Red Bull heeft een miljardenbod op zusterteam Racing Bulls van tafel geveegd, en dat roept meteen de vraag op wat een Formule 1-team tegenwoordig eigenlijk waard is. Volgens The Times klopte een consortium met kapitaal uit Abu Dhabi aan met een voorstel dat kon oplopen tot drie miljard dollar, maar het Oostenrijkse merk bedankte voor de eer. Waarom laat een concern zo'n som schieten, en wat zegt die weigering over de richting waarin de sport zich beweegt? Nog geen twee decennia geleden was een Formule 1-team eerder een blok aan het been dan een goudmijn. Toen Bernie Ecclestone destijds Dietrich Mateschitz moest overhalen om Minardi over te nemen, ging het niet om winst te maken, maar simpelweg om genoeg auto's op de grid te houden. Red Bull kocht zijn latere hoofdteam voor een schamele enkele dollar over van Ford, plus een afkoopsom, omdat de renstal sluiten nog duurder zou zijn geweest. Dat een junior team van datzelfde concern nu op drie miljard wordt getaxeerd, laat zien hoe de Formule 1-wereld is veranderd.
Wie klopte er precies aan?
De namen achter het bod zijn geen onbekenden in de paddock. Dean Attew, een in de Verenigde Staten gevestigde investeerder en ooit onderzoeker voor Ecclestone, sloeg de handen ineen met financier Andrew Herriot. Attew is medeoprichter van beveiligingsbedrijf Titon International en werd in 2016 al eens naar voren geschoven om een bod op de
F1-holding zelf te leiden, toen die nog in handen was van investeringsmaatschappij CVC. Met andere woorden: dit is geen luchtfietser, maar iemand die het klappen van de zweep kent.
Toch ving het duo bot. Red Bull zou de avances hebben afgewezen, en volgens The Times is dit beslist niet de eerste keer dat het team zo'n toenadering naast zich neerlegt. De partijen zelf hielden de kaken stijf op elkaar, dus over de exacte beweegredenen kunnen we vooralsnog slechts speculeren.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Is het Racing Bulls Formule 1-team 3 miljard dollar waard?
Waarom zijn de bedragen zo geëxplodeerd?
Hier wordt het interessant, want de cijfers die de laatste jaren voorbijkomen, doen de wenkbrauwen fronsen. McLaren Racing ging naar verluidt van een waardering van 560 miljoen pond in 2020 naar zo'n 3,5 miljard pond in 2025, en dat is geen geïsoleerd voorbeeld. De verklaring laat zich in een handvol factoren vangen. Allereerst is er de schaarste: er bestaan slechts elf teams, en dat aantal wordt bewust laag gehouden om de waarde van de bestaande plekken te beschermen. Wie erin wil, moet dus flink in de buidel tasten, want een twaalfde team gaat er in de nabije toekomst zeker niet komen.
Daarnaast zorgde het budgetplafond, ingevoerd in 2021, ervoor dat teams niet langer bodemloze putten zijn. Waar de renstallen vroeger geld bleven verbranden, kunnen ze inmiddels zwarte cijfers schrijven. Gooi daar de explosie aan populariteit bij op, mede aangejaagd door de Netflix-serie Drive to Survive en de doorbraak op de Amerikaanse markt, en je begrijpt waarom een startbewijs plotseling goud waard is geworden. De moeizame toetreding van nieuwkomer Cadillac benadrukte dat nog eens. Het is niet gemakkelijk om tot de sport toe te treden en wanneer dit eenmaal gelukt is, dien je die prestatie te koesteren.
Toch is niet iedereen ervan overtuigd dat die waarderingen ergens op slaan. Waarderingen zijn, net zoals in de (aandelen)markt, vaak gelieerd aan de vraag naar een goed. Doordat er slechts elf teams op de grid mogen staan, blijft het aanbod gelijk. Alleen met een disproportioneel stijgende vraag is het dus mogelijk om waarderingen zo snel en hoog op te drijven. In een markt die niet transparant is (hoeveel multimiljardairs zijn werkelijk geïnteresseerd in het kopen van een team?), wordt waarde bepaald door perceptie. Die is niet altijd gegrond en ook geregeld irrationeel. Met name bij geldschieters uit het Midden-Oosten is er geld in overvloed, wat invloed kan hebben op die eerdergenoemde mate van ratio.
Kijken we naar de cijfers dan is namelijk te stellen dat de daadwerkelijke winst van een topteam eerder in de tientallen miljoenen ligt dan in de honderden. Zou je zo'n cashflow waarderen zoals deze gewaardeerd worden binnen beursgenoteerde bedrijven dan is de waardering wellicht enorm overschat. Anderzijds blijft een bezit zoveel waard als iemand ervoor neer wil tellen. Zo lang er kapitaalkrachtige partijen in de rij staan, is drie miljard blijkbaar geen fantasiegetal.
Racing Bulls: springplank of splijtzwam?
Waarom is Racing Bulls zo'n gewild object? Het team, gevestigd in het Italiaanse Faenza met een technisch centrum in Milton Keynes op steenworpafstand van het hoofdteam, geldt van oudsher als het kleine broertje binnen het Red Bull-imperium. De renstal fungeert vooral als springplank voor jong talent op weg naar de grote garage, en dat maakt de band tussen beide teams juist tot een gevoelig punt.
Want daar kan het ook nog eens wringen. De kritiek op eigenaarschap van meerdere teams tegelijk zwelt aan. McLaren-topman Zak Brown behoort tot de meest uitgesproken tegenstanders en waarschuwt al langer dat de constructie een risico met zich meebrengt. Hij trok in april een vergelijking die blijft hangen: stel je een wedstrijd in de Premier League voor waarin twee clubs dezelfde eigenaar hebben. Ook FIA-president Mohammed Ben Sulayem liet zich er in mei kritisch over uit. Voor Red Bull is het vasthouden aan Racing Bulls dus niet alleen een financiële afweging, maar ook een strategische: het tweede team levert data, een opleidingsplek en bondgenootschap in de politieke arena van de sport.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Twee heren die geen fan zijn van het concept zusterteams in de Formule 1
Krijgt Verstappen aandelen?
Er is nog een invalshoek binnen dit verhaal, want rond
Max Verstappen, wiens trouw aan Red Bull al maanden onderwerp van speculatie is, gaat het gerucht dat hem aandelen zijn aangeboden om hem aan boord te houden. Bevestigd is dit niet, dus voorzichtigheid is geboden, maar de gedachte alleen al is veelzeggend. Waar een topcoureur vroeger met een dik salaris werd vastgelegd, zou hij nu een stukje van het bedrijf zelf in handen krijgen. Dat is een wezenlijk andere vorm van binding. Of het dan om aandelen van het Red Bull-team gaat, of om aandelen van het Racing Bulls-team is eveneens niet duidelijk.
Wat impliceert zo'n constructie? In de kern verschuift ze het belang van de coureur van loonstrookje naar eigenaarschap. Wie meedeelt in de waarde van de renstal, heeft er plotseling alle reden bij om te blijven én om het merk groot te houden, want zijn eigen bezit stijgt of daalt mee. Voor een team dat de deur naar drie miljard dichthoudt, is dat een slimme zet: je betaalt niet met cash die meteen weg is, maar met een belang dat de coureur aan je bindt. En het is meteen een compliment van formaat, want je deelt je eigendom niet met de eerste de beste.
Toch is enige nuchterheid op zijn plaats, doorbouwend op de eerder gegeven argumenten. Een aandeel is precies zoveel waard als de markt eromheen, en die markt is voor F1-teams niet transparant. De waarderingen worden, zoals eerder betoogd, gedreven door schaarste en perceptie, niet door de winst van enkele tientallen miljoenen die een topteam daadwerkelijk boekt. Een papieren belang dat op grond van die perceptie de lucht in schiet, is nog geen geld op de bank, zeker niet als het gekoppeld blijft aan de voorwaarde dat je blijft rijden. Zolang de sport blijft groeien in de trend die McLaren van 560 miljoen naar miljarden tilde, oogt zo'n belang aantrekkelijk. Maar een niet-liquide bezit in een dunne markt kan even hard terugvallen als het geëxplodeerd is, en dat risico verdwijnt niet omdat er een wereldkampioen op de deelnemerslijst staat.
Een prijskaartje dat blijft stijgen
Hoe moet zo'n afwijzing gewogen worden? Als puur zakelijke beslissing is het opvallend, want drie miljard laat je niet zomaar liggen. Als strategische keuze is het echter goed te volgen, omdat een tweede team Red Bull sportief en politiek meer oplevert dan een eenmalige zak geld. En als signaal aan de buitenwereld is het veelzeggend. Kennelijk acht de renstal het bezit op termijn nóg meer waard dan wat er nu op tafel ligt. Wie weet klopt er over een paar jaar wel een geldschieter aan die het dubbele betaalt.
Zeker is dat de discussie hiermee niet verstomt. Zolang de waarderingen blijven klimmen en het geld uit onder meer het Midden-Oosten zich blijft aandienen, zal de vraag rond dubbel eigenaarschap steeds nadrukkelijker op de agenda komen. Het is immers een reden voor zowel concurrenten als de top van de autosport om te kijken of de huidige constructie überhaupt eerlijk is. Of Red Bull de deur definitief dichthoudt, zal de komende jaren moeten blijken, wanneer de volgende gegadigde zich meldt.