Peter Windsor is niet van plan om zijn kritiek op de huidige
Formule 1 af te zwakken omdat er volgens sommigen meer positiviteit rond de
sport moet zijn. De analist krijgt regelmatig de vraag wat er de laatste decennia beter is geworden aan de sport, buiten veiligheid om. Toch vindt Windsor dat je
eerst eerlijk moet kunnen benoemen waar de sport volgens hem de verkeerde kant
op beweegt. Volgens Windsor is zijn kritiek niet bedoeld als
negativiteit, maar als een beschrijving van de realiteit. Hij vindt dat moderne
reglementen de invloed van de coureur te veel beperken, vooral in de bochten.
Waar de absolute toppers vroeger met remmen, vermogen en instuursnelheid het
verschil konden maken, ziet Windsor dat die ruimte steeds kleiner wordt.
Daardoor verdwijnen volgens hem juist de momenten waarop uitzonderlijke
coureurs zich onderscheiden.
Windsor houdt vast aan zijn standpunt
“Het is allemaal leuk en aardig om te zeggen dat we wat
positiviteit nodig hebben, maar de waarheid is de waarheid”, zegt Windsor in een
livestream op zijn YouTube-kanaal. “Of
je dat nu leuk vindt of niet, het is niet politiek en het heeft geen
vooringenomenheid. De waarheid is de waarheid.” Daarmee maakt hij duidelijk dat
hij geen zin heeft om problemen te verpakken in een positiever verhaal.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Windsor prijst het team van Mercedes.
Vooral het effect op de beste coureurs stoort hem. “Als de
waarheid is dat het vermogen van sommige van de beste coureurs ter wereld om
een geweldige bocht te creëren nu wordt geneutraliseerd, is het dan negatief om
dat te benoemen?”, vraagt Windsor zich hardop af. “Ik denk het niet. Het is
gewoon de waarheid. Het is de realiteit.”
Windsor denkt zelfs dat de Formule 1 later anders kan
terugkijken op de huidige richting. “Misschien zeggen ze over vijf jaar, als ze
naar nieuwe reglementen gaan: al dat elektrische spul was allemaal waardeloos”,
stelt hij. Volgens de Brit kan het zomaar dat de sport dan erkent dat de
critici een punt hadden. “Misschien bedanken ze dan de mensen die dat hebben
benoemd.”
Daarbij wil Windsor benadrukken dat zijn kritiek niet tegen een team als
Mercedes of teambaas
Toto Wolff gericht is. Sterker nog, hij prijst het werk dat
Mercedes onder de nieuwe regels heeft geleverd. “Gefeliciteerd met het vinden van
dat gat in de regels met de compressieverhouding”, zegt hij. “Gefeliciteerd met
de
harvesting en deployment die ze hebben met hun 2026-motor. Ze verdienen het
om te winnen.”
Volgens Windsor is Mercedes dus niet het probleem. Het team
heeft simpelweg het beste gebruikgemaakt van de regels die er liggen. “Ze
verdienen het waarschijnlijk zelfs om nu al het kampioenschap te winnen”,
vervolgt hij. “Maar Formule 1 gaat niet de goede richting op. Er zijn
problemen.” Daarmee maakt Windsor onderscheid tussen knap werk van een team en
zijn bredere zorgen over de sport.
Niet meer de oude
Die zorgen zitten volgens hem vooral in het rijgedrag van de
auto’s. “Sommige van de grote coureurs kunnen niet meer doen wat ze vroeger met
de auto konden doen”, legt Windsor uit. “Dat is een slechte stap vooruit.” Ook
de circuits lijden daar volgens hem onder. Bochten die ooit bepalend waren,
hebben volgens hem een deel van hun karakter verloren.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Windsor vindt het jammer dat coureurs als Max Verstappen niet meer tot het uiterste kunnen gaan in deze auto's.
“Sommige geweldige bochten zijn geen geweldige bochten
meer”, zegt Windsor. “Door de instuursnelheden en doordat coureurs niets meer
kunnen doen met het vermogen, en trouwens ook niet met de remmen.” Volgens de
analist raakt dat de kern van wat Formule 1 voor hem aantrekkelijk maakte:
coureurs die op de limiet iets extra’s konden creëren, juist op de moeilijkste
plekken van een circuit.
Windsor blijft zichzelf ondanks zijn kritiek een liefhebber
van de sport noemen. “Ik ben een Formule 1-purist, ik ben een Formule 1-fan en
ik heb altijd van Formule 1 gehouden”, zegt hij. Juist daarom vindt hij dat hij
eerlijk moet zijn wanneer hij vindt dat de sport de verkeerde kant op gaat. “Ik
ga niet iets anders zeggen, alleen omdat sommige mensen willen dat ik positief
ben over de sport.”