Na de Grand Prix van Singapore is het succes van Carlos
Sainz bij Ferrari het gesprek van de dag, terwijl zijn teamgenoot Charles
Leclerc zich vastberaden toont om zijn eigen prestaties te verbeteren. Recent sprak Leclerc openhartig over de samenwerking tussen de twee Ferrari-coureurs
en de uitdagingen waarmee ze worden geconfronteerd.
De laatste paar races lijkt Sainz de voorman van Ferrari te
zijn, met zijn overwinning in Singapore en een podiumplek in
Monza. Hoewel
iedere coureur liever zichzelf bovenaan ziet staan, levert het recente succes
van Sainz geen jaloezie op bij Leclerc. Wat echter opvalt in Leclercs woorden
is zijn waardering voor de prestaties van Sainz. ‘Het is geweldig om
Carlos in deze vorm te zien’, vertelt hij bij
Motorsport.com. ‘Het pusht ook mij om mijn rijstijl
beter te begrijpen en aan te passen aan deze auto. Ik voel me nog niet helemaal
op mijn gemak.’
De Ferrari-coureur benadrukt hoeveel inspanning er is binnen het team om weer aan de top te komen. ‘In Zandvoort hebben we veel getest. In
Monza wilden we die tests en het begrip dat we van de auto hadden opnieuw bevestigen’, verklaart Leclerc. Het duo heeft hard gewerkt om de Ferrari-bolide tot in de puntjes te begrijpen en hun inspanningen beginnen hun vruchten af te werpen. Leclerc toonde ook zijn enthousiasme voor de komende race op
Suzuka, waar hij hoopt te herhalen wat ze eerder hebben bereikt. ‘Ik hoop echt dat het mogelijk is om op herhaling te gaan op Suzuka. Daar kijk ik naar uit. Als dat lukt, is dat een heel goed teken voor de toekomst’, merkte hij op
Een auto met technische uitdagingen
Leclerc ging verder in op enkele technische uitdagingen
waarmee hij te maken heeft. Hij merkte op dat de auto een neiging tot
onderstuur heeft, wat betekent dat de voorkant van de auto minder responsief is
dan gewenst. Dit kan problematisch zijn voor een coureur, aangezien een gebrek
aan grip en voorspelbaarheid de prestaties kunnen beïnvloeden. Toch blijft
Leclerc vastberaden om deze uitdagingen te overwinnen en zijn prestaties te
verbeteren. ‘Wat dat betreft is er nog wel werk aan de winkel, maar het feit
dat de competitiviteit er lijkt te zijn, is geweldig. Nu is het aan mij’, concludeerde
hij.