Voorafgaand aan het 2026-seizoen gaat het in de paddock
opvallend vaak over één detail: de compressieverhouding van de Mercedes-motoren.
Simpel gezegd: hoeveel het mengsel in de cilinder wordt ‘samengeperst’. In de
regels staat een limiet waaraan het Duitse team voldoet, maar rivalen kijken
vooral naar de manier waarop dat wordt gemeten. De verdenking is dat Mercedes
bij de statische test netjes binnen de grens blijft, terwijl de motor op
temperatuur op de baan over die limiet gaat. Dat leidde tot politieke druk.
Audi,
Ferrari en
Honda zouden
gezamenlijk om opheldering hebben gevraagd bij de
FIA, met daarbij een
discussie over of de meetprocedure aangepast moet worden en hoe snel dat dan
zou moeten gebeuren.
Red Bull Racing zit volgens meerdere verhalen ook niet zo
eenduidig in het kamp dat wil dat er nu wordt ingegrepen, als eerst werd gedacht.
Eigen gewin
James Vowles kiest in die discussie wel voor een kant, vooral
omdat
Williams klant is van Mercedes. Hij stelt dat de motor gewoon legaal is
en dat je innovatie niet achteraf moet afstraffen. ‘Mijn standpunt is simpel: de
powerunit die we in de auto hebben is volledig in overeenstemming met de
regels. Dit is geen werk van een maand, maar van meerdere jaren om de powerunit
op dit niveau te krijgen. We moeten als sport oppassen het geen serie wordt met allemaal dezelfde auto's.
Dit is een meritocratie: de beste technische uitkomst moet worden beloond, niet
gestraft', vertelt de Williams-teambaas in Bahrein tegen de aanwezige media.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Vowles heeft een rijk verleden bij Mercedes.
Vowles begrijpt tegelijk dat anderen zich eraan ergeren,
maar hij vindt dat de sport nu te veel op één puzzelstukje focust. ‘Ik weet
zeker dat andere teams chagrijnig zijn. Ze hebben niet bereikt wat Mercedes
heeft bereikt, maar we moeten ook oppassen. Op dit moment denk ik niet dat er
iemand in de pitlane is die je kan vertellen wat de beste powerunit is, en we
richten ons op één detail.’ En hij herhaalt zijn wens dat het niet ontspoort in
politiek. ‘Mijn hoop is dat gezond verstand wint en dat we als sport erkennen
dat we hier zijn om een meritocratie te zijn.’
Opvallend is hoe hij zijn vertrouwen in Mercedes onderbouwt
met zijn eigen verleden. Vowles werkte decennialang bij Mercedes en zegt dat
hij mede daarom direct weer voor die route koos toen hij bij Williams begon. ‘Ik
heb 23 jaar bij Mercedes gezeten, de dag dat ik bij dit team kwam, heb ik de
Mercedes-deal bij Williams opnieuw vastgelegd, juist om die reden: zij zijn
ongelooflijk goed in reglementswijzigingen, lezen de regels precies zoals ze
zijn, en zorgen dat je de grenzen van engineering opzoekt. Dat is precies wat
deze powerunit nu vertegenwoordigt.’
Moeilijke taak
Waar het écht spannend wordt, is bij de praktische kant: hoe
meet je dit überhaupt eerlijk? Vowles wijst erop dat je een
compressieverhouding niet zomaar één-op-één kunt testen in exact dezelfde
omstandigheden als op de baan. ‘Eerst moet je een regel maken, succes daarmee, waarbij je powerunits test onder de omstandigheden waarin je op de baan
rijdt.’ En hij wijst op een basaal probleem. ‘Iedereen die iets weet van
compressieverhoudingen weet dat je dat eigenlijk wilt meten bij omgevingstemperatuur.’
Met andere woorden: de meetmethode is bijna net zo belangrijk als de limiet
zelf.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Williams kende nog niet de beste start van het nieuwe F1-tijdperk en staat in Bahrein voor het eerst op de baan.
Daarna zet Vowles een waarschuwing neer die bij veel teams
op de achtergrond meespeelt: als je nu regels of tests aanpast, raak je niet
alleen Mercedes, maar mogelijk een hele groep klanten die al jaren aan één
ontwerp hebben gewerkt. ‘Er zijn nu twee gedachten. Aan de ene kant vraag je je af of we voldoen aan de toekomstige regelwijzigingen? Niemand weet dat.’ En dan de pijnlijke: ‘Wat doe
je als je de regels effectief verandert? Dat betekent dat, als wij dan niet
legaal zijn, er acht auto’s niet meedoen op de grid.’