Fernando Alonso en Lewis Hamilton mogen dan wel in de 40
zijn, ze houden nog zo veel van de Formule 1 dat ze nog niet aan stoppen toe zijn. Christijan Albers vraagt zich af of het niet toch zo langzamerhand
tijd wordt dat de twee met pensioen gaan, omdat hun prestaties niet meer
uitzonderlijk te noemen zijn. De oud-coureur zou ze het liefst behoeden voor een
soortgelijk scenario als dat van Michael Schumacher. Albers baalt dat Hamilton en
Ferrari (nog) geen
topcombinatie zijn gebleken. âHet is gewoon zo zonde. Eigenlijk vind ik het
voor beide zondeâ, stelt de voormalig Formule 1-coureur. âOmdat gewoon Ferrari
zo'n mooie
brand is, en Lewis Hamilton is ook zo'n mooie
brand,
zo'n mooie wereldkampioen. Die twee bij elkaar is iets magisch en dat werkt gewoon
nietâ, stelt de analist op de Formule 1-podcast van
De Telegraaf vast.
âEn dat kan
aan meerdere factoren liggenâ, realiseert hij zich. âHet kan zijn dat het geen
match is, het kans zijn dat het talent van Lewis een keertje ophoudt met de
leeftijd. Dat kan allemaal.â
Alonso rijdt al sinds 2001 in de Formule 1 rijdt en werd wereldkampioen
in het jaar dat Albers zelf zijn eerste en enige punten pakte in de Formule 1, dankzij een vijfde plek in een race waar slechts zes bolides aan de start stonden. Albers
vraagt zich af of zijn generatiegenoot misschien in de herfst van zijn
carrière zit. De Spanjaard kan bij Nederlandse analisten vaak op enthousiaste
reacties rekenen, maar de oud-coureur blijft terughoudend. âWe zijn altijd
helemaal Alonso voor, Alonso na. Het is supermooi, die wilde vos en hij gaat
overal tussendoorâ, aldus Albers, die de vijfde plek van de tweevoudig
wereldkampioen relativeert.
Gaat Alonso achteruit of Stroll vooruit?
De Spanjaard kwalificeerde goed, maar Albers suggereert dat
het verschil met zijn teamgenoot groter had moeten zijn. âDit is wel het circuit
waar hij gewoon zijn eerste overwinning heeft gehaald en waar hij ontzettend snel
is. Alonso is supersnel op dit circuitâ, benadrukt hij. Toch was het verschil
tussen de man uit Oviedo en
Lance Stroll niet groot. âAls je dan gaat kijken
naar de resultaten van zijn teamgenoot, Stroll, ik vond dat gewoon supernetjes
en dan vraag ik me wel eens af:
Wanneer komt dat kantelpunt?â deelt Albers zijn
kijk op de zaak.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Hamilton en Alonso raceten in 2007 voor het eerst tegen elkaar en houden dit tot op de dag van vandaag vol.
De oud-coureur lijkt van mening te zijn dat Alonso flink
sneller had moeten zijn dan zijn teamgenoot. âIk bedoel we praten over? Wat was
het? Een duizendste of zo, geloof ik. Het verschil was echt bijna niksâ, meent
hij. âEn dat vond ik ook gewoon knap. Maar dan vraag ik me ook af: Hoe goed is
zo'n Stroll? Hij heeft zijn momentenâ, moet de analist van Viaplay toegeven.
Alonso hoopt nog op een stunt in 2026, maar Albers is niet overtuigd. âWanneer
wordt het een keer tijd? Ik vind het zo moeilijk. Je hebt zo'n mooie carrière.
Wanneer moet die stoppen?
Te lang doorgaan kan carrièreschade opleveren
De oud-coureur moet denken aan Michael Schumacher. De
Duitser kende successen met
Benetton en Ferrari en ging met pensioen, om nog
een korte
comeback te maken bij Mercedes. âDat vond ik ook wel jammer van
Michael Schumacher, die gewoon zo'n ongelooflijke goede coureur was en dan
terugkwam bij Mercedes. Dan merkte je dat het er met Nico (Rosberg, red.) toch
niet meer uitkwamâ, herinnert Albers zich. âIk vind dat best wel moeilijk om
te zien, want het schaadt ook wel je carrièreâ, is hij van mening.
Erik van Haren maakt zich minder zorgen om de twee
veertigers. âJa, Alonso is 44 nu, net geworden. Ik denk dat hij en Lewis het volgend
jaar aankijken en dan wel een beslissing nemenâ, zegt de Formule 1-man van De Telegraaf.
âAlonso is volgend jaar 45. Volgens mij is het zo dat hij
sowieso na 2026 zou kijken wat hij ging doenâ, meent hij zich te herinneren.
Hamilton is lastiger in te schatten. âNa de race zei hij van: Ja, achter de
schermen spelen er dingen. Hij deed er ook een beetje geheimzinnig over, dat
was wel zoân momentâ, blijft Van Haren er verdacht op.