Aston Martin krijgt na de Grand Prix van Canada meer duidelijkheid over een mogelijk cruciale route om de achterstand op motorisch vlak te verkleinen. De FIA heeft de regels rond ADUO verder toegelicht, een systeem dat motorfabrikanten extra ontwikkelingsruimte kan geven als hun krachtbron aantoonbaar achterloopt op de beste motor in het veld. Voor Aston Martin is dat vooral belangrijk vanwege de samenwerking met Honda, dat volgens Spaanse berichtgeving mogelijk in aanmerking komt voor de zwaarste categorie. Voor
Fernando Alonso en
Lance Stroll kan dit systeem een belangrijk verschil maken in de tweede seizoenshelft. Aston Martin heeft tot nu toe nog niet de gehoopte stap gezet en zoekt naar manieren om de
AMR26 competitiever te maken. De auto zelf is daarbij niet het enige aandachtspunt. Als Honda daadwerkelijk extra ontwikkelingsmogelijkheden krijgt, kan dat Aston Martin op termijn helpen om de prestaties van de power unit te verbeteren en daarmee een deel van de huidige problemen te verzachten.
Extra mogelijkheden
ADUO staat voor Additional Development and Upgrade Opportunities en is bedoeld om motorfabrikanten die achterlopen extra ruimte te geven binnen het reglement. De FIA kijkt daarbij specifiek naar de prestaties van de verbrandingsmotor, niet naar de volledige power unit. Daarbij wordt onder meer gekeken naar koppel, motortoerental, MGU-K-vermogen en de invloed van vermogen op rondetijd. Een fabrikant die minstens twee procent achterloopt op de beste verbrandingsmotor kan ADUO-certificering krijgen.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Aston Martin is het lachertje van het veld in 2026.
Voor Aston Martin is vooral de grens van tien procent interessant. Volgens het bericht lijkt Honda mogelijk in aanmerking te komen voor een extra niveau, bedoeld voor fabrikanten die meer dan tien procent tekortkomen. Dat zou voor het project van Aston Martin-Honda bijzonder belangrijk zijn. In dat geval kan Honda meer financiële ruimte en ontwikkelingsmogelijkheden krijgen om de motor gedurende het seizoen aan te pakken. Het gaat dan niet om een directe prestatietruc, maar wel om extra ruimte om echte verbeteringen door te voeren.
Nikolas Tombazis, directeur single-seaters bij de FIA, benadrukt dat ADUO geen klassieke
Balance of Performance is. “Het is belangrijk om duidelijk te maken dat de ADUO-certificering geen mechanisme is om prestaties gelijk te trekken”, stelt hij. “Een team of fabrikant krijgt niet plotseling meer brandstofdoorstroming of meer of minder ballast.” Volgens Tombazis draait het vooral om financiële verlichting binnen de kostenregels. “Het is geen magische oplossing en het is ook niet alsof de FIA privileges geeft aan iemand die achterloopt.”
Toch kan juist die extra ruimte voor Aston Martin veel betekenen. Als Honda onder de ADUO-regels valt, kan het meer middelen inzetten om de zwakke plekken van de motor aan te pakken. “Een fabrikant zal nog steeds de beste motor moeten bouwen om te winnen”, zegt Tombazis daarover. “Het geeft hen simpelweg manoeuvreerruimte om hun power unit te ontwikkelen binnen het kader van het technisch reglement.” Voor Aston Martin kan dat het verschil zijn tussen een seizoen uitzitten en richting de slotfase nog een echte stap maken.
Snelle verbetering?
De eerste beoordeling komt kort na Canada. Door aanpassingen aan de kalender bestaat de eerste meetperiode uit de races in Australië, China, Japan, Miami en Canada. De FIA zal de resultaten uiterlijk twee weken na de Grand Prix van Canada communiceren. Daarna weet Honda of het in aanmerking komt voor ADUO en, belangrijker nog, in welke categorie. Pas dan kan in Sakura definitief worden bepaald welke verbeteringen aan de verbrandingsmotor, generator en batterijen binnen het ERS-systeem kunnen worden doorgevoerd.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Het bericht van de FIA zal voor blije gezichten bij Aston Martin en Honda zorgen.
Voor Aston Martin betekent dat niet dat er direct na Canada een wonder verwacht mag worden. Volgens de berichtgeving wordt er in Japan al gewerkt aan mogelijke verbeteringen, maar de daadwerkelijke introductie wordt eerder in juli verwacht, mogelijk zelfs pas richting het einde van die maand. Daardoor blijft de weg voor Alonso en Stroll voorlopig lang. De hoop is vooral dat de situatie in de tweede seizoenshelft minder uitzichtloos wordt en dat Aston Martin met Honda alsnog een sprong kan maken.
Daarmee krijgt Aston Martin mogelijk een belangrijk strategisch wapen in handen. Het team werkt exclusief met Honda en heeft daardoor een directer traject dan klantenteams die afhankelijk zijn van een externe leverancier. Als Honda extra ontwikkelingsruimte krijgt, kan Aston Martin daar volledig op inspelen bij de verdere ontwikkeling van de AMR26. De grote vraag is alleen hoeveel van die winst nog dit seizoen zichtbaar wordt, en hoeveel vooral waarde heeft voor de langere termijn van het project rond Alonso, Stroll en Honda.