Cadillac en Audi komen de komende jaren het Formule 1-veld
versterken, maar volgens Juan Pablo Montoya is het naïef om te doen alsof die
twee instappers hetzelfde traject volgen. De Colombiaan ziet vooral een
verschil in fundament: koop je zo veel mogelijk ‘kant-en-klaar’ in bij een
topteam en bouw je daar je eigen auto omheen, of ga je als fabrikant meteen
alles zelf ontwikkelen? Dat onderscheid is in moderne
F1 enorm, omdat de eerste
seizoenen vaak niet worden gewonnen met bravoure, maar met een stabiele basis.
Wie snel een betrouwbaar totaalpakket heeft, kan de aandacht verleggen naar
aerodynamica, correlatie en updates. Wie tegelijk een eigen krachtbron én
transmissie moet uitvinden, stapelt risico’s op. Montoya legt het dus niet neer
als ‘wie heeft het meeste geld’, maar als ‘wie kiest de slimste route naar een
bruikbaar platform’.
Cadillac 'niet nieuw'
Over Cadillac is Montoya dan ook vrij uitgesproken. ‘Met Cadillac ga
ik ervan uit dat ze de voorwielophanging, de achterwielophanging, de
versnellingsbak, de motor, het vermogen, eigenlijk alles van
Ferrari krijgen,
een beetje zoals
Haas dat doet.’ Daarmee schetst hij een instapmodel waarin de
lastigste mechanische onderdelen niet vanaf nul hoeven te worden ontwikkeld.
Het helpt volgens Montoya om sneller op niveau te komen, omdat je in elk geval
niet begint met een groot betrouwbaarheid- of integratieprobleem.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Cadillac heeft met Sergio Pérez en Valtteri Bottas gekozen voor ervaring in de auto.
Toch is het volgens hem niet zo dat je met
Ferrari-onderdelen automatisch mee kunt doen. ‘Je moet een goed aeropakket en
een goede basis bouwen’, benadrukt Montoya tegenover
Vision4Sport. Dat blijft het echte werk, want
juist daar zit het verschil tussen gewoon rondrijden en punten scoren. ‘Maar kijk
naar het eerste jaar van Haas toen ze binnenkwamen, ze deden het best goed. Eigenlijk was waarschijnlijk hun beste seizoen
ooit hun eerste seizoen.’
Moeilijke route
Bij Audi ziet Montoya juist een veel steiler pad, omdat het
project volgens hem te veel bouwstenen tegelijk moet neerleggen. ‘Audi zit in een veel lastiger parket. Ze moeten hun eigen krachtbron en
hun eigen versnellingsbak ontwikkelen. Ze
hebben altijd met Ferrari-spul gereden, want het is eigenlijk
Sauber.’ Met
andere woorden: de organisatie heeft jaren gewerkt binnen een model waarin
belangrijke componenten van buiten kwamen. ‘Nu moet Audi alles zelf bouwen. Dus
ze zullen het zwaarder hebben om binnen te komen.’ Montoya verwacht dus niet meteen succes voor het Duitse team, maar een proces waarin het eerste doel vooral is om het project überhaupt stabiel te krijgen.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De mensen in de Audi-fabriek hebben het druk gehad afgelopen winter.
‘Maar ze zullen dat begrijpen. Hun doel is om competitief te proberen te zijn de komende jaren en om over
vier of vijf jaar echt een kans te hebben.’ Alleen zit de echte spanning
volgens Montoya hoger in de organisatie, bij de verwachtingen van bovenaf. ‘De vraag is of de hele raad van bestuur zich daar prettig bij gaat
voelen. Het is makkelijker als je zegt dat het een vijfjarenplan is, maar ze
zullen nog steeds hopen om snel al redelijk goed te zijn.’ En precies dát maakt
het interessant: hoe lang blijft het verhaal ‘bouwen aan de toekomst’ overeind
als de eerste seizoenen vooral bestaan uit kinderziektes, tegenvallende
prestaties en een paddock die nooit geduldig is?