Max Verstappen kan in de winterstop uitgebreid spreken over wat racen voor hem betekent, en dat levert een mix op van nostalgie,
kritiek en vooruitkijken. In antwoord op vragen van fans gaat de Nederlander in
op zijn favoriete F1-tijdperk, de fysieke grenzen van de huidige generatie
auto’s en de aantrekkingskracht van Le Mans. De rode draad in zijn verhaal: de Formule 1 is sneller en
professioneler dan ooit, maar dat betekent niet dat alles automatisch beter is.
Hij laat, zoals wel vaker, merken dat hij waarde hecht aan beleving, aan auto’s die karakter
hebben, en aan races die niet alleen op cijfers worden beslist. Tegelijkertijd
wijst hij op de prijs die coureurs fysiek betalen in het huidige tijdperk, en
op de druk van een kalender die elk jaar voller lijkt te worden.
(Geen) Nostalgische gevoelens
Op de vraag in welk tijdperk hij het liefst zou willen
rijden, komt Verstappen al snel uit bij het begin van de jaren 2000. ‘Wat mij
nog steeds kippenvel geeft als ik dat zie, is begin jaren 2000. Het geluid. En
ze waren zo klein ook. Lichter en een beetje ruiger’, vertelt hij in de
Talking Bulls-Podcast. Vooral de
V10-motoren blijven hem fascineren. ‘Een mooie V10, die klonken zó mooi’,
klinkt het, waarbij hij het vooral heeft over dat rauwe, mechanische geluid.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen kreeg goede gevoelens op het Goodwood-Festival.
Verstappen zelf heeft hij nooit zo’n auto mogen besturen, en dat
begrijpt hij wel. ‘Die moeten beschermd worden’, zegt Verstappen over de oude
auto’s die vooral nog voor demo’s worden gebruikt. Onderdeeltekorten spelen
mee, maar Verstappen wijst ook naar zichzelf. ‘Ik zou hem flink op z'n staart trappen. Dat is het probleem', lacht hij. En wie hem kent, weet genoeg: als hij instapt, gaat het niet op tachtig
procent. Bij het Goodwood-Festival werd hij opnieuw herinnerd aan wat hij mist. ‘Als je ze
daar die heuvel op hoort gaan… dat gaat gewoon door je hele lichaam.’
Daarna wordt het een stuk minder romantisch, want Verstappen
krijgt ook de vraag wat hij het minst zal missen aan de ground-effectauto’s.
Zijn antwoord is direct: ‘De stijfheid van de auto’s.’ Door de rijhoogte en
afstelling moeten de auto’s extreem laag over het asfalt, en dat hakt erin. ‘Voor
onze rug en alles was dat best zwaar’, legt hij uit. De G-krachten in bochten
zijn al hoog, maar het echte probleem zit volgens hem in het harde bottoming op hobbelige circuits.
COTA noemt hij als voorbeeld waar het soms ronduit
pijnlijk werd. ‘In Austin had ik dat ik negen G aan verticale belasting kreeg’,
vertelt Verstappen. ‘Dat is echt niet fijn voor je ruggengraat. Je nek, alles
zat altijd vast.’ Hij erkent dat coureurs ervoor trainen en dat het bij de
sport hoort, maar trekt wel een duidelijke lijn. ‘Ik weet dat het onderdeel is
van racen, maar voor mij is dat net iets te extreem.’
Geen V10
Vervolgens komt de blik op de toekomst buiten de Formule 1
terecht, met een vraag over
Ford en een mogelijk Le Mans-project richting 2027.
Verstappen houdt het bewust open. ‘We hebben daar nog niet over gesproken’,
zegt hij. ‘Ik ben ook nog heel druk met het opzetten van mijn eigen dingen.’
Maar dat Le Mans hem trekt, is duidelijk. ‘Ja, zeker’, antwoordt hij op de
vraag of het op zijn bucketlist staat. ‘Ik was er dit jaar en het was geweldig.’
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen zou graag nog een keer op Le Mans rijden.
Die ervaring heeft indruk gemaakt, vooral door het
teamgevoel in endurance-racing. ‘Het is heel anders’, zegt Verstappen. ‘Om het
met teamgenoten te doen, dat is een andere sfeer.’ Ook de kalender speelt mee. ‘Het
zijn minder races. Het is niet zoals bij ons 24 per jaar, want dat is echt veel.’ Tot slot raakt Verstappen nog even de nieuwe motoren van
2026 aan. Hij heeft het geluid al gehoord op de testbank en blijft nuchter,
zoals altijd. ‘Het klonk goed’, zegt hij. ‘Het klonk… als een motor. Het klonk crisp.’ Hij weet dat het geen V10 wordt, maar hoopt dat het op snelheid op
het circuit wél de juiste beleving geeft. ‘Op de baan en op snelheid gaat het
wel klinken, hoop ik.’