Lando Norris reisde naar Qatar af met een riante voorsprong
van 24 punten en met de wetenschap dat een overwinning hem de wereldtitel had
opgeleverd. Toch werd het een weekend vol kleine problemen. Waar hij de afgelopen weekenden vrij foutloos was, doken nu weer de oude trekjes op: kleine foutjes
op cruciale momenten, juist wanneer de druk maximaal is. En met een
levensgevaarlijk snelle McLaren wordt elke misstap onmiddellijk genadeloos
uitvergroot. In de kwalificatie lag de basis voor de ellende al klaar.
Norris had in Q3 al een tijd neergezet die voorlopig goed genoeg was, maar op
een evoluerend circuit moet de laatste run perfect zijn. Daar ging het mis.
Weer een fout, weer op het moment dat het moest gebeuren. In de
sprintrace was het ook al niet vlekkeloos, toen eindigde hij op de derde plek. Dat was nog altijd een plaats hoger dan waar hij in de hoofdrace eindigde.
Kleine fout met grote gevolgen
Jolyon Palmer ziet dezelfde Norris terug die eerder in het
seizoen te twijfelend oogde. Volgens hem zagen we ‘de aarzelende Lando die we
eerder dit jaar al hebben gezien’, juist op de dag dat hij het had kunnen
afmaken. De druk van een mogelijke titelbeslissing, samen met een
Oscar Piastri
die ‘opduikt’ en uitblinkt, maakte het weekend allesbehalve strak. De start
vanaf de vuile kant van de grid hielp ook niet, waardoor de druk van Max
Verstappen direct voelbaar was.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Norris werd bij de start meteen ingehaald door Verstappen.
Alle analisten zijn het erover eens dat
McLaren een fout maakte met de strategie, maar het grote persoonlijke keerpunt bij Norris kwam volgens Palmer met een fout in bocht 14. Palmer
noemt het ‘een behoorlijk grote fout, die catastrofaal had kunnen aflopen’.
Norris joeg de McLaren over de kerbs, door het grind, maar hield hem
ternauwernood uit de muur.
Alpine-reservecoureur Paul Aron wijst erop dat zulke uitstapjes vaak
schade veroorzaken. ‘Onze coureurs hebben na dit soort momenten meestal schade.
Pierre Gasly verloor er ook zo’n tien punten
downforce mee.’
Aron legt uit hoe zoiets mentaal doorwerkt. ‘Als je denkt
dat er misschien schade is en je hebt net een groot moment gehad, dan ga je
jezelf toch een beetje inhouden. Die bochten vragen enorm veel commitment, en
als je er niet honderd procent zeker van bent dat de auto perfect is, is het
lastig om er vol op te leunen.’ Hij benadrukt dat de snelheid aan het eind van
de race nog best oké was en het weekend ‘zeker geen ramp’ was.
Norris beperkt de schade
Palmer speelt vervolgens advocaat van de duivel: starten als
tweede en uiteindelijk eindigen als vierde in de duidelijk snelste auto, dat voelt toch pover. ‘Hij werd vierde omdat de strategie hopeloos was', nuanceert de Estische reservecoureur. 'In pure pace
scheelde het in de kwalificatie misschien een tiende met Piastri, terwijl Oscar in goede doen was. In de race bleef het gat lang drie tot vier
seconden, tot de fout.' Geen topweekend, maar volgens Aron zeker geen totale
ineenstorting.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Norris kon Piastri dit weekend niet bijhouden.
Beide mannen plaatsen Norris ook in een breder perspectief.
Palmer trekt expliciet de vergelijking met Verstappen. ‘Toen Max in de Formule 1
kwam, was hij super snel, maar hij maakte ook veel fouten. Wat hij heeft
toegevoegd, is consistentie, zijn snelheid is hij nooit kwijtgeraakt.’ Bij
Norris ziet hij een vergelijkbaar patroon. 'Als hij een weekend in vorm is, is hij perfect, maar als het niet zijn weekend is, sluipen de fouten erin.'
Daarom prijst de Brit uiteindelijk ook Norris’ damage
limitation. ‘Als hij zich niet honderd procent voelde in de auto, was de tweede plek in de
kwalificatie eigenlijk best goed. En zonder de strategie had een top-drie in de
race hem nog steeds in een prima positie gehouden.’ Hij vermoedt dat Norris
simpelweg een weekend had waarop hij zich niet volledig op zijn gemak voelde. 'Juist die dagen', zegt Palmer, ‘zijn de weekenden die het verschil maken.'