Lewis Hamilton sprak vlak voor de seizoensopener in
Melbourne uitgebreid met Corriere della Sera. In zijn tweede jaar bij de Scuderia weet hij wat het
betekent om in het rood te rijden: enorme verwachtingen, constante druk en een
achterban die elke emotie versterkt. De hoop is dat 2026 een stuk beter zal verlopen dan afgelopen jaar. 2025 verliep moeizaam voor de zevenvoudig wereldkampioen en dit jaar voelt voor
Hamilton dan ook als een nieuw startpunt. Niet alleen persoonlijk, maar ook sportief,
met een volledig nieuw technisch reglement.
Ferrari maakte tijdens de
wintertest in Bahrein indruk, met
Charles Leclerc bovenaan de tijdenlijst op de
slotdag. Toch plaatst Hamilton daar nuance bij. Testtijden zeggen weinig over
verhoudingen. Wat voor hem telt, is hoe het team zich ontwikkelt en hoe hij
zich daarin positioneert.
Zelfreflectie
Hamilton beschrijft zijn aanpak als een proces van eerlijke
zelfanalyse. ‘Je moet eerst precies begrijpen waar je staat’, legt hij uit. ‘Niet
oppervlakkig, maar echt diepgaand. Wat ging goed? Wat ging fout? Vervolgens
stel je duidelijke doelen en werk je systematisch toe naar verbetering. Mijn doel was om wereldkampioen te worden met
Ferrari. Dat is niet gelukt. Daar moet je niet omheen draaien.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Hamilton droop vaak af afgelopen jaar.
Dat mislukte doel ziet hij echter niet als een definitieve
conclusie. ‘Dat het niet is gelukt, betekent niet dat het niet kan’, benadrukt
hij. ‘Het betekent dat je naar binnen moet kijken. Je moet jezelf confronteren
met lastige vragen: doe ik werkelijk alles wat mogelijk is? Kan ik
professioneler, scherper, consistenter zijn?’ Volgens Hamilton begint
vooruitgang bij zelfkritiek, niet bij excuses of externe factoren.
Tegelijkertijd waarschuwt hij voor de unieke druk die
Ferrari met zich meebrengt. ‘Bij dit team is de verantwoordelijkheid voelbaar
in elke vezel’, zegt hij. ‘Als je je daardoor laat verpletteren, verlies je
niet alleen focus, maar ook plezier.’ En juist dat plezier is essentieel. ‘We
moeten terug naar de reden waarom we ooit begonnen. Toen ik de nieuwe auto zag,
voelde ik me weer gelukkig als een kind. Dat gevoel wil ik vasthouden.’
Rijden voor Ferrari noemt hij zonder aarzeling een
privilege. ‘Er zijn maar twee mensen ter wereld die in de Formule 1 met een
Ferrari mogen rijden, en ik ben er één van’, zegt hij. ‘Dat is bijna
surrealistisch. Je vertegenwoordigt
miljoenen mensen. Dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee, maar ook trots.
Het is een missie die groter is dan jezelf.’
Toch benadrukt hij dat hij zijn eigen pad moet volgen. ‘Wat
voor andere coureurs werkt, werkt niet automatisch voor mij’, legt hij uit. ‘Iedereen
heeft een andere manier van werken, een ander karakter. Ik moet authentiek blijven in mijn
aanpak. Alleen dan kan ik het maximale uit mezelf én uit het team halen.’
Steun en concurrentie
Ondanks de tegenvallende resultaten van de laatste jaren, de laatste Ferrari-wereldtitel is ruim zeventien jaar geleden, blijft de zogeheten 'Tifosi' altijd achter het team staan, dat heeft Hamilton in zijn eerste jaar ook al meegekregen. ‘Hun
empathie is ongelooflijk’, zegt hij. ‘Ze staan achter je op goede dagen, maar
ook wanneer het tegenzit.’ Beloftes doet hij bewust niet. ‘We kunnen niets
garanderen. Dat zou niet eerlijk zijn.’ Wat hij wel ziet, is de toewijding
binnen Maranello. ‘Als je door de fabriek loopt, zie je hoeveel energie en
passie iedereen erin stopt.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Hamilton voelt zich gesteund door de Ferrari-fans.
Het nieuwe reglement voor 2026 maakt hem zichtbaar
enthousiast. ‘Technisch gezien begint iedereen weer vanaf nul’, zegt hij. ‘Dat
maakt dit een unieke kans.’ Voor Hamilton voelt het als een frisse bladzijde. ‘Er
is niets spannenders dan samen iets nieuws opbouwen, zonder vastgeroeste
verhoudingen. Dit is het moment waarop visie, samenwerking en lef het verschil
kunnen maken.’
Afgelopen jaar lukte het Hamilton niet om op het podium terecht te komen, iets dat teamgenoot Charles Leclerc wél lukte. Het is dan ook onvermijdelijk dat hij wordt vergeleken met Leclerc, maar hij ziet de Monegask niet als concurrent. ‘Ik zie het niet als ik tegen Charles’, stelt hij. ‘Ferrari
is één geheel. Mensen beleven Ferrari
bijna als een religie. We
willen allebei winnen. Natuurlijk hoop ik dat ik het ben die wint, maar we werken voor
hetzelfde doel.’