Tom Kristensen maakt zich zorgen over de balans op de steeds vollere Formule 1-kalender. De negenvoudig winnaar van de 24 uur van Le Mans begrijpt dat de koningsklasse nieuwe markten wil bedienen, maar vindt tegelijkertijd dat historische autosportlanden en circuits met een eigen karakter beschermd moeten worden. Dat wordt steeds relevanter nu Zandvoort na 2026 verdwijnt en klassieke banen als Spa-Francorchamps en Barcelona-Catalunya via een rotatiesysteem op de kalender blijven. Tegelijkertijd groeit binnen de Formule 1 de belangstelling voor het sprintformat. In 2026 worden zes sprintweekenden georganiseerd, waaronder voor het eerst op Zandvoort, Montréal en Singapore. Formule 1-CEO
Stefano Domenicali heeft meermaals zijn enthousiasme uitgesproken over het concept, mede omdat sprintweekenden volgens de organisatie meer kijkers en bezoekers trekken. Kristensen ziet de aantrekkingskracht daarvan, maar waarschuwt ervoor dat meer actie niet automatisch betekent dat het product beter wordt.
Kristensen wil klassieke Grand Prix-landen behouden
De huidige Formule 1-kalender telt 24 Grands Prix en daarmee is de ruimte beperkt. Nieuwe locaties willen toetreden, terwijl bestaande circuits hun positie willen behouden. Frankrijk en Duitsland hebben momenteel geen Grand Prix, Zandvoort neemt na komend weekend afscheid en ook Spa en Barcelona zijn niet langer ieder seizoen verzekerd van een plek. Spa staat onder de huidige afspraken in 2027, 2029 en 2031 op de kalender, terwijl Barcelona in 2028, 2030 en 2032 terugkeert.
Kristensen begrijpt daarom dat Formule 1 niet meer helemaal om roulatie heen kan. "Nieuwe markten zijn belangrijk en de belangstelling voor de Formule 1 is momenteel enorm", zegt de Deen tegen
Speedweek. "Tegelijkertijd kunnen we geen kalender met dertig races samenstellen. We kunnen niet meer om het rotatieprincipe heen." Hij zou binnen dat systeem echter nadrukkelijk ruimte reserveren voor landen met een lange autosportgeschiedenis.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
De Formule 1 verliest steeds meer 'historische' Grands Prix.
"Bij die rotatie zou ik ervoor zorgen dat traditionele landen weer terugkomen", vervolgt de Deense Viaplay-analist. "Frankrijk en Duitsland zijn daar voorbeelden van. Ook daarin moet je de juiste balans vinden." De Formule 1 blijft ondertussen groeien en meldde deze zomer dat er veel belangstelling is van zowel nieuwe als bestaande gastlanden. Voor 2027 staat onder meer de terugkeer van Istanbul Park gepland, terwijl Portimão eveneens weer een plek op de kalender krijgt.
Voor Kristensen is echter niet alleen de locatie van een Grand Prix van belang. De baan zelf moet volgens de voormalig Le Mans-winnaar ook onderscheidend zijn. "Als we het over circuits hebben, moeten we in het algemeen de voorkeur geven aan banen met karakter", stelt hij. "Ik houd niet van circuits waar alle bochten en kerbstones er hetzelfde uitzien. Een circuit moet een eigen identiteit hebben. Misschien ben ik daarin een beetje ouderwets."
Kristensen waarschuwt Domenicali voor te veel F1-sprints
Diezelfde zoektocht naar balans ziet Kristensen terug bij de sprintweekenden. Zandvoort organiseert tijdens de laatste Dutch Grand Prix voor het eerst een Sprint, waardoor er vanaf vrijdag al competitieve actie is. Na de eerste vrije training volgt meteen de Sprintkwalificatie, waarna zaterdag zowel de sprintrace als de reguliere kwalificatie wordt afgewerkt. Voor bezoekers betekent dat meer belangrijke baanactie gedurende het volledige raceweekend.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Domenicali is zelf groot fan van de sprintraces.
Kristensen begrijpt daarom goed waarom het format aantrekkelijk is. "Voor de fans op het circuit zijn de Sprints fantastisch", legt hij uit. "Silverstone was een geweldig weekend." Tegelijkertijd wijst hij op de andere kant van de medaille. "Voor de teams en de coureurs betekent het nog harder werken. Dus ook hier moet de balans kloppen." De belasting neemt immers toe wanneer vrije trainingen steeds vaker plaatsmaken voor sessies waarin direct iets op het spel staat.
Formule 1 ziet juist commerciële voordelen. De organisatie meldde eerder dat de gemiddelde televisie-aantallen tijdens sprintweekenden hoger liggen dan bij reguliere weekenden en benadrukt dat fans op alle drie de dagen betekenisvolle actie krijgen. Kristensen bestrijdt die voordelen niet, maar vindt dat schaarste onderdeel moet blijven van de aantrekkingskracht van een Grand Prix.
Daarvoor gebruikt hij een vergelijking die volgens hem zowel voor de kalender als voor sprintweekenden geldt. Meer races en meer actie kunnen aantrekkelijk klinken, maar er bestaat een punt waarop verzadiging optreedt. "Ik vergelijk het altijd hiermee: je zit aan tafel en voor je staat het beste eten ter wereld", zegt Kristensen. "Maar je kunt daar niet eindeloos van blijven eten, want op een dag is het niet meer bijzonder. En we moeten ook blijven nadenken over de belasting voor de mensen die in deze sport werken."