Als het aan Carlos Sainz Jr. ligt zal zijn nieuwe werkgever McLaren iedereen in het middenveld moeten vrezen volgend jaar. De Spanjaard laat aan Motorsportweek weten dat veel teams buiten de top drie bijzonder aan elkaar gewaagd zijn en dat een minimaal voordeel in de ontwikkeling tot een groot verschil kan leiden. Vorig jaar won het team van
Renault – met
Carlos Sainz Jr. in de gelederen – nog de strijd op het middenveld, vlak voor het team van
Haas en McLaren. Maar ook
Force India scoorde goed, dat halverwege het seizoen al haar punten moest inleveren toen er een nieuwe kapitein aan het roer kwam. Sainz Jr. is echter ook onder de indruk van de ontwikkeling die het team van
Sauber heeft doorgemaakt: ‘Als ze nu daadwerkelijk het sterke team in het middenveld zijn, dan denk ik dat iedereen ze moeten vrezen. Maar volgend jaar zouden we iedereen moeten vrezen.’
‘Ik hoop dat het gat met de top meer gedicht wordt’
‘Je hebt het nu over Sauber, maar denk ook eens aan Force India dat iets meer budget heeft, waar zij toe in staat kunnen zijn. Denk aan Renault, wat zij kunnen doen. Denk aan Haas, als ze volgend jaar net zoveel onderdelen van Ferrari krijgen als dit jaar en Ferrari blijft sterk presteren, dan zullen zij ook sterk zijn. Denk aan McLaren met een heel nieuw project waarin ze – na een moeilijk jaar – investeren om terug te keren op de vierde plek in het kampioenschap. Denk aan al die teams en bedenk je dan dat iedereen het gevecht op het middenveld kan leiden volgend jaar.’
Een grote ergernis afgelopen seizoen was het enorme gat tussen de traditionele top drie en het middenveld. Liberty Media is nu bezig de reglementen aan te passen in de hoop dit gat vanaf
2021 te dichten. Ook Sainz hoopt dat de nieuwe reglementswijzigingen zijn effect hebben: ‘Wat ik echt hoop is dat het gat tussen het middenveld en de topteams wat meer gedicht wordt en dat we wat spannendere races hebben. Wie er dan uiteindelijk bovenaan komt te staan zullen we moeten zien. Het gaat erom wie de nieuwe reglementen beter onder de knie krijgt.’ (Foto: McLaren Media Centre)