Red Bull Racing stapte in 2026 samen met Ford in een
nieuw tijdperk, waarin het niet langer afhankelijk is van een externe
motorleverancier, maar een eigen krachtbron inzet via Red Bull Powertrains. Dat
project werd de afgelopen jaren al vaak omschreven als ambitieus, maar uit de
woorden van teambaas Laurent Mekies blijkt vooral hoe uitzonderlijk groot die
onderneming werkelijk is. De Fransman maakt duidelijk dat Red Bull een gok
heeft genomen die maar weinig partijen ooit zouden durven wagen. Daarmee laat Mekies niet alleen zien hoe complex het
technische traject is, maar ook hoe fundamenteel deze stap is voor de toekomst
van Red Bull in de Formule 1. Een fabriek opzetten is al een enorme klus, maar
een volledig nieuwe motorafdeling uit de grond stampen is van een andere orde.
Waar fabrikanten als
Ferrari kunnen terugvallen op decennialange ervaring,
moest Red Bull vrijwel vanaf nul beginnen. Juist daarom zijn de uitspraken van
Mekies interessant: hij spreekt niet alleen over de moeilijkheidsgraad, maar
ook over de mentaliteit die volgens hem nodig is om zo’n project überhaupt aan
te durven.
Zeer ambitieus
Mekies noemt het besluit in de
Beyond the Grid-Podcast om
een eigen power unit te bouwen zonder omwegen extreem gedurfd. “Ik denk dat het
een krankzinnige uitdaging is. Ik denk dat het een krankzinnige beslissing is
om te besluiten je eigen power unit te bouwen”, geeft hij aan. Volgens de teambaas past zo’n stap echter perfect bij de
identiteit van Red Bull. “Het is waarschijnlijk het soort beslissing dat alleen
Red Bull kan nemen. Het is een beslissing die heel dicht bij het DNA van Red
Bull ligt. Je probeert iets te doen dat onmogelijk lijkt, en uiteindelijk laat
je het toch gebeuren.”
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Red Bull begon aan een zeer ambitieus project.
Daarmee wijst Mekies nadrukkelijk naar de cultuur binnen het
concern. Red Bull heeft zich in de Formule 1 vaker onderscheiden door risico’s
te nemen die anderen links laten liggen, maar dit project gaat nog een stap
verder. Niet voor niets spreekt Mekies met respect over de mensen die drie of
vier jaar geleden aan de basis stonden van het plan. “Petje af voor iedereen
die er drie of vier jaar geleden al bij was en het project in gang heeft gezet.
Met de ambitie van Red Bull en de visie van Red Bull hebben zij het mogelijk
gemaakt”, zegt hij. Inmiddels is de motorentiteit uitgegroeid tot een serieuze
organisatie. “We zijn nu met meer dan zevenhonderd mensen binnen die
power-unitafdeling.”
Opvallend is dat Mekies de situatie niet beschrijft alsof
Red Bull Powertrains nog in een soort opstartfase zit. Integendeel: volgens hem
gedraagt de afdeling zich inmiddels als een gevestigde motorfabrikant die
vooral naar de laatste details kijkt. “De beste manier om het te beschrijven,
is dat we bijna vergeten dat we een nieuwe motorfabrikant zijn”, legt hij uit.
“We kijken nu naar de laatste kilowatts die we nog tekortkomen ten opzichte van
de concurrentie, en we zoeken naar de volgende optimalisaties om dat gat te
dichten.” Dat is een veelzeggende formulering, omdat het erop wijst dat Red
Bull zich intern niet meer bezighoudt met de vraag Ăłf het project levensvatbaar
is, maar vooral met hoeveel performance er nog gevonden moet worden.
Andere teams onder de indruk
Mekies kan die uitdaging bovendien goed in perspectief
plaatsen, juist omdat hij jarenlang bij Ferrari werkte. Daar maakte hij van
dichtbij mee hoe een traditionele fabrikant een nieuwe generatie motoren
voorbereidt. Toen destijds bekend werd dat Red Bull samen met Ford een eigen
krachtbron ging bouwen, keken ze bij Ferrari volgens hem verbaasd naar die
stap. “Ik herinner me nog dat ik bij Ferrari werkte toen het besluit van Red
Bull om samen met Ford een eigen power unit te bouwen openbaar werd. We keken elkaar
aan en zeiden: wauw, wat moet dat moeilijk zijn om vanaf nul te beginnen.”
Ferrari kon immers terugvallen op bestaande structuren, personeel en kennis.
Red Bull had die luxe niet.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Mekies was in zijn Ferrari-tijd onder de indruk van de beslissing van Red Bull.
Juist dat maakt de vergelijking tussen Ferrari en Red Bull
volgens Mekies zo scheef. Hoewel beide organisaties hun chassis- en
motorafdeling op één locatie hebben, houdt de gelijkenis daar grotendeels op.
“De projecten zijn compleet verschillend, omdat de één dit al negentig jaar
doet en wij het pas drie jaar doen”, zegt hij. Daarna scherpt hij dat contrast
nog verder aan. “Niet eens negentig dagen in racetrim, zo verschillend en zo
moeilijk is het.” Daarmee onderstreept Mekies dat Red Bull niet simpelweg een
bestaand fabrieksteam kopieert, maar een infrastructuur probeert op te bouwen
die andere topteams over generaties heen hebben ontwikkeld.