De vierde testdag in Bahrein voelt als het moment waarop de
paddock eindelijk een beetje durft te zeggen wat het ziet. Niet omdat de
tijdenlijst ineens heilig is, maar omdat de auto’s nu lang genoeg hebben
gereden om patronen te tonen. Jolyon Palmer stond voor het eerst echt langs de
baan en let op de details die je op tv mist: hoe ze insturen, hoe ze glijden en
waar de coureurs moeten corrigeren. Lawrence Barretto zit vooral in de perszaal en de paddock,
waar hij bijna iedereen spreekt die ertoe doet. En zijn kernpunt is simpel: er
hangt veel positiviteit rond de topteams, maar de nieuwe regels maken het voor
iedereen een 'huiswerkpakket'. Minder downforce, agressievere acceleratie en het
energiemanagement dat er als een extra laag bovenop ligt, zorgen voor rare
remzones,
lock-ups en runs die lastig te vergelijken zijn.
Lastig remmen
Palmer is direct enthousiast over wat hij vanaf de baan zag. ‘Ik wist eerlijk gezegd niet wat ik moest
verwachten. Ik heb alles van vorige week gekeken, maar het is echt leuk om ze
op de baan te zien. Ze zien er goed uit qua afmetingen, ik hou van die kortere
wielbasis. Ze klinken goed. En toen ik bij bocht vier stond dacht ik meteen:
dit wordt een goede bocht, met een remzone, een lange apex en een lastige exit.’
Wat hem vooral opvalt: de auto’s ogen ‘regelmatig’, maar de
coureurs zijn véél zichtbaarder bezig. ‘Je ziet heel snel dat ze wat
wendbaarder zijn. Iedereen moet meer vechten met de auto. Er is minder
downforce, dus je ziet grotere slides en coureurs die ze moeten opvangen. Ze
zijn niet zo snappy als in recente jaren, maar het is wel een mooie uitdaging
qua bochtenbalans en het gevoel voor grip.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Tijdens de wintertesten hebben coureurs vaak nog moeite met hun rempunten.
Want die ingewikkelde kant is volgens Palmer het
energiestuk, en dat zie je juist in de remzones terug. ‘Er is veel dat nog
ingewikkeld is en iedereen is nog bezig met batterij-optimalisatie. De remzones
zijn echt lastig, omdat de acceleratie zo agressief is. Je gaat op het gas en
op een bepaald punt ‘haalt’ de energie je in. Dan komt die 350 kilowatt er ineens
achterop en je ziet bij bijna iedereen een moment waarop ze even met het stuur
moeten vechten.’
Die energiestromen maken de data ook rommelig, zegt Palmer in een analyse van
F1TV,
omdat oogsten niet overal hetzelfde gebeurt. ‘Ze hebben echt ongelooflijk veel
power, maar ze moeten aan het einde van de rechte stukken ook
harvesten. Soms
harvesten ze meer dan anderen, dus proberen uit te vinden hoe hard ze aan het
einde van de rechte stukken gaan is moeilijk. En daarom zien we zoveel
lock-ups.’ Voor buitenstaanders lijkt het slordig, maar het is simpelweg een
gevolg van nieuwe tools en nieuwe timing.
Ferrari en Verstappen-show
Barretto pikt uit de persmomenten vooral het ‘positieve’
kamp op, met één naam als blikvanger:
Ferrari. ‘Er was een enorme hoeveelheid
positiviteit.
Lewis Hamilton zei vandaag dat hij zich zoveel beter voelt bij Ferrari,
een jaar later. Hij kent de mensen, hij voelt zich veel meer gesetteld. En voor
het eerst praatten we echt over hoe goed die Ferrari is. Dat is een onderwerp
dat we minder raakten omdat ze het vorige week zo goed verborgen.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen sprak zich weer uit in de persconferentie.
Maar de meest interssante uitspraak kwam 'natuurlijk' van Red Bull Racing en Max
Verstappen. ‘Met Max ging het vooral over hoe blij hij
is met de power unit, hoe betrouwbaar die tot nu toe is, en de echte
optimalisatie die ze eruit proberen te halen', vertelt Barretto. En dan komt de voorspelling van
Laurent Mekies: Verstappen is volgens hem de coureur die deze regels het best
gaat ‘ownen’.
Palmer legt uit waarom dat niet zomaar een soundbite is. ‘Je
ziet dat ze vaak de bocht ‘in worden gezet’, omdat je voor die snelheid op het rechte stuk de recharge nodig hebt. Je hebt veel rem op de achterkant nodig, je moet
hard terugschakelen en dat helpt ook om de turbo op te spoelen. Maar als je te
agressief bent, creëer je enorme instabiliteit aan de achterkant. En waarschijnlijk is Max
de beste coureur van het veld om met die instabiliteit om te gaan.’