominante status van dit jaar tot nu toe inleveren? We duiken eerst nog even in wat het probleem precies is, want het is een complex technisch verhaal en het wordt niet elke dag belicht. De geometrische compressieverhouding is de verhouding tussen het cilindervolume wanneer de zuiger in de verbrandingsmotor van een Formule 1-bolide onderin staat en het volume wanneer hij bovenin staat. Een verhouding van 16:1 betekent simpelweg dat het lucht-brandstofmengsel wordt samengeperst tot een zestiende van het oorspronkelijke volume voordat de ontsteking volgt. Hoe harder je perst, hoe meer energie je uit diezelfde druppel brandstof haalt. Het is, kort door de bocht, een van de meest directe knoppen waaraan een motorenbouwer kan draaien om rendement te winnen.
Juist daarom maakte de FIA er een speerpunt van. Door de verhouding af te toppen op 16:1 hield men het rendement in toom én verlaagde men de drempel voor nieuwkomers. Een bescheidener plafond maakt het immers makkelijker om aan te haken zonder tientallen jaren verbrandingskennis in huis te hebben. Dat was voor teams als Audi en Cadillac aantrekkelijk en om de sport breder aantrekkelijk te maken in de industrie dus een goede zet.
Mercedes komt door de tests
Toen aan het begin van het seizoen de motoren getest werden door de FIA leek er in eerste instantie niets aan de hand. De regel van 2026 schreef 16:1 voor en Mercedes bleef binnen deze ratio, maar wel gemeten in koude toestand. In warme toestand heeft het team uit Brackley naar verluidt een ratio van 1:18, waar veel andere teams dat niet halen. En precies in dat gat tussen koud meten en warm rijden ligt de speelruimte. Metaal zet uit als het opwarmt, speling verschuift, en een onderdeel dat zich bij bedrijfstemperatuur nét even anders gedraagt, kan dat verschil benutten.
De beschuldiging aan het adres van Mercedes luidt dat de motor uit Brixworth via een voorkamer in de cilinderkop koud keurig op 16:1 uitkomt, maar warm oploopt tot 18:1. Dit is tevens de waarde die onder de vorige reglementen nog gewoon was toegestaan. Het verhaal stamt van iemand die bij het Mercedes-project betrokken was, naar een ander team vertrok en het concept zou hebben gelekt aan zijn of haar nieuwe werkgever. Het staat niet vast dat Mercedes ook werkelijk op die hogere compressieratio zit.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Behoudt Mercedes het voordeel na 1 juni?
Wat wél vaststaat, is dat de motor warm boven de 16:1 uitkomt, men weet alleen niet precies hoeveel. Daarbij moet meteen gezegd worden dat elke Mercedes-krachtbron (Mercedes rijdt ermee, maar bijvoorbeeld ook concullega's
McLaren) voldeed aan de reglementen, zoals deze op papier stonden. De technisch verantwoordelijke voor de power units bij de FIA, Vincent Pereme, had de Mercedes-motor zelfs nog legaal verklaard. Er werd dus geen regel overtreden, maar vooral een meetmethode opgerekt.
FIA dicht het lek
De oplossing die de FIA gehanteerd heeft, is een herschrijving van artikel C5.4.3, en die kent drie fases. Tot en met 31 mei blijft de oude toets staan: 16:1, koud gemeten is de benchmark. Van 1 juni tot het eind van het jaar moet de motor zowel koud als bij 130°C onder de 16:1 blijven, met een toevoeging die er niet om liegt: elk onderdeel of mechanisme dat ontworpen is om de verhouding in bedrijfsomstandigheden boven de 16:1 te tillen, is verboden. Die zinsnede is rechtstreeks geschreven met een temperatuurgevoelige voorkamer in het achterhoofd. Vanaf 2027 wordt er bovendien alleen nog in bedrijfstemperatuur gemeten, en is het koude 'lek' definitief gedicht.
Twee technische kanttekeningen zijn daarbij van belang. Die 130°C slaat op de olietemperatuur van de zescilinder, niet op de motor in het algemeen. Daarnaast gaan er verhalen rond van een meettolerantie die de grens die initieel aangehouden is, 16:1, in de werkelijkheid meer richting 16,7:1 duwt. Dat zou enerzijds het vernuftige trucje van Mercedes en anderzijds de werkelijke prestaties van de andere teams in een ander daglicht kunnen zetten.
Speelt de timing Mercedes in de hand?
Om meerdere redenen lijkt het alsof de timing van deze maatregel het team van
Toto Wolff goed uitkomt. Allereerst leek de maatregel aanvankelijk in augustus pas in te gaan. Het is toch 1 juni geworden. Teams beschikken over drie motoren voor 24 Grands Prix, wat neerkomt op acht races per krachtbron (hoewel er al twee weggevallen zijn).
De Grand Prix van Monaco was voor het wegvallen van twee races de achtste race op de kalender. Dit was een logisch moment om de tweede motor te introduceren in de pool. Moet Mercedes sleutelen aan de cilinderkop dan kan het meeliften op een motorwissel die er doorgaans toch al aan zat te komen, zonder dat ze in de rest van het seizoen een gridstraf oppikken.
Hier komt ook nog een brandstofdimensie bij. De brandstof van Petronas zou ontworpen kunnen zijn om juist het potentieel van een hogere compressieverhouding uit te buiten. Moet de compressie omlaag dan is het niet vreemd om aan te nemen dat Petronas ook een ander brandstofmengsel aan moet leveren om het optimum te bereiken. Als er een effect plaatsvindt dan zal dat dus meerdere bronnen hebben.
Red Bull, Ferrari en McLaren nu nog te langzaam
Het reglement van 2026 is een complete reset geweest en bij zo'n reglementswijziging kan degene die het concept als eerste doorgrondt zomaar het hele seizoen naar zich toe trekken. In 2014 deed Mercedes dit ook al zeer kundig. Op dit moment hebben ze op het circuit een niet te missen voordeel, zowel over één ronde als gedurende een volledige race-afstand. Het gat is groot genoeg om de andere drie subtoppers (McLaren, Red Bull,
Ferrari) al min of meer af te schrijven voor de wereldtitel.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Alleen Andrea Kimi Antonelli en George Russell hebben nog Grands Prix gewonnen in 2026.
De houding van Wolff spreekt wat dat betreft boekdelen. Hij wijst nadrukkelijk Ferrari aan als de échte bedreiging, prijst zijn eigen krachtbron de hemel in, maar wil vooral vroeg punten sprokkelen en een vroege voorsprong opbouwen voordat de ingreep van 1 juni zijn voorsprong kan aantasten. Die urgentie is begrijpelijk, want vanaf de zomer is het maar de vraag of die voorsprong overeind blijft.
De rest van het veld heeft twee wegen om terug te slaan. De eerste is de regelwijziging zelf, mocht die Mercedes dwingen in te leveren. De tweede is het ADUO-systeem (Additional Development and Upgrade Opportunities), waarmee de FIA een tussentijdse motorupdate kán toestaan (buiten het budgetplafond) zodra blijkt dat een fabrikant 2 procent of meer onder de referentiemotor zit. Die referentie is Mercedes. Deze upgrades zouden rond de Belgische Grand Prix al goedkeuring kunnen krijgen en het veld kunnen nivelleren.
Is Mercedes legaal bezig?
Valt wat Mercedes aan het doen is binnen de regels van de sport? Technisch gezien wel. Sterker nog: commissarissen van de FIA hebben de motorblokken goedgekeurd. Toch blijft er een gevoel hangen van dat de geest van het reglement is omzeild. Daar zit dan ook de spanning. Wat is illegaal en wat voelt illegaal? Wolff houdt vol dat de Mercedes-krachtbronnen voldoen aan de reglementen, concurrenten vinden dat er gesleuteld moet worden.
Welke kant zal zegevieren is pas te zeggen wanneer de motoren het asfalt raken, en dan eigenlijk pas na Monaco. In Monaco liggen de topsnelheden dusdanig laag dat de effecten van zo'n compressiereductie nauwelijks te zien zullen zijn. Nee, de echte krachtcircuits van deze kalender, zoals
Andrea Kimi Antonelli's thuisrace in Monza, zal de pijn pas echt gevoeld worden, indien deze er ook werkelijk is.