Hij reed twee volledige Formule 1-seizoenen waarin hij
punten scoorde met inferieur materiaal, won het DTM-kampioenschap en is heden
ten dage een van de blikvangers in Formule E: ondanks dat Pascal Wehrlein slechts
27 jaar oud is, kan hij een zeer behoorlijk carrièreverloop overleggen. De
jongeling, voorheen door Mercedes begeleid, groeit in rap tempo uit tot een van
Porsche’s sterrijders. Als 21-jarige melkbaard kwam Wehrlein in de
F1 aangewandeld.
Met een DTM-titel én de steun van Mercedes op zak, kwam de Duitser met Mauritiaanse
roots – vandaar zijn zongebruinde kleurtje – bij het team Manor terecht. Wehrlein
maakte indruk, scoorde zowaar een punt met de trapauto van Manor en promoveerde
naar Sauber.
Aldaar werd de jonge Duitser in het diepe gegooid. Sauber
had meer met diens teammaat Marcus Ericsson, voornamelijk omdat de sponsoren
van de Zweed als investeerders aan het team waren verbonden. Ondanks dat
Wehrlein vijf felbevochten WK-punten scoorde – en Ericsson nul – moest de
Duitser wijken toen Alfa Romeo met steun van Ferrari een zitje voor Charles
Leclerc opeiste.
Elektrowereld
Voor Wehrlein restte een functie elders. Kortstondig
keerde-ie terug in DTM, er werd geflirt met Toro Rosso en tot veler verbazing
koos de Duitser voor het seizoen 2018-19 voor een FE-zitje bij Mahindra. Diens
debuutjaar in de elektrowereld was zoals de
F1-prestaties: sterk. In slechts
zijn tweede wedstrijd stond Wehrlein al op het podium, voor race drie in Mexico
werd poleposition gescoord – en een overwinning door energietekort in de
laatste bocht verloren.
Anno 2022 is Wehrlein uitgegroeid tot één van de blikvangers.
De
Porsche-fabriekscoureur, die zijn tweede seizoen in de witzwarte bolide van
het legendarische Duitse merk afwerkt, won kortgeleden zijn (en Porsche’s)
eerste ePrix. In het afgelopen jaar heeft Porsche de stap gezet van sterke
middenmoter naar voorhoedeklant, waardoor Wehrlein geregeld knokt met
wereldkampioen Nyck de Vries, diens Mercedes-collega Stoffel Vandoorne en
voormalig kampioenen Antonio Felix da Costa en Jean-Éric Vergne.
F1Maximaal.nl kreeg
van Wehrleins werkgever Porsche uitgebreid de tijd om exclusief met de Duitse
coureur te spreken.
'Er zijn een paar redenen waarom wij nu die stap voorwaarts
hebben gezet', legt een vrolijke, hartelijke Wehrlein uit als hij ruim de tijd
neemt om F1Maximaal te woord te staan. '
Porsche doet natuurlijk pas mee sinds
het zesde seizoen, wat betekent dat dit hun derde volledige jaar in deze klasse
is. Bovendien werd het eerste jaar van Porsche’s deelname onderbroken door de
pandemie. Pas in 2021, toen ik er ook bij kwam, hebben we écht kunnen wennen
aan de serie.'
'Vorig jaar zijn we ontzettend snel gegroeid. We hadden onze
ups en downs, dat is logisch, het duurt altijd even voor een nieuw team haar
zaakjes op orde heeft. Halverwege vorig jaar begon het goed te lopen', verwijst
Wehrlein onder meer naar het weekend in het Mexicaanse Puebla, waar hij een
race won, die hem later wegens diskwalificatie werd afgenomen. 'Tussen vorig
seizoen en dit jaar hebben we wederom een paar stappen voorwaarts gezet op
vlakken als de wagenafstelling en de onderlinge samenwerking, en daarom staan
we nu waar we nu staan.'
Pascal Wehrlein komt sinds 2018 uit in de Formule E. Seizoen 2021-2022 won hij zijn eerste Formule E-race, na al tweemaal op het podium te belanden. (Foto: Porsche Newsroom)
Teamorders
Samenwerking is een toverwoord in de Formule E, doch spelen
teamtactieken een veel minder grote rol dan bijvoorbeeld in de Formule 1. Toen
Wehrlein kortgeleden alsnog zijn eerste ePrix won – toevalligerwijs precies in
Mexico – kreeg teammaat André Lotterer, nummer twee in de wedstrijd, te horen ‘verstandig’
te moeten zijn. Een uniek staaltje teamstrategie van
Porsche, in een serie waar
het niet ongebruikelijk is dat teammaten elkaar het vuur aan de schenen leggen.
Is het spelen van een teamtactiek normaliter minder belangrijk in de elektrische
klasse?
'Het is hier veel moeilijker om teamorders door te voeren', legt
Wehrlein na een momentje van denkpauze uit. 'Lastige vraag, zeg. Kijk: elk team
wil natuurlijk het best denkbare resultaat scoren. De rijders zijn daarin het
belangrijkste gereedschap, om het maar zo te duiden. Toen ik nog in de DTM reed
ging dat een stuk eenvoudiger: ik had iets van zeven teamgenoten, dus er was
altijd wel iemand in de buurt. In de Formule E kan het echter zo zijn dat mijn
teammaat zeven plaatsen vóór of zeven plaatsen áchter mij staat, ondanks dat
het onderlinge verschil dan slechts twee tienden van een seconde is. Deze
klasse is zo ongelooflijk competitief.'
Wehrlein heeft als geen ander teamtactieken meegemaakt. Natuurlijk
was daar het publiekelijke geheim bij Sauber in 2017, dat volgens insiders Ericsson
een betere wagen bood dan dat het Wehrlein deed. Daarvoor kreeg de talentvolle
twintiger te maken met het ‘schieb ihn raus’-tafereel in de DTM – een Audi-coureur
kreeg van zijn teambaas de onomwonden opdracht om twee Mercedesrijders, waaronder
Wehrlein, van de baan te duwen.
'Kijk, voor mij staat het buiten kijf – als ik het team kan
helpen, dan doe ik dat. Natuurlijk vindt elke coureur het lastig, maar uiteindelijk
ben je er niet alleen voor jezelf. Je hebt ook te maken met al je collega’s
binnen het team, de honderden mensen die voor het team werken. Ik moet naar het
grotere plaatje kijken. Het hoort bij autosport en teamgenoten. Zolang het niet
te vroeg in het seizoen is, vind ik het oké.'
Le Mans en Daytona
Nu Wehrleins marktwaarde hoger is dan ooit tevoren, zou hij met
het aanstaande hypercarprogramma van
Porsche op Le Mans zomaar in het
enduranceracen op kunnen duiken. 'Ik sta ervoor open', is Wehrlein eerlijk. 'Tot
dusver heb ik nog niet deelgenomen aan enduranceraces, maar het is zeker iets
wat ik nog wil doen. Ik ben 27 jaar, dus je zou zeggen dat er nog genoeg tijd
is om andere dingen te proberen. Deelnemen aan races als Le Mans en Daytona
staat zeker op mijn to-do list.'
'We gaan zien wat de toekomst exact brengt', merkt Wehrlein
cryptisch op, als de interviewer het toekomstige Porscheprogramma aanstipt – momenteel
zijn de eerste testritten met de nieuwe LMDh-wagen immers net afgerond. Dat
Wehrlein één van de rijders wordt, lijkt in de wandelgangen al haast een
zekerheidje. 'Er zullen zich zeker kansen aandoen, ik weet alleen niet waar of
wanneer, maar ik denk er vrij zeker van te zijn dat je mij in de toekomst zulke
races (endurance, RO) kunt zien rijden. Veel van mijn Formule E-collega’s werken
een dubbelprogramma af en ik ben vrij close met sommigen van hen. Iedereen schijnt
er bijzonder veel lol aan te hebben, dus ik wil het ook eens doen!'
De toekomst
Wat wil Wehrlein verder nog bereiken in de autosport? Een
kampioenstitel (DTM) is er al, Formule 1-punten ook en een Formule E-zege staat
reeds op de persoonlijke erelijst. 'Eigenlijk wil ik gewoon elke race winnen',
lacht de Duitser. 'En titels. Laten we zeggen dat het eerstvolgende doel is om het Formule E-kampioenschap te winnen, achter het stuur van mijn
Porsche. Dat is
een reëel doel.'
'We hebben net besproken wat ik van Le Mans vind – dus dat is
duidelijk, haha –, daarnaast heb ik nog wel wat andere dingetjes, maar die zijn
nu niet realistisch', lijkt de Porschecoureur te hinten op een mogelijke
terugkeer in de Formule 1. 'Het belangrijkste is dat ik kan vechten om zeges en
kampioenschappen, of in ieder geval podiumplaatsen. In mijn Formule 1-dagen heb
ik gemerkt dat ik het erg lastig vond om kansloos te zijn, vanwege het materiaal.'
'Niets ten nadele van Manor en Sauber, maar ik vind het veel
leuker om te racen als er iets op het spel staat. Als ik beslis over toekomstige
bezigheden is één van de criteria daarom of de wagen competitief is en of ik er
races mee kan winnen. Op die manier kan je namelijk net een klein beetje extra uit
jezelf halen!'
Pascal Wehrlein bezet momenteel de achtste plaats in de tussenstand
van het zeer competitieve Formule E-kampioenschap, wat over twee weken wordt
vervolgd in de straten van het Indonesische Jakarta. Met nog acht van de zestien
races voor de boeg is het seizoen precies halverwege: het slotakkoord vindt in
het tweede weekend van augustus plaats, in de Zuid-Koreaanse hoofdstad Seoul.
Door: René Oudman