De discussie over de richting van de Formule 1 blijft verder
oplaaien, en volgens Peter Windsor raakt de sport steeds verder verwijderd van
wat haar ooit zo bijzonder maakte. Waar de afgelopen weken vooral werd
gesproken over veiligheid, energiemanagement en mogelijke
reglementsaanpassingen, kiest de Brit voor een fundamentelere benadering. In
zijn ogen gaat het probleem namelijk veel dieper dan alleen technische details.
De kernvraag is volgens Windsor inmiddels wat de Formule 1 eigenlijk nog
beloont: pure stuurmanskunst, of vooral het vermogen om binnen een digitaal
gestuurd systeem te opereren. Windsor kijkt in een
livestream op zijn YouTube-kanaal niet alleen naar de vraag of de regels veiliger of
eerlijker moeten worden, maar vooral naar het effect daarvan op het karakter
van de sport. Volgens hem dreigt de Formule 1 een kampioenschap te worden
waarin coureurs steeds minder zelf creëren en steeds vaker reageren op
instructies, energiemodellen en voorgeschreven scenario’s. Juist dat vindt hij
gevaarlijk, omdat de sport volgens hem zijn hoogste niveau niet bereikt wanneer
alles kunstmatig wordt dichtgeregeld, maar juist wanneer uitzonderlijke rijders
in uitzonderlijke auto’s het verschil mogen maken.
Coureurs krijgen geen beloning meer
Windsor ziet het daarom niet als een probleem als een
mogelijke reglementswijziging sommige coureurs hun huidige voordeel afneemt.
Sterker nog, hij zou dat juist toejuichen. “Het zou ironisch zijn”, zegt hij
over zo’n scenario, “maar eigenlijk zou het goed zijn.” Daarmee doelt hij op
het idee dat klassieke rijvaardigheid weer meer gewicht krijgt als bepaalde
kunstmatige effecten uit het huidige pakket verdwijnen. Volgens Windsor zou het
goed zijn als de manier waarop een coureur een bocht aanvalt weer directer
wordt beloond dan nu het geval is.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Russell zal niet de eerste zijn die klaagt over de nieuwe reglementen.
Daarbij noemt hij ook concrete voorbeelden. “Als de manier
waarop
George Russell bocht 1 induikt hem echt weer een voordeel geeft, dan zou dat
goed zijn”, geeft Windsor aan. Hetzelfde zegt hij over snelle bochten. “Als de manier waarop Alex Albon Copse ingaat op
Silverstone daadwerkelijk iets oplevert en leidt tot rondetijd, dan is dat juist goed.” In
die formulering zit precies zijn frustratie besloten: Windsor vindt dat het
huidige systeem te weinig ruimte laat voor dit soort subtiele, maar
doorslaggevende verschillen tussen coureurs.
Volgens de Brit is dat precies wat de Formule 1 nu aan het
kwijtraken is. “Wat we niet moeten doen, is het niveau van de Formule 1 naar beneden halen”,
zegt hij. “En dat doen we op dit moment wel.” Windsor vindt dat de sport niet
rijker of geavanceerder wordt van de huidige richting, maar juist vlakker. “We
digitaliseren het”, stelt hij, “in plaats van de muzikanten nog muziek te laten
maken.” Daarmee gebruikt hij een veelzeggende vergelijking. Voor Windsor hoort
een topcoureur geen uitvoerder van een softwaremodel te zijn, maar een artiest
die op de limiet iets unieks creëert.
Verstappen als grote voorbeeld
Die gedachte werkt hij nog scherper uit wanneer hij zich
afvraagt wat de sport eigenlijk nog beloont. “Als het talent om een bocht in te
gaan, de auto te laten roteren en hem zo snel mogelijk door die bocht te rijden
niet is waar we nu naar kijken, waar kijken we dan eigenlijk naar?” vraagt
Windsor zich af. Vervolgens trekt hij een harde conclusie: “Dan is het geen
Formule 1, maar iets anders.” Daarmee zegt hij in feite dat de naam en de
uitstraling van de sport nog hetzelfde zijn, maar dat de essentie volgens hem
langzaam verschuift.
De tekst gaat verder onder de afbeelding.
Verstappen heeft het niet naar zijn zin in 2026.
Windsor komt dan ook uit bij een Formule 1 die volgens hem
steeds meer op een digitaal gestuurd spel begint te lijken. “Het is
gedigitaliseerde Formule 1”, zegt hij. In zijn ogen zie je dat terug in de
manier waarop engineers steeds nadrukkelijker bepalen wanneer en hoe er wordt
aangevallen. Hij schetst dat op cynische wijze met een voorbeeld rond Max
Verstappen. “Dan zeggen de engineers tegen iemand als Verstappen: ga je
Pierre Gasly nu inhalen? Daar ga je. O nee, nu gaat hij je weer terugpakken, Max.”
Volgens Windsor laat juist dat zien hoe onnatuurlijk het racen op deze manier
wordt.
De Nederlander staat in die beschrijving bijna model voor de
frustratie van veel topcoureurs. Windsor stelt zich voor hoe Verstappen daar
dan op reageert. “Max denkt dan: waar gaat dit eigenlijk over?” Dat is volgens
de Brit de logische reactie van een rijder die is opgegroeid met het idee dat
racen draait om gevoel, lef en het beheersen van de auto op het scherpst van de
snede. Windsor maakt zijn punt vervolgens af met een veelzeggende sneer: “Dat
was wat Max in zijn videogames doet.” Daarmee maakt hij duidelijk hoe
ver de moderne Formule 1 zich in zijn ogen verwijderd heeft van de spontane,
menselijke en pure vorm van topsport die zij juist zou moeten zijn.