Nu 2026 is aangebroken, zijn de dagen van het ground effect-tijdperk voorbij en gaan we weer een tijdperk in waarin de motoren de dienst uit gaan maken. Volgens voormalig auto-ontwerper Gary Anderson is dat prima, want hij stelt dat de regels nooit het effect hebben gehad dat ze dienden te hebben. Hij legt een deel van de schuld hiervan bij de FIA, die niet snel genoeg reageerde. Anderson is niet verbaasd dat het ground effect-tijdperk problemen met zich meebracht, maar hij begrijpt de goede bedoeling van de FIA en de Formule 1. ‘Er is veel onderzoek gedaan door de Formule 1 en de FIA, waarbij mensen als Pat Symonds en Ross Brawn betrokken waren’, weet de voormalig ontwerper. ‘Wat hieruit voortkwam, was gebaseerd op een enorme hoeveelheid kennis’, benadrukt hij daarbij in zijn ground effect-analyse voor
The Race.De journalist ziet zeker sterke punten. ‘De introductie van vloeren met grondeffect was een manier om de auto's aerodynamisch robuuster te maken en de beperkingen op onderdelen die uitwas zouden veroorzaken, waren een stap in de goede richting’, klinkt het positief. Daar werd echter één belangrijk aspect over het hoofd gezien: ‘Dat de auto's zo laag zouden rijden dat de randen van de vloer erg kritisch werden’, aldus de analist.
Porpoising en de DRS-trein
Er werd door coureurs regelmatig geklaagd over porpoising, oftewel stuiteren. Het ging zelfs zo ver dat coureurs bang werden om rugletsel op te lopen. ‘Dat probleem is nooit helemaal verdwenen, maar kwam wel onder controle toen de voorschriften voor de vloerranden werden gewijzigd’, weet Anderson. ‘In plaats van alleen maar laag te rijden, begonnen teams nu wervelingen langs de zijkanten van de vloer te genereren om het afdichtingsproces te ondersteunen’, aldus de technische kant van het verhaal.
Anderson ziet dat er aan het begin van het ground effect-tijdperk nog wel enige vorm van competitiviteit was. ‘Begin 2022 konden de auto's redelijk goed volgen en racen’, stelt hij. Maar de teams wilden steeds meer neerwaartse druk. Het gevolg? DRS-treinen, vaak geleid door Fernando Alonso als best of the rest. Tegen het einde van 2025 waren er veel processieraces die draaiden om de gevreesde DRS-trein. ‘Ondanks dat de FIA duidelijke ideeën had over hoe dit aan te pakken, veranderde er niets.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Soms reed men van het middenveld to achterin de hele race in een treintje.
Het uitblijven van veranderingen komt door bestuursprocessen binnen de Formule 1, aldus Anderson. ‘Als het om prestaties gaat, zullen teams altijd handelen in hun eigen belang en moeten de regelgevers de ruimte krijgen om regels te maken. Als je dat niet toestaat, is dit het eindresultaat’, haalt de voormalig ontwerper van raceauto’s uit naar de FIA en de Formule 1. Eigenlijk werd het pas in het laatste seizoen van dit tijdperk echt spannend, de rest werd gedomineerd door
Red Bull Racing en Verstappen.
Anderson weet zeker dat er in de afgelopen twee jaar veranderingen hadden kunnen worden doorgevoerd. ‘Maar de manier waarop de Formule 1 werkt, maakte dat onmogelijk. Er is altijd een strijd gaande tussen de regelgevende instantie en de commerciële kant, en in werkelijkheid weerspiegelt deze situatie het feit dat degenen die de Formule 1 controleren, meer gefocust zijn op alles behalve het racen’, deelt Anderson opnieuw een stevige sneer uit richting de FIA en de Formule 1.
Budgetplafond is veel te ingewikkeld
Anderson erkent dat 2025, als laatste jaar vóór de nieuwe regelgeving, wel meeviel vergeleken met voorgaande jaren. ‘Maar het was nog steeds slecht. Dus hoewel het niet allemaal voor niets was, was het in werkelijkheid nog steeds niet genoeg’, blijft hij kritisch. ‘De grid kwam in ieder geval dichter bij elkaar. Maar dat komt deels doordat de regels zo streng zijn geworden dat het nu bijna een eenheidsklasse is’, bromt Anderson.
Ook het budgetplafond krijgt ervan langs. ‘Wat betreft de kostenlimiet: die is moeilijk te begrijpen omdat hij zo ingewikkeld is geworden’, stelt de analist. ‘De limiet wordt voor volgend jaar aangepast, maar ik zou graag een eenvoudigere kostenlimiet zien, met één totaalbedrag dat je mag uitgeven en zonder eindeloze uitzonderingen. Dat maakt het zo ingewikkeld’, aldus Anderson. Zo is er bijvoorbeeld een regel dat de salarissen van de drie bestverdienenden niet meetellen.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De FIA had meer moeten ingrijpen volgens Anderson.
Anderson probeert minder cynisch te zijn dan hij misschien klinkt. ‘Bij alle regelgeving, nieuw of oud, moet de FIA de kans krijgen om potentiële problemen bijvoorbeeld in het eerste derde deel van het seizoen te herkennen en halverwege het jaar de nodige wijzigingen voor het volgende seizoen door te voeren. De teams moeten zich daar dan gewoon aan houden.’
De eindconclusie van Anderson is weinig hoopgevend. ‘Er is veel geleerd van de afgelopen vier jaar, maar ik ben bang dat we dezelfde problemen zullen zien terugkeren met de regelgeving voor 2026’, voorspelt de analist. ‘Als teams zich niet terughoudend opstellen en de FIA haar werk niet de ruimte geven, blijft het onmogelijk om te voorkomen dat teams auto's ontwikkelen die weliswaar sneller zijn, maar de races minder interessant maken’, sluit Anderson zijn analyse af.