Ayao Komatsu heeft in de High Performance-Podcast vooruitgeblikt op een uitdagend seizoen
voor Haas, waarbij hij geen poging doet om de verwachtingen kunstmatig op te
schroeven. De Japanner erkent dat zijn team nog altijd de kleinste formatie op
de grid vormt en dat juist dat gegeven zwaar weegt richting de grote
reglementswijzigingen die eraan komen. Toch klinkt er bij Haas voorzichtig
vertrouwen, gebaseerd op recente prestaties en interne ontwikkeling. Binnen het team ligt de nadruk volgens Komatsu steeds meer
op samenwerking en structuur. Haas zet stappen vooruit in hoe mensen elkaar
ondersteunen en gezamenlijk naar één doel werken. Dat proces is nog lang niet
afgerond, maar vormt wel de basis voor verdere groei. Juist in aanloop naar een
periode waarin de kaarten opnieuw worden geschud, ziet Komatsu dat als een
essentieel onderdeel van de strategie.
Realisme is de sleutel
Komatsu is realistisch over wat het team te wachten staat. ‘Het
wordt zonder twijfel een zwaar seizoen’, stelt hij. ‘We zijn nog steeds het
kleinste team.’ Tegelijkertijd wijst hij op de vooruitgang die Haas al heeft
geboekt. ‘De manier waarop we elkaar ondersteunen en samenwerken met een
gemeenschappelijk doel is echt goed. We worden een goed team, maar die
reglementswijziging maakt het extra lastig.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Met deze VF-26 hoopt Haas weer een stap voorwaarts te zetten.
Toch put de teambaas vertrouwen uit het recente verleden. ‘Wat
ons veel vertrouwen geeft, is dat we in twee jaar tijd de auto enorm hebben
kunnen ontwikkelen en het seizoen konden afsluiten met de vijfde snelste auto’,
legt hij uit. Dat laat volgens Komatsu zien dat Haas in staat is om snel te
leren en effectief te ontwikkelen, ook met beperkte middelen.
Daarbij wil hij zich niet verliezen in in positiviteit zonder
onderbouwing. ‘Ik hou er niet van om alleen maar te hopen’, zegt Komatsu. ‘Als
je alleen hoopt, bereik je niets.’ Volgens hem moet vooruitgang zichtbaar zijn
in concrete stappen. ‘Je kunt niet zeggen: dit jaar was slecht, volgend jaar
wordt beter. Wat heb je dan daadwerkelijk gedaan? Waar is het bewijs?’
Williams als voorbeeld
Als voorbeeld haalt Komatsu de recente opmars van
Williams
aan. ‘Zij gingen van 17 punten naar 137 punten, van negende naar vijfde’,
zegt hij. ‘Dat kan dus.’ Tegelijkertijd nuanceert hij die vergelijking direct. ‘Williams
is een veel groter team, met ongeveer duizend mensen en vrijwel alle middelen
tot hun beschikking.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Komatsu wil met Haas het voorbeeld van Williams volgen.
Volgens Komatsu zit het verschil niet alleen in prestaties,
maar vooral in context. ‘Wij hebben simpelweg niet dezelfde middelen’, legt
hij uit. ‘Dus moeten we die geleidelijk opbouwen.’ Dat betekent dat de weg naar
succes voor Haas er anders uitziet dan bij grotere teams. ‘Vanaf volgend jaar
zijn we met elf teams en iedereen opereert in een andere omgeving.’
Juist daarin ziet Komatsu ook de kracht van Haas. ‘Wat wij
hebben, zijn goede mensen. Echt geweldige mensen’, benadrukt hij. ‘Er is sterke
synergie en we zijn een puur raceteam.’ De focus ligt volgens hem op
inclusiviteit, elkaar steunen en stap voor stap vooruitgang boeken voor
Oliver Bearman en
Esteban Ocon. ‘We weten
wat we willen bereiken en daar werken we elke dag aan. Daar kijk ik echt naar
uit.’