Damon Hill ziet in de huidige Formule 1 opvallende
parallellen met het tijdperk waarin hij zelf actief was. De wereldkampioen van
1996 reed in een periode waarin de concurrentie uitzonderlijk diep was, met
meerdere coureurs die races konden winnen en aanspraak maakten op de titel.
Juist dat element, de kwaliteit van het veld, bepaalt volgens Hill hoe een
wereldkampioenschap wordt beoordeeld, los van statistieken of dominante
cijfers. In dat licht kijkt Hill met interesse naar de recente
titelstrijd en de prestaties van de huidige generatie. De Brit ziet hoe
meerdere coureurs elkaar structureel onder druk zetten en hoe gevestigde namen
niet onaantastbaar blijken. Dat maakt de waarde van een titel volgens Hill
groter, zeker wanneer die wordt behaald in een seizoen waarin de onderlinge
verhoudingen dicht bij elkaar liggen.
Complimenten voor Norris
‘Ik denk dat het hetzelfde is voor
Lando Norris’, zegt Damon Hill in de
Drive to Wynn-Podcast. ‘Hij
heeft
Max Verstappen dit jaar verslagen.’ Volgens Hill is dat een essentieel
onderdeel van het verhaal achter een wereldtitel. ‘Wanneer je wereldkampioen
wordt en je hebt de beste coureur van dat moment verslagen, dan kun je dat
altijd meenemen.’ Die vergelijking trekt hij direct door. ‘Oscar Piastri zal ook ooit wereldkampioen worden en Lando heeft hem ook verslagen.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Norris wist uiteindelijk de meeste punten bij elkaar te sprokkelen.
Voor Hill is het niet alleen een kwestie van winnen, maar
vooral van wie je onderweg tegenkomt. ‘Dat blijft altijd bij je’, stelt hij. ‘Hij
heeft een type-Schumacher verslagen, hij heeft een type Vettel verslagen, hij heeft een
Nigel verslagen. Wie je
verslaat op weg naar je titel, dat is persoonlijk enorm belangrijk.’
Die benadering komt voort uit zijn eigen referentiekader. ‘Ik
heb mezelf altijd gemeten aan Michael’, legt Hill uit. ‘Hij was de benchmark
toen ik racete.’ Hoewel Ayrton Senna vaak in één adem met Hill wordt genoemd,
nuanceert hij dat beeld. ‘Helaas heb ik niet lang genoeg tegen hem gereden.’
Toch zijn sommige momenten blijven hangen. ‘Ik heb races met Senna gereden, die legendarische race op Donington Park bijvoorbeeld, waar ik tweede werd in de regen.’
Vergelijkingen met het verleden
Hill plaatst dat alles in de context van een uitzonderlijk
sterk tijdperk. ‘Er was een periode met Alain Prost, Niki Lauda, Keke Rosberg en Nigel Mansell’, somt
hij op. ‘Er was een hele groep Grand Prix-winnaars en titeluitdagers die
allemaal samen in één veld reden.’ Volgens Hill was de diepte van de kwaliteit
toen ongekend. ‘De kwaliteit van het veld in de late jaren tachtig en negentig
was fenomenaal.’
Diezelfde breedte ziet Hill nu opnieuw ontstaan. ‘Ik denk
dat we dat niveau nu weer hebben’, zegt hij. ‘Lando is wereldkampioen, Oscar is
duidelijk wereldkampioenschapsmateriaal.’ En volgens Hill stopt het daar niet. ‘Er
zijn nog genoeg andere coureurs die wereldkampioenschapsmateriaal zijn en die
zich nog gaan laten zien.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Hill vergelijkt de huidige generatie met de toppers uit zijn tijd.
Tegelijkertijd wijst Hill op de natuurlijke verschuiving
binnen het huidige deelnemersveld. ‘Je hebt ook coureurs die richting het einde
van hun carrière gaan’, merkt hij op. ‘Hoe lang Lewis Hamilton nog doorgaat, weet ik
niet.’ Toch blijft ervaring een factor. ‘Fernando Alonso rijdt nog steeds boven zijn
leeftijdsniveau’, zegt Hill, die daarmee het contrast schetst tussen opkomend
talent en blijvende klasse.
Centraal in Hills analyse blijft Verstappen. ‘Max wordt
door bijna iedereen gezien zoals Michael destijds werd gezien’, stelt hij. ‘Hij
is het doelwit, de man die bijna onverslaanbaar lijkt.’ Die status maakt een
overwinning op Verstappen extra betekenisvol. ‘Hij kan verslagen worden’,
benadrukt Hill. ‘Het is alleen een kwestie van de juiste omstandigheden.’ Volgens Hill draait het daar uiteindelijk om. ‘De kwaliteit
van het veld is ontzettend belangrijk’, zegt hij. ‘Je wilt geen
wereldkampioenschap winnen waarbij iedereen zegt: ja, maar je tegenstander was
het niet waard.’